Onderwijs VI. Van goed naar excellent onderwijs

Onderwijs en wetenschap in Nederland zijn van hoog niveau, maar onze ambitie reikt verder: wij willen tot de top vijf van de wereld gaan horen. De kwaliteit van de man of vrouw voor de klas of in de collegezaal is daarbij van doorslaggevende betekenis. En die kwaliteit staat of valt met opleiding en selectie van leraren en van directeuren en bestuurders die hun medewerkers stimuleren, belonen en zo nodig sanctioneren. Dit zijn de mannen en vrouwen van wie we het moeten hebben: in hen willen we investeren.

Zo kan onderwijs het beste uit kinderen en studenten halen. Talent meer uitdagen en achterstanden verkleinen, ook als je geboren bent in een migrantenfamilie, een gezin met een laag inkomen of deelneemt aan het speciaal onderwijs. Het belang dat wij hechten aan goed onderwijs, wordt onderstreept door het feit dat wij onderwijs buiten de bezuinigingen hebben weten te houden en er in deze crisistijd zelfs in investeren.

• Met het onderwijsveld willen wij tot afspraken komen over verbetering van de kwaliteit van leraren en schoolleiders. Over betere begeleiding van startende docenten en bijscholing van bestaande docenten en schoolleiders. Over professionalisering van het personeelsbeleid met behulp van de Onderwijsinspectie. Over terugdringing van het aantal onbevoegde docenten. Het oordeel van de Onderwijsinspectie over scholen zal zich ook gaan uitstrekken tot de categorieën “goed” en “excellent”. Onderdeel van het akkoord is dat scholen die hun kwaliteit op orde hebben, minder hoeven te verantwoorden dan scholen die slecht scoren. Scholen gaan publieke verantwoording afleggen over behaalde resultaten en gebruikte middelen.

Andere elementen die we betrekken bij te sluiten akkoorden:

- Het zo effectief mogelijk benutten van kostbare onderwijstijd.

- Modernisering van de huidige wettelijke onderwijstijdnorm.

- De ouderenregeling (BAPO) afbouwen om ruimte te creëren voor moderne arbeidsvoorwaarden.

- Het versneld voldoen aan gewenste beloningscodes.

- Vanaf 2017 is voor dit pakket ruim 340 miljoen beschikbaar, op voorwaarde dat het lukt de arbeidsvoorwaarden te moderniseren.

• De eisen rond lerarenopleidingen worden aangescherpt en een groter deel van dit onderwijs moet in de praktijk plaatsvinden.

• De eisen van bekwaamheid uit het Lerarenregister en de bijscholingsplicht van docenten worden met ingang van 2017 wettelijk verankerd.

• De mogelijkheden om slecht functionerende docenten aan te pakken, nemen toe nu de rechtspositie van ambtenaren in overeenstemming zal worden gebracht met die van andere werknemers. (1)

• Het participatie- en vervangingsfonds wordt gemoderniseerd, zodat goed werkgeverschap beter kan worden beloond.

• In het onderwijs zal een stofkamoperatie plaatsvinden, zodat het aantal administratieve verplichtingen en voorschriften voor verantwoording kan verminderen.

• Er komen normen die borg moeten staan voor de menselijke maat in het onderwijs en voor minder overhead. De bekostiging wordt daarop geë nt en deze normen zijn ook leidend bij fusies.

• In krimpgebieden moeten alle vormen van samenwerking mogelijk zijn. Denominatie noch fusietoets mag daarbij in de weg staan. (2)

• Het leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en het praktijkonderwijs (PRO) worden doelmatiger en gaan vallen onder het gebudgetteerde stelsel van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.

• Consultatiebureaus gaan doelgroepkinderen voor wat betreft risico op taalachterstand toetsen en doorverwijzen. Het beschikbare extra geld voor Vroeg en voorschoolse educatie zal in het licht van bovenstaande worden aangewend.

• In het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) gaan we door met actieplan ‘Focus op vakmanschap’, maar op een verantwoord tijdpad. Daarbij betrekken we inkorting en intensivering van de opleidingen en een sterk vereenvoudigde kwalificatiestructuur.

• Er komen minder opleidingen en uitstroomprofielen zodat de kwaliteit in het MBO kan toenemen. Kleine opleidingen worden in principe beëindigd.

• Er is 250 miljoen beschikbaar om te intensiveren in het MBO, gekoppeld aan prestatieafspraken met instellingen. Volle roosters, uitdagende opleidingen, voldoende aandacht voor de basisvaardigheden taal/rekenen en een sterke praktijkoriëntatie dragen bij aan meer kwaliteit.

• De langstudeerdersboete voor studenten wordt afgeschaft.

• Er komt een sociaal leenstelsel in het hoger beroeps- en universitair onderwijs voor de basisbeurs in de bachelor- en in de masterfase. (3) Dit geldt voor nieuwe studenten met ingang van september 2014. De aanvullende beurs blijft buiten het sociale leenstelsel, om de toegankelijkheid van het onderwijs te garanderen. (4)

• De openbaarvervoerkaart voor studenten wordt een kortingkaart in 2015, die ook beschikbaar komt voor scholieren in het MBO. Vervoerskosten vallen (tot een zeker maximum) onder het sociaal leenstelsel.

• De opbrengsten van de maatregelen in de studiefinanciering worden geïnvesteerd in het onderwijs en onderzoek.

• Voor het compenseren van onbedoelde effecten van het vrijgeven van het collegegeld voor een tweede studie is 20 miljoen beschikbaar.

