Immigratie IX. Immigratie, integratie en asiel

Ons immigratiebeleid is restrictief, rechtvaardig en gericht op integratie. Bij het immigratiebeleid zal rekening gehouden worden met de draagkracht van de samenleving. Voor betrokkenen en voor de samenleving is het van belang dat migranten op eigen benen kunnen staan, door werk in hun levensonderhoud voorzien, snel integreren en

meehelpen de samenleving op te bouwen. Op die basis blijven ook EU-inwoners en kennismigranten welkom.

Ook bij gezinshereniging en gezinsvorming waarborgen we integratie door eisen te stellen. In een andere vorm doen we dat ook bij immigranten uit de drie andere landen van het Koninkrijk. Vluchtelingen die aan de voorwaarden voldoen krijgen bescherming en voorzieningen die hen in staat stellen zo snel mogelijk volwaardig deel uit te maken

van onze samenleving. We verwachten van hen dat zij zich optimaal inzetten om de geboden kansen te benutten. Voor alle nieuwkomers biedt beheersing van het Nederlands, kennis van de samenleving en betaald werk het beste perspectief op succesvolle integratie. Integratie- en inburgeringsbeleid zal worden ondergebracht bij het ministerie van SZW, asiel en immigratie bij het ministerie van V&J.

• We blijven in EU-verband pleiten voor aanscherping van de richtlijn die eisen stelt aan huwelijk- en gezinshereniging. Dit betreft een leeftijd van tenminste 24 jaar, het in voldoende mate in eigen levensonderhoud kunnen voorzien door inkomen uit werk en maatregelen om schijnhuwelijken en huwelijksdwang effectief tegen te gaan.

• De DNA-test wordt gebruikt als middel tegen identiteitsfraude.

• Huwelijken tussen neef en nicht worden in beginsel verboden.

• Een verblijfsvergunning wordt niet verstrekt als de aanvrager eerder illegaal in Nederland verbleef of fraude pleegde. (1)

• Vreemdelingen die veroordeeld zijn voor een delict worden eerder uitgezet. De toetsingsperiode wordt verlengd tot vijf jaar en bij recidive wordt de norm voor veelplegers toegepast.

• Gezinsmigratie betreft het kerngezin: een duurzame, exclusieve relatie tussen partners en degenen die door biologische verwantschap tot het gezinshuishouden behoren. (2)

• Alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden, mede in het belang van de ontwikkeling van de kinderen zelf, zo snel mogelijk in het land van herkomst met hun familie herenigd, of ondergebracht in een opvangvoorziening in het land van herkomst.

• Het toelatingsbeleid richt zich op de bescherming van vreemdelingen die zelf, op grond van de internationale en Europese beschermingsnormen, vervolging of ernstige mensenrechtenschendingen te vrezen hebben; nationale beschermingsgronden, waaronder het categoriaal beschermingsbeleid, worden uit de Vreemdelingenwet geschrapt. Toelatingsprocedures worden gestroomlijnd en zoveel mogelijk bekort, in het bijzonder als het gaat om vervolgaanvragen en om reguliere aanvragen die worden ingediend door vreemdelingen die een machtiging tot voorlopig verblijf moeten aanvragen. De prikkels en mogelijkheden om procedure op procedure te stapelen, worden weggenomen. Deze maatregelen zijn erop gericht zorgvuldig te toetsen of bescherming nodig is en bij afwijzing het perspectief eenduidig op terugkeer te richten.

• Het kind van een afgewezen asielzoeker dat tenminste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar in ons land is krijgt een verblijfsvergunning indien het deze aanvraagt voor het bereiken van de leeftijd van 21 jaar en zich niet langdurig aan het toezicht van de rijksoverheid heeft onttrokken. Hetzelfde geldt voor een alleenstaande minderjarige vreemdeling die tenminste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar in ons land is. Alleen de in Nederland verblijvende gezinsleden van het kind van een afgewezen asielzoeker, krijgen bij deze vergunningsverlening een afgeleide verblijfsvergunning. Het voorgaande wordt vervat in een overgangsregime als onderdeel van een definitieve regeling in het kader van de stroomlijning en bekorting van toelatingsprocedures. In de definitieve regeling, die naar zijn aard betrekking zal hebben op een klein aantal personen, kunnen kinderen van afgewezen asielzoekers of alleenstaande minderjarige vreemdelingen die vijf jaar of langer aaneengesloten in ons land verblijven voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, alleen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning indien zij deze aanvragen voordat zij de leeftijd van 19 jaar hebben bereikt. Zij moeten dan, voordat zij de leeftijd van 18 jaar bereikten, hebben voldaan aan de voorwaarden dat zij zich niet langdurig aan het toezicht van de rijksoverheid hebben onttrokken, aan hun terugkeer hebben meegewerkt en hun identiteit hebben aangetoond, onder meer door het overleggen van documenten en/of consistent en naar waarheid verklaren en antwoorden. Een beroep op deze regeling biedt geen recht op opvang. Geen vergunning op grond van deze regeling wordt verleend aan een vreemdeling die een zwaar delict heeft begaan of aan wie is tegengeworpen dat hij oorlogsmisdaden heeft begaan en evenmin aan zijn gezinsleden. Indien voor, tijdens of na de aanvraag voor de overkomst van een of beide ouders door een alleenstaande minderjarige vreemdeling die een verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van deze regeling onjuiste gegevens zijn verstrekt met betrekking tot zijn ouders, leidt dit tot intrekking van zijn verblijfsvergunning.

