Het olympisch plan is nog niet dood, zegt Rogge

De voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), Jacques Rogge, vlakt Nederland nog lang niet uit voor de organisatie van de Olympische Spelen van 2028. Dat liet Rogge zaterdag blijken tijdens de viering van het honderdjarig bestaan van sportkoepel NOC*NSF op Papendal. „Ik hoop dat het project in de toekomst, binnen een paar jaar, zal worden herbekeken”, zei Rogge, die begrip toont voor het besluit van het nieuwe kabinet om af te zien van pogingen de Spelen van 2028 naar Nederland te halen. „Ik respecteer de beslissing van het kabinet.”

Volgens de Belgische IOC-voorzitter is het onder de huidige economische omstandigheden niet meer dan logisch dat landen andere prioriteiten stellen. „De sport leeft niet buiten de samenleving. Er is een zware economische crisis.”

Toch denkt Rogge dat de kansen voor Nederland nog niet verkeken zijn. „De tijdspanne is dermate groot dat het niet uitgesloten is dat in de toekomst een andere beslissing zal worden genomen. Vijftien jaar is een lange periode. Het is nu onmogelijk om te zeggen hoe de wereld er dan zal uitzien. Als het project weer opgevist zou worden, valt de beslissing in 2021. Dan moet je met je plannen klaar zijn in 2019 of 2020. Dat is nog ver weg.” Volgens Rogge zijn de Nederlandse olympische ambities „nog niet dood en begraven”.

Rogge zei op Papendal ook dat de dopingzaak rond de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong leert dat de strijd tegen doping verder zal moeten worden verscherpt. „Wij kunnen niet alles opsporen, maar het moet ons aanzetten om harder te strijden tegen doping.”

Rogge is er overigens van overtuigd dat „de overgrote meerderheid” van de sporters zuiver is. „Maar er is een kleine kern die niet wil luisteren en die het zal proberen met doping. Wij moeten die mensen kunnen vangen en ervoor zorgen dat die uit de sport gehaald worden.”

Maar het opsporen van dopinggebruikers blijft een moeizaam proces, stelt Rogge. „Wij leven in een rechtssysteem dat uitgaat van het vermoeden van onschuld. Dat algemene principe moeten wij ook in de sport respecteren. Wij kunnen niet een sporter op basis van vermoedens bestraffen. Er moet bewijsmateriaal zijn. En dat maakt het zo bijzonder moeilijk voor de sport.”

Rogge zei dat de zaak-Armstrong hem niet had verrast, omdat er al jaren vermoedens waren. „Maar ik was geschokt door de omvang en de massale organisatie ervan.” Het IOC gaat proberen Armstrong de olympische medaille die hij won tijdens de Spelen in 2000 af te nemen. Het is de vraag of de verjaringstermijn niet is overschreden. Rogge: „We moeten de rechtsstaat respecteren. Maar wij hebben goede argumenten om te geloven dat die verjaringstermijnen verlengd kunnen worden.”

De dopingschandalen in het wielrennen hebben volgens de IOC-voorzitter geen gevolgen voor de olympische status van de sport. Hij vindt dat anders onschuldige sporters zouden worden gestraft. „Wij moeten anderzijds naar de bonden toe durven stellen dat zij ernstig werk moeten maken van de bestrijding.”