Kleiner sturen XIII. Bestuur

Een krachtige en dienstverlenende overheid vraagt een duidelijke afbakening van taken en verantwoordelijkheden tussen en binnen bestuurslagen. Het overbrengen van een groot aantal taken van het Rijk naar gemeenten maakt meer maatwerk mogelijk en vergroot de betrokkenheid van burgers. Gemeenten kunnen de uitvoering van de taken beter op elkaar afstemmen en zo meer doen voor minder geld. Hiertoe biedt het Rijk hun ruime beleidsvrijheid.

Een grote decentralisatie van taken en bevoegdheden vergt medeoverheden die op een passende schaal zijn georganiseerd. Voor de lange termijn hebben wij het perspectief van vijf landsdelen met een gesloten huishouding en gemeenten van ten minste honderdduizend inwoners voor ogen. De inwonersnorm kan worden aangepast aan de bevolkingsdichtheid in verschillende delen van het land. De waterschappen worden samengevoegd met de landsdelen. Samen met de medeoverheden willen we dit langetermijnperspectief realiseren. Ontwikkelingen in de gewenste richting worden aangemoedigd.

De landelijke overheid zal zijn doen en laten in de contacten met medeoverheden richten op het gewenste eindbeeld. Dit heeft gevolgen voor het overleg en de vormgeving van decentralisaties en financieringsarrangementen. Decentralisaties zullen in principe gericht worden op 100.000+ gemeenten. Gemeenten benutten mogelijkheden om bewoners van wijken, buurten en dorpen te betrekken bij zaken die hen raken.

• De provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland worden samengevoegd, waarbij over de positie van de Noordoostpolder later een beslissing valt. (1)

• Met de overige provincies bespreken we initiatieven gericht op vergroting van de provinciale schaal.

• Wij kiezen voor een materieel gesloten provinciale huishouding, beperkt tot taken op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en regionaal economisch beleid.

• Waterschapsverkiezingen gaan plaatsvinden op de dag van de verkiezingen voor provinciale staten. We bevorderen opschaling tot tien à twaalf waterschappen.

Waterschappen verdwijnen uit de Grondwet.

• Een wetsvoorstel tot afschaffing van de WGR+ samenwerkingsverbanden zal worden ingediend.

• We nodigen provincies uit om met gemeenten initiatieven gericht op vergroting van de gemeentelijke schaal te bespreken.

• Het wetsvoorstel tot vermindering van politieke ambtsdragers met 25 procent zal worden aangepast. Het aantal gemeenteraadsleden daalt tot het aantal dat bestond voor de dualisering van het gemeentebestuur. We verwelkomen het initiatief op dit punt vanuit de Tweede Kamer. Dat geldt ook voor het initiatief tot deconstitutionalisering van de aanstelling van de burgemeester en de commissaris van de Koningin. De voorgestelde daling van het aantal provinciale politieke ambtsdragers zal wel 25 procent blijven.

• Het BTW-compensatiefonds zal worden afgeschaft. (2) Uit de evaluatie van het fonds is gebleken dat het niet tot het achterliggende doel – doelmatigheidswinst door uitbesteding – heeft geleid.

• Decentrale overheden gaan in 2013 verplicht schatkistbankieren. Niet alleen daalt hierdoor de schuld van Nederland, maar met schatkistbankieren worden de risico’s van beleggen voor decentrale overheden tot nul gereduceerd.

• Stemmen vanuit het buitenland wordt makkelijker gemaakt.

• Ook lokale partijen gaan onder de wet financiering politieke partijen vallen. (3)

• Het toezicht op de landen van het Koninkrijk op grond van de rijkswet financieel toezicht blijft gehandhaafd. Fundamentele menselijke rechten en vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid bestuur en beheer blijven het uitgangspunt voor de Koninkrijksrelaties. De specifieke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als onderdeel van het land Nederland wordt gerespecteerd.