• De verstrekking van gratis schoolboeken wordt teruggedraaid. Het huidig systeem van inkoop van boeken door scholen kan in stand blijven. Een deel van de besparing wordt teruggeven in inkomensondersteuning. De maatregel levert per saldo 185 miljoen op. (5)

• Er komt 150 miljoen extra beschikbaar voor versterking van het fundamenteel onderzoek, waarvan 50 miljoen door herprioritering.

• In lijn met de motie Van Haersma Buma wordt 256 miljoen uit het gemeentefonds

overgeheveld naar de scholen ten behoeve van hun huisvesting.

• Het beleid gericht op bekostiging op basis van kwaliteit wordt voortgezet.

• Toelating tot het hoger onderwijs vindt plaats op basis van een daarvoor kwalificerend diploma (6). Selectie aan de poort blijft toegestaan voor University colleges, studies waar het aantal aanmeldingen het aantal opleidingsplaatsen overstijgt en voor opleidingen met bijzondere toelatingseisen, zoals in de kunsten.

• Bestuur, beheer en beloningen bij instellingen van hoger onderwijs worden in overleg met de sector versneld op orde gebracht.

Emancipatie en gelijke behandeling

Iedereen moet iets van zijn of haar leven kunnen maken, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid, afkomst, religie, levensovertuiging of handicap. Dat vraagt van iedereen een bijdrage: van individuen zelf, sociale partners, overheden, levensbeschouwelijke groepen en etnische gemeenschappen. De overheid kan anderen alleen met overtuiging aanspreken als zij zelf het goede voorbeeld geeft.(7)

• Nieuwe ‘weigerambtenaren’ worden niet aangesteld. De algemene wet gelijke behandeling wordt aangepast naar Europees model. De ‘enkele feitconstructie’ verdwijnt uit de wet. Scholen mogen homoseksuele leraren niet ontslaan en homoseksuele leerlingen niet weigeren of wegsturen vanwege hun seksuele voorkeur. Op scholen zal ook voorlichting worden gegeven over 'seksuele diversiteit'. Het wetsvoorstel lesbisch ouderschap treedt zo spoedig mogelijk in werking. Daardoor verbetert de juridische positie van lesbische ouders en hun kinderen.

• Bestrijding van homofoob geweld blijft een prioriteit voor politie en Openbaar Ministerie.

• De sterilisatie-eis met betrekking tot officiële geslachtsregistratie zal worden geschrapt uit de wet.

• Het kabinet zet zich actief in om nog bestaande loonverschillen tussen mannen en vrouwen voor gelijke arbeid weg te nemen.

• Het kabinet bestrijdt alle vormen van onderdrukking van vrouwen. Geweld in afhankelijkheidssituaties is onaanvaardbaar en wordt opgespoord en bestraft. Dat geldt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, genitale verminking, eerwraak, prostitutie en mensenhandel. Op schijnhuwelijken wordt strenger gecontroleerd.

Gedwongen huwelijken worden strafbaar en herhaalde huwelijksmigratie gaan we tegen.

• Nederland zal het verdrag van de Verenigde Naties voor de rechten van gehandicapten ratificeren, onder de voorwaarde dat hieruit volgende verplichtingen geleidelijk ten uitvoer kunnen worden gebracht.

Kunst en Cultuur

Kunst en cultuur zijn van grote waarde voor de samenleving. Nederland heeft een naam hoog te houden in kunst en cultuur. Nederlandse ontwerpers, modemakers, dj's en architecten veroveren de wereld. Beeldende kunst, dans, opera en musicals trekken een groot publiek. Instellingen en kunstenaars ontpoppen zich als cultureel ondernemer en boren nieuw publiek en nieuwe middelen aan. Het overheidsbeleid richt zich vooral op

een sterke basisinfrastructuur, talentontwikkeling en internationale bekendheid van onze topkunst.

• Cultuur moet toegankelijk blijven. De BTW-verhoging voor podium- en beeldende kunsten gaat definitief niet door. (8)

• We ondersteunen en stimuleren cultureel ondernemerschap en nieuwe financieringsvormen.

• De cultuurkaart CJP voor jongeren blijft behouden. Culturele instellingen richten hun educatie op deze groep. (9)

• Talentontwikkeling wordt gestimuleerd via het Fonds voor de podiumkunsten en cultuureducatie.

• Gesubsidieerde culturele instellingen hanteren de Code culturele diversiteit. (10)

• Het onderwijs en de cultuursector bundelen krachten ten behoeve van cultuureducatie

in het basis- en voortgezet onderwijs.

Media

Centraal in het mediabeleid staat het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en hoogwaardig aanbod, toegankelijk voor alle lagen van de bevolking. Het bestaande beleid wijzigen we op een aantal punten.

• De regionale omroepen worden niet langer gefinancierd door de provincies, maar door het Rijk. Het budget wordt overgeheveld van het provinciefonds naar de mediabegroting. Door samenwerking en integratie van taken met de landelijke publieke omroep is een besparing mogelijk. (11)

• We heroverwegen het eerder aangekondigde mediafonds. Het Stimuleringsfonds voor de Pers blijft bestaan.

• De zogenaamde ‘artikel 2.42 omroepen’ worden - zoals eerder besloten - ondergebracht bij omroeporganisaties. Dat maakt het schrappen van de hiermee

samenhangende uitgaven mogelijk.

• De landelijke publieke omroep krijgt daarnaast een extra taakstelling. Deze kan onder meer worden gerealiseerd door de eigen inkomsten te vergroten, onnodige uitgaven aan ledenwerving te voorkomen en door de voorgenomen koppeling tussen ledenaantallen en budgetten van omroepverenigingen los te laten en te vervangen door systeem met A- en B-licentie. Toetreding van nieuwe omroepen blijft mogelijk.