Haarlemse automonteur in ijspaleis Sotsji

In Sotsji is de schaatsbaan voor de Winterspelen van 2014 klaar. IJsmeester Bertus Butter vertelt over de bouw en de kwaliteit van de olympic oval.

Automonteur? Nou, zo’n merkwaardige achtergrond is dat niet voor een ijsmeester, zegt Bertus Butter, volgens wiens concept de schaatsbaan voor de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji is gebouwd. „Processen die zich onder een motorkap afspelen, kom je ook in een ijsstadion tegen.”

Butter kan het weten. Als het om de techniek in ijshallen gaat, heeft de zestigjarige reus uit het Noord-Hollandse Groet een schat aan kennis vergaard. Van ijsgedrag tot luchtstromen, van energieverbruik tot geluidsgolven, Butter weet er zo veel van dat hij zichzelf tot technisch architect heeft benoemd. Mooie term voor een kleine zelfstandige die ijsmeester is geweest van de banen in Alkmaar, Haarlem en Heerenveen, maar tegenwoordig internationaal naam maakt als adviseur bij de bouw van ijsstadions.

Bij voorkeur in Oost-Europa, waar hij de ruimte krijgt. Want Butter is een eigenzinnige man, die samen met koeltechniekspecialist Boukens ICS uit Enkhuizen, een concept heeft ontwikkeld waaraan niet te tornen valt. Wie ja zegt tegen Butter, luistert naar Butter. Zo niet, dan worden er geen zaken gedaan.

Eerst had hij Sotsji afgewimpeld. Licht verongelijkt: „Ze wilden de ijsbaan in een rechthoekig gebouw leggen. Dan moet je niet bij mij zijn. Ik wil geen ijsvloertje in een evenementenhal aanleggen, maar een volwaardig stadion bouwen, waar je de ijsvloer er desgewenst kunt uithalen.”

Kennelijk uit onvrede over de kennis en kunde van Butters concurrenten, keerde ‘Sotsji’ terug bij de man die in het Russische Kolomna en de Kazachse hoofdstad Astana alom erkende pareltjes van schaatsbanen heeft afgeleverd. De Adler Arena, zoals het olympische ijsstadion in Sotsji heet, is rechthoekig van vorm gebleven, maar van binnen ovaal en compact. Precies zoals Butter wilde.

Als technische toelichting op zijn eerste olympische project: „Achter de tribune hebben we een wand laten zetten voor de aerodynamica. Het geluid is ‘in fase’, wat betekent dat er geen echo in de hal zit. Een speciaal in Nederland geconstrueerd doeken plafond is zodanig opgehangen, dat de energie van het publiek naar buiten wordt afgevoerd, zodat de schaatsers er geen hinder van ondervinden. En de lichtreflectie in de hal blijkt nu dusdanig hoog, dat de elektriciteit met een derde kan worden teruggeschakeld. Reken maar dat de televisieplaatjes mooi zullen zijn.”

Na deze week kan er geschaatst worden in Sotsji, wat gezien de subtropische omstandigheden in de badplaats aan de Zwarte Zee tegennatuurlijk aandoet. Vandaag is begonnen met schoon vriezen van de baan en de afvoer van water. Pas als die kwaliteit naar Butters zin is – hijzelf proeft letterlijk het water – wordt begonnen met het aanbrengen van de ijsvloer.

Butter: „Volgende week maandag moet er een halve tot één centimeter dikke ijslaag liggen. Nadat met titaniumoxide de baan wit is gespoten kan de belijning worden aangebracht. En kan ik naar huis. De WK afstanden, eind maart, wordt de grote olympische test. Nee, daar hoef ik niet bij te zijn. Vanaf volgende week is het aan de Russen. Als de ijsmeesters het niet goed doen, kunnen we altijd nog bijspringen.”

Terug in Nederland kan Butter nadenken over zijn volgende klus. De opdrachtgevers staan in de rij. Onder hen de organisatoren van de Winterspelen 2018 in Pyeongchang. Over de aanleg van een tweede olympische schaatsbaan wil hij pas na de Spelen van Sotsji beslissen. Maar of ‘Pyeongchang’ zo lang wil wachten? Butter merkt het wel. Dan maar niet.

Hij kan ook zwembaden aanleggen of sporthallen. En als het moet een voetbalstadion. Daarin is veel te verbeteren, meent Butter. „Dat er honderden miljoenen worden uitgetrokken voor stadions waar nog geen gras wil groeien, kan er bij mij niet in. Als je met een paar stumperige lampjes het gras in conditie moet houden, heb je als bouwer gefaald.”

Butter gruwt van het typische Nederlandse denken in vakjes . Bij hem geen afdeling techniek, afdeling beton of afdeling ijs. De technisch architect werkt geheel op zijn gevoel en heeft alle informatie in zijn hoofd opgeslagen. „Willekeurig welk project, maar als ik gebeld word in geval van een probleem, kan ik de details zo uit mijn geheugen opdiepen. Het kan een dagje duren, maar dan kan ik precies vertellen wat er gedaan moet worden. Voor mij bij 65 jaar geen pensioen, maar als mijn hoofd niet meer werkt, moet ik wel stoppen.”

Voor Butter dat punt heeft bereikt, wil hij zijn kennis overgedragen hebben. Aan een hogeschool of een universiteit. Zeer waarschijnlijk in het buitenland, omdat Butter daar het innovatieve klimaat herkent dat volgens hem in het Nederlandse onderwijs ontbreekt.

„We praten graag over begrippen als milieu, groen en duurzaam. Dat zijn loze kreten. Iets dat nu vijftien jaar meegaat is duurzaam. Wat een onzin! Amsterdam is pas duurzaam gebouwd. Nog wel op palen. Weet je wat het is? Aan technische opleidingen wordt al twintig jaar hetzelfde gedoceerd. Een andere kijk is dan moeilijk te accepteren, zeker als die komt van een automonteur.”

    • Henk Stouwdam