De rijksoverheid gaat goedkoper, flexibeler en efficiënter werken, met minder bestuurlijke en ambtelijke drukte en regeldruk. (4)Dat moet bijdragen aan verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. Beleid en uitvoering worden vereenvoudigd, toezichtstaken en adviesfuncties samengevoegd, taken beëindigd of gedecentraliseerd naar andere overheden en de deregulering met kracht voortgezet. Dit leidt tot lagere nalevingskosten. Vanwege het grote belang en de complexiteit van deze opgave wordt de verantwoordelijkheid hiervoor ondergebracht bij een nieuwe minister voor Wonen en Rijksdienst met doorzettingsmacht, op het ministerie van BZK.

• Aanvullend op de eerdere besparingen wordt binnen de rijksdienst in 2017 nog eens 900 miljoen (1,1 miljard structureel) omgebogen. De bezuiniging richt zich op vastgoed en huisvesting, basisregistratie en keteninformatie en de bedrijfsvoering bij zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en daarmee vergelijkbare organisaties. Het project compacte rijksdienst wordt afgerond. Alle ministeries en ZBO’s nemen deel aan rijksbrede shared services onder meer op het gebied van bedrijfsvoering.

• Het strategisch personeelsbeleid richt zich op voortdurende kwaliteitsverbetering, het flexibiliseren van de organisatie en het verminderen van het aantal coördinatielagen.

• Het kabinet streeft naar meer vrouwen in hogere (management)functies bij de rijksoverheid, zowel bij nieuwe instroom in de algemene bestuursdienst als in overige functies. In 2017 bestaat ten minste 30 procent van de algemene bestuursdienst (ABD) uit vrouwen. (5)

• Wij willen onderzoeken of het werkt om bij de arbeidsvoorwaarden uit te gaan van de loonsombenadering. Op die manier wordt het mogelijk ruimte voor secundaire arbeidsvoorwaarden – het pensioen uitgezonderd – te gebruiken voor meer loon.

• Het ontslagrecht van ambtenaren wordt in overeenstemming gebracht met het ontslagrecht van werknemers buiten de overheid. Ook secundaire arbeidsvoorwaarden van ambtenaren worden – na raadpleging van de sociale partners – gelijkgetrokken met die in de private sector.

• Met de organisaties van werknemers bespreken we het openstellen van de laagste ambtelijke loonschalen, zodat medewerkers in facilitaire functies eventueel in dienst genomen kunnen worden.

• In afwijking van het advies van de commissie Dijkstal wordt het salaris van bewindspersonen definitief niet verhoogd. In lijn hiermee passen we het wetsvoorstel normering topinkomens aan, dat betrekking heeft op de salarissen in de (semi-)publieke sector. De norm wordt 100 in plaats van 130 procent van een ministerssalaris. Die geldt niet alleen voor topfunctionarissen, maar voor alle medewerkers. Het is mogelijk een uitzondering te maken als dat noodzakelijk is. (6)

• De procesketens binnen de Rijksdienst houden we tegen het licht om doelmatigheidswinst en kostenbesparing te kunnen realiseren. Na de al gestarte doorlichting van de vreemdelingenketen volgt de veiligheidsketen.

• Niet alleen de bedrijfsvoering van ZBO’s wordt tegen het licht gehouden, ook kijken we of de ZBO-vorm de meest geëigende is. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

- uitbesteding of uitvoeren binnen het publieke domein?

- in het publieke domein ‘agentschap, tenzij’

- als het een ZBO moet zijn, dan kan zich dat beperken tot het bestuur.

• De product- en bedrijfschappen worden opgeheven. Publieke taken die nu binnen de publiekrechtelijke organisatie (PBO) worden uitgevoerd, zullen worden ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken. Ondernemers kunnen er voor kiezen de andere taken als voorlichting, promotie en belangenbehartiging voor eigen rekening uit te voeren, bijvoorbeeld in een brancheorganisatie.