Column

Is Europa eigenlijk wel klaar voor Mitt Romney?

Heel wat Amerikanen zijn wel weer toe aan een Republikeinse president. Of Europa ook al zo ver is valt te betwijfelen.

De aanvankelijke euforie over Obama is ook aan deze kant van de oceaan allang verdwenen. Maar nog altijd driekwart van de Europeanen zou op hem stemmen als ze de kans kregen. Slechts acht procent, bleek in september uit een opiniepeiling, zou voor Romney kiezen. Zelfs in Polen en Bulgarije, waar voor Obama maar weinig enthousiasme bestaat, blijft Romney nog ruimschoots bij hem achter.

Het zal dus even wennen worden, als woensdagochtend blijkt dat Obama het niet gered heeft. Als de man die vier jaar geleden ook hier zulke hoge verwachtingen wekte, nu alweer wordt gedumpt. En als „dezelfde lui die ons zoveel ellende hebben bezorgd een nieuwe kans krijgen”, zoals een vriendin in Washington me vorige week mailde, bezorgd over het vooruitzicht van een terugkeer van de Republikeinen aan de macht. Met het hele gezin ging ze voor de zekerheid in Virginia de deuren langs om de president te helpen, net als in 2008.

Over het enthousiasme dat de verkiezing van Obama destijds losmaakte, wordt nu vaak meewarig gedaan of zelfs honend. Het was allemaal naïef, om niet te zeggen hysterisch geweest. Alsof de messias zelve het Witte Huis had betrokken en alsof nu opeens de wereldvrede zou uitbreken. Hoe kón men zo dom zijn geweest daarin te geloven?

In werkelijkheid werd bij alle opwinding, ook in Europa, meteen al door velen geconstateerd dat de ontnuchtering ongetwijfeld zou volgen. Dat Obama de torenhoge verwachtingen nooit zou kunnen waarmaken. En dat bleek inderdaad.

Maar er was wel iets bijzonders gebeurd. Amerika had voor het eerst een zwarte president gekozen, en dat was en bleef historisch. Het land bleek veel minder bekrompen op dit punt dan velen, ook veel Amerikanen zélf, hadden gedacht. De tranen van vreugde en ontroering van Colin Powell, de oud-generaal die minister van Buitenlandse Zaken was onder George W. Bush, markeerden dat moment op een onvergetelijke manier.

De blijdschap over Obama’s overwinning had ook politieke redenen. Na de aanslagen van 9/11 slingerde de Amerikaanse stemming heen en weer tussen angst en overmoed. President Bush had het geloof aangewakkerd dat terrorisme het voortbestaan van de Verenigde Staten regelrecht bedreigde. Een grootscheepse en jarenlange militaire inspanning, de Global War on Terror, moest daarop het passende antwoord zijn.

Het was een opluchting, zeker in Europa, dat er een president kwam voor wie de strijd tegen terrorisme niet allesbepalend was. Amerika stelde zich meer open voor samenwerking, onder meer binnen de Verenigde Naties. In Washington keerde het besef terug dat zelfs het land met het grootste en modernste leger niet in staat is overal zijn wil op te leggen.

Als Obama straks wordt herkozen zal Europa tevreden zijn, maar niet meer staan te juichen. Wint Romney, dan weten we nóg niet wat we kunnen verwachten. Zal hij Iran bombarderen, de spanningen met China opdrijven en Rusland blijven beschouwen als „de grootste geopolitieke vijand”, zoals hij dit voorjaar zei? Of zal hij de buitenlandse politiek van Obama min of meer voortzetten, zoals hij suggereerde in het laatste tv-debat? Zal hij luisteren naar de neocons van Bush, die niets van hun fouten hebben geleerd? Of krijgt de veel redelijker Robert Zoellick een hoofdrol, de oud-president van de Wereldbank die ook in zijn team zit? Het maakt nogal wat uit.

Europa is zoals altijd gefascineerd door de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar wacht gelaten af wat de uitkomst voor ons zal betekenen. Die passiviteit is overdreven bescheiden. De betrekkingen met Amerika worden óók bepaald door de opstelling van Europa. Vindt een grote meerderheid van de Europeanen de transatlantische relatie inderdaad belangrijk, zoals steeds uit peilingen blijkt? Dan kan Europa zich daar hard voor maken, ongeacht wie de president wordt.