Op Biënnale klinken de cello's heel divers

Klassiek

Amsterdamse Cellobiënnale. OP 2-3/11 Muziekgebouw aan ’t IJ. ****

Ook op deze vierde editie van de Amsterdamse Cellobiënnale was de hal van het Muziekgebouw aan ’t IJ negen dagen lang een gonzende cellobazaar. Met zo’n twintig cellisten en een rapper werd de Biennale in een ‘Cello Coupé’ zaterdagavond afgesloten. Harriet Krijgh won het Nationaal Cello Concours.

Cellisten, ze komen in alle soorten. In de slotmatinee zaterdag met het Residentie Orkest o.l.v. Andrew Grams gaf Quirine Viersen een gecontroleerde vertolking van Saint-Saëns’ Eerste celloconcert, met een warme diepe klank. Het lichtere geluid van charmeur Jérôme Pernoo bleek zeer geschikt voor het circusnummer Rondo voor cello en orkest van Offenbach. Misgrepen werden met theatrale flair verhuld. Jian Wang speelde Prokofjevs Sinfonia concertante streng, degelijk en afstandelijk.

De Biënnale bood ook ruimte aan het experiment. De New Yorkse Maya Beiser toonde vrijdag een nieuwe stap in het solorecital, al zat die vernieuwing vooral in de presentatie. Bladmuziek werd vervangen door een tablet, Beisers cello zonder gêne versterkt. Video en multitracks vormden belangrijke tegenspelers.

Zo bestaat het voor haar geschreven Cello counterpoint van Steve Reich uit zeven vooraf opgenomen cellotracks en één live-cellist. Beiser liet haar zeven evenbeelden op scherm projecteren en ging voor in complexe én swingende meerstemmigheid.

Stemmiger is World to Come van David Lang, geschreven in reactie op 11 september 2001. Met steunende vocals komt het wijdlopige werk traag op gang, al blijft hypnose niet uit. Steeds verspringende accenten vonden een verbeelding in onrustig stromende videoprojecties.

Omdat de cello continu versterkt was, bleek het een kleine stap van contemporain klassiek naar rock: Led Zeppelins Kashmir schuurde aangenaam, en stierf weg in elektronische cello-echo’s.