• Werkgevers en malafide verhuurders die personen zonder verblijfsvergunning te werk stellen of onderdak bieden pakken we hard aan.

• Illegaal verblijf wordt strafbaar gesteld. Daarbij zijn particulieren en particuliere organisaties die individuele hulp bieden niet strafbaar. (3)

• We verhogen de Nederlandse bijdrage aan de opvang van vluchtelingen in de regio.

• Op basis van criteria zoals de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten zelf hanteren

(onder meer toets op strafblad en inkomen) komen we met een voorstel tot regulering van de vestiging van inwoners uit die landen in Nederland.

• Bij een restrictief en rechtvaardig immigratiebeleid hoort ook een actief en consequent terugkeerbeleid. Wie hier niet mag blijven moet vertrekken of wordt uitgezet. We oefenen druk uit op landen om hun onderdanen terug te nemen aan wie de toegang tot Nederland is ontzegd. Dit betreft ook de handels- en ontwikkelingscontacten met deze landen.

• We scherpen de eisen voor inburgering aan, zowel in het buitenland als in Nederland.

• Voorbereiding op het inburgeringexamen is een verantwoordelijkheid van

betrokkenen zelf.

Mensen met een asielstatus doen we een aanbod, voor anderen is een sociaal leenstelsel beschikbaar. (4)

• Inburgeringinspanningen worden consequent en vanaf het begin gevolgd. Wie zich onvoldoende inzet verliest de verblijfsvergunning, met uitzondering van degenen met een verblijfsvergunning asiel. Maar ook voor de laatste groep geldt dat zij zich in moeten zetten om belemmeringen voor werk, zoals het niet beheersen van het Nederlands, weg te nemen. Alleen dan kunnen zij in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering.

• Gezichtsbedekkende kleding wordt verboden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en in overheidsgebouwen. In de openbare ruimte kan de politie ten behoeve van identificatie gelasten de gezichtsbedekkende kleding af te leggen. Wie deze kleding draagt, voldoet niet aan de eisen voor een bijstandsuitkering. (5)

• Voor stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, naturalisatie en het niet verliezen van het verblijfsrecht bij het aanvragen van een bijstandsuitkering geldt nu een periode van vijf jaar. Die wordt verlengd tot zeven jaar. (6)

• Het kabinet spant zich in EU-verband in om ook voor EU-onderdanen te laten gelden dat zij pas na zeven jaar bijstand kunnen krijgen, mede in het kader van een te ontwikkelen ingroeimodel voor de sociale zekerheid.

• Immigranten met een gewelddadige partner komen in aanmerking voor een partneronafhankelijke verblijfsvergunning; de dader wordt vervolgd.

• Wie de Nederlandse taal niet beheerst krijgt geen bijstandsuitkering. Dit uitgangspunt wordt consequent toegepast: voor vreemdelingen uit derde landen, EU-onderdanen en Nederlanders. (7)

• Het ingezet beleid gericht op het verblijf en de terugkeer van EU-arbeidsimmigranten wordt voortgeze t.

• Per 1 januari 2014 vervallen de beperkingen voor de toegang van Bulgaarse en Roemeense werknemers tot de arbeidsmarkt. Dat vergroot het belang om het project EU-arbeidsmigratie, het programma aanpak malafide uitzendbureaus en de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving met kracht uit te voeren.

• Nederland zet zich er internationaal en in bilaterale contacten voor in dat mensen de mogelijkheid krijgen vrijwillig afstand te doen van een nationaliteit zonder stateloos te worden.