Jackson mengt Duke Ellington met zichzelf

Joe Jackson & the Bigger Band. Gehoord 2/11 Melkweg Max, A’dam.

Op zijn nieuwe album The Duke speelt Joe Jackson werk van de legendarische orkestleider Duke Ellington (1899-1974). Geen covers maar eigen interpretaties, haast de Britse singer-songwriter zich erbij te vermelden. Daarmee pleit Jackson zich vrij van de toorn van jazzpuristen die hem zouden kunnen verwijten dat hij grote vrijheden neemt met de composities van Ellington, vaak gebracht in medleyvorm.

Het getuigt van lef dat Joe Jackson het bijbehorende optreden opent en sluit met It don’t mean a thing (If it ain’t got that swing), omdat jazzy swing niet het eerste is waar je de voormalige angry young man van de Britse new wave mee associeert. Zijn stijve verschijning achter de piano en zijn ijzige staccato kunnen wel wat warmte gebruiken van de muzikanten in zijn Bigger Band. Drummer Nate Smith is een echte jazzcat die zijn stokken kan laten dansen op de trommels. Percussioniste Sue Hadjopoulos zorgt als vanouds voor beweging in Jacksons band en violiste Regina Carter is de onverwachte troef, met verschillende open doekjes voor haar onstuimige solo’s.

Tussen Ellingtonklassiekers als Mood indigo en Perdido, de laatste gezongen door Zuco 103’s Lilian Vieira, valt het materiaal van Joe Jacksons uit 1982 stammende album Night and Day nauwelijks uit de toon. Ook toen al hield Jackson zich bezig met latinswing en de inspiratie van het Great American Songbook. Ellingtons The Mooche werd uitgevoerd in een zwierige klezmerversie met accordeon en viool. De overgang naar Jacksons dertig jaar oude Another world verliep vloeiend, want de invloed van de meester zat er toen al in. De verplichte hits Is she really going out with him? en A slow song blijven altijd mooi, maar tussen dit repertoire klopten ze als een zwerende vinger.