Opinie

    • Sjoerd de Jong

Oakland Press steunt Romney

Het is een Amerikaans gebruik. Kranten steunen een presidentskandidaat en leggen uit waarom. Steeds vaker wordt dat betuttelend gevonden.

Moeten kranten neutraal zijn? Amerikaanse kranten hebben onpartijdige berichtgeving hoog in het vaandel staan. Feiten en meningen dienen te worden gescheiden. De krant geeft zijn mening in commentaren, niet op de nieuwspagina’s.

Kranten steunen vele kandidaten: Obama, maar ook de dijkgraaf

Dat betekent voor de meeste Amerikaanse kranten dat ze zich op hun opiniepagina ook uitspreken vóór een presidentskandidaat, voor kandidaten voor het Huis van Afgevaardigden en allerlei lokale functionarissen, van rechters tot sheriffs.

De kranten zien dat als hun burgerplicht. Amerikaanse dagbladjournalistiek is van oudsher, meer dan Europese, een lokale onderneming die in dienst moet staan van een democratische gemeenschap.

Zo zijn op de site van The Chicago Tribune tientallen endorsements (steunverklaringen) te vinden die de krant dit jaar heeft gedaan, van die aan Obama tot en met die aan de Grootstedelijke Commissaris voor Waterbeheer. Kandidaten krijgen een vragenlijst voorgelegd. Hun antwoorden staan ook op de site.

Zulke steunverklaringen zijn de moeite van het lezen waard, door de argumentatie en retoriek, zwanger van burgerzin. En ze spelen ook wel degelijk een rol – politici hengelen soms openlijk naar steun van de grote kranten – en kunnen hard aankomen. Mitt Romney zal onaangenaam verrast zijn door de steun van de Salt Lake Tribune, de grootste krant van de mormonenstaat Utah, aan Obama. „Er zijn te veel Mitts”, kopte de krant dodelijk.

Maar er hangt verandering in de lucht. De Atlanta Journal Constitution stopte al drie jaar geleden als eerste grote krant met politieke steunverklaringen. Uit lezersonderzoek was gebleken dat lezers het betuttelend vinden, en er geen prijs meer op stellen. „Onze lezers willen niet dat we partij kiezen”, aldus hoofdredacteur Kevin Riley, die sinds het afschaffen ervan een toenemende tevredenheid signaleert onder de lezers.

Ook de Chicago Sun-Times,Tuscaloosa News, Oregonian, en Milwaukee Journal Sentinel stopten met politieke ondersteuningen, om die reden: het is niet meer van deze tijd, en de lezers willen het niet meer. Dalende oplages en krimpende inkomsten hebben veel Amerikaanse kranten keihard getroffen, dus de mening van lezers telt meer dan ooit.

Maar andere kranten blijven de praktijk verdedigen, zoals de Chicago Tribune, de grootste in die stad. In een commentaar stelt de krant: „We zouden het laten afweten als we in onze commentaren wel zeggen wat er allemaal moet gebeuren, maar er vervolgens het zwijgen toe doen over de vraag wie het meest geschikt is die zaken te realiseren.”

Politiek het meest gevoelig – en dus het felst begeerd – zijn de steunverklaringen van grote, invloedrijke kranten als de Wall Street Journal en The New York Times.

Bij de keuze voor een kandidaat zijn de hoofdredacteur en redactie van die laatste krant niet betrokken. Een 17-koppige Editorial Board vergadert over de commentaren, inclusief de vierjaarlijkse keuze voor een president. De uitgever heeft nadrukkelijk een stem in dat beraad.

Beïnvloedt dat de berichtgeving? Bij de Times bestaat een strikte scheiding tussen de opiniepagina’s en de nieuwskrant. Maar ombudsvrouw Margaret Sullivan kan zich voorstellen dat „lezers het verschil niet zien” schrijft ze in haar column.

Toch hebben zulke steunverklaringen zin, vindt Sullivan. Ze helpen lezers hun oordeel te vormen in een lawine van informatie en propaganda. Ze citeert directeur Tom Rosenstiel van een journalistiek onderzoekscentrum in Washington: „De afweging van argumenten en feiten, gebaseerd op langdurig volgen van de kandidaten, dat is echt iets anders dan de meeste commentaren die je ziet. Die zijn vooral persoonlijk of impressionistisch.”

De Times steunde ooit Abraham Lincoln (1860, 1864), Franklin D. Roosevelt (1932, 1936, níet in 1940, wel weer in 1944), John F. Kennedy (1960), en daarna telkens de Democratische presidentskandidaat. Obama kreeg steun van de krant in 2008, en nu opnieuw. De krant prijst hem voor het redden van de auto-industrie en ‘Obamacare’.

Obama kreeg al de steun van 64 dagbladen, Romney van 86. Onder de tijdschriften kozen The Economist en The New Yorker voor de eerste.

    • Sjoerd de Jong