Groeten uit het Nederland van Rutte II

Waar komen de ministers vandaan die vandaag met koningin Beatrix op de trappen van Huis ten Bosch staan? Het kabinet-Rutte II is een groep overwegend blanke veertigers uit de Randstad. De VVD’ers komen uit de middenklasse, de PvdA’ers zijn van eenvoudiger komaf, maar hebben wel doorgeleerd. Niet eerder telde een kabinet zo weinig kerkgangers.

Fotografie Merlin Daleman

Wat zijn ze jong. Gemiddeld tellen de bewindslieden van Rutte II 49 jaar en 2 maanden: vier jaar jonger dan de vorige kabinetsploeg. De kern van de coalitie – Rutte, Asscher, Dijsselbloem, Blok, Samsom, Zijlstra – is zelfs tussen de 38 en 47 jaar oud. De veertigers hebben de babyboomers verdrongen uit de Trêveszaal.

Balkenende IV was het ‘VU-kabinet’, vrij naar de universiteit van de drie voormannen. Paars I en II gingen door het leven als ‘Randstadkabinet’, wegens de vele bewindslieden die in het westen des lands woonden. En Rutte I was het kabinet van ervaren vijftigers en zestigers die even orde op zaken kwamen stellen.

Vandaag staat Rutte II op de trappen van Huis ten Bosch. Wat bindt de ministers en staatssecretarissen van het kabinet dat ons land de komende jaren gaat regeren? Wie kijkt naar hun sociale, culturele en religieuze achtergrond, ziet een paar opvallende constanten.

Zoals: wat zijn ze blank. De ministers en staatssecretarissen hebben zonder uitzondering een autochtone afkomst. De vorige keer dat de PvdA regeerde, in het kabinet-Balkenende IV, zorgde die partij nog voor een multiculturele component: twee staatssecretarissen met een dubbel paspoort (Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb). En zelfs in de rechtse gedoogcoalitie met de PVV zat een bewindspersoon met twee nationaliteiten: de half-Zweedse Marlies Veldhuijzen van Zanten (CDA). Nu is het enige migrantensausje het feit dat de vaders van Mark Rutte en Jet Bussemaker opgroeiden in Nederlands-Indië. En dat diezelfde Bussemaker getrouwd is met een Surinaamse man.

Verder: wat zijn ze Randstedelijk. Bijna alle bewindslieden – vooral die van de VVD – wonen binnen een straal van zestig kilometer van het Binnenhof. De helft van de regeringsploeg komt uit één van de drie grote steden: Den Haag, Amsterdam of Rotterdam. De enige bewindslieden die het kabinet nog een enigszins regionaal tintje geven, zijn VVD’ers Henk Kamp (Zutphen), Frans Weekers (Weert) en de PvdA’ers Wilma Mansveld (Groningen), Co Verdaas (Nijmegen) en Frans Timmermans (Heerlen). Qua regionale spreiding vormt Rutte II een terugkeer naar de paarse jaren negentig.

Hoe zit het met de maatschappelijke afkomst van de ministers? In het regeerakkoord benadrukken VVD en PvdA dat ze allebei „volkspartijen met steun in brede lagen van de bevolking” zijn. Ze willen graag „bruggen slaan”: tussen stad en land, tussen hoog- en laagopgeleid, tussen rijk en arm.

Van die eerste twee ambities is in de samenstelling van de regeringsploeg vrijwel niets terug te vinden. Rutte II is grootstedelijk en hoogopgeleid. Maar een brug tussen volks en elitair, dat zou je het team van Rutte wel kunnen noemen. Heel voorzichtig dan.

De VVD-bewindslieden komen bijna allemaal uit de hogere middenklasse. Ivo Opstelten is bankierszoon en deed zijn eerste bestuurlijke ervaring op als ‘commissaris meubilair’ bij het Leidse studentencorps. De vader van Mark Rutte was directeur van een Haags handelshuis, die van Henk Kamp had een groothandel in papier. Edith Schippers’ stiefvader was directielid van een staalconcern. De enige VVD’er van vrij bescheiden afkomst is Fred Teeven: zijn vader was meubelmaker en bankbiljettencontroleur bij drukkerij Joh. Enschedé.

Maar daar staat een aantal PvdA-bewindslieden van eenvoudige komaf tegenover. Lilianne Ploumen is de dochter van een melkboer uit Maastricht. De vader van Ronald Plasterk werkte als televisiebuizengieter bij Philips: in interviews vertelt de PvdA’er vaak en graag over de Haagse portiekwoning waarin hij is opgegroeid. Co Verdaas groeide op als zoon van een magazijnbediende die in de WAO belandde. Jeroen Dijsselbloem komt uit een gezin van Brabantse onderwijzers. En beide grootvaders van Frans Timmermans werkten als kompel in de Limburgse mijnen.

De PvdA’ers compenseren hun relatief bescheiden afkomst met diploma’s. Maar liefst vier van de tien PvdA-bewindslieden zijn gepromoveerd: Ronald Plasterk (in de celbiologie), Lodewijk Asscher (in de rechten), Jet Bussemaker (in de politicologie) en Co Verdaas (in de beleidswetenschappen). Eén van hen – Plasterk – was in een vorig bestaan zelfs een internationaal gevierde geneticaprofessor.

Hoogopgeleid zijn ze vrijwel allemaal, de ministers en staatssecretarissen van Rutte II. Alleen Henk Kamp (opleiding tot belastinginspecteur) en Jeanine Hennis (secretaresseschool Schoevers) haalden geen universitaire graad.

Er is nog iets wat de bewindslieden van Rutte II bindt, behalve hun academische diploma’s: hun ongelovigheid. Nooit eerder kende een Nederlands kabinet zó weinig kerkgangers. In de Balkenende-jaren hadden we de uitgesproken gereformeerden Donner, Balkenende en Klink, plus born again katholiek Hirsch Ballin. Om nog maar te zwijgen van de diepgelovige ChristenUnie-mannen Rouvoet en Van Middelkoop.

Maar in Rutte II gaat slechts een handjevol bewindspersonen naar de kerk. De premier is Nederlands-hervormd, Ivo Opstelten hangt het vrijzinnige remonstrantse geloof aan en Frans Timmermans is rooms-katholiek met een kritische houding ten opzichte van het Vaticaan. Dat is het wel zo’n beetje. Alle drie houden ze hun geloof volstrekt gescheiden van hun werk. De meest uitgesproken believer uit de regeringsploeg is een atheïst: Ronald Plasterk.

Met het wegvallen van het CDA is God verdwenen uit de Trêveszaal. Dat blijkt ook wel uit het regeerakkoord, dat menig christen in Nederland koude rillingen zal bezorgen (toestaan van de koopzondag, afschaffen van de weigerambtenaar, mogelijk ruimere euthanasiewetgeving). Rutte II is misschien wel het meest seculiere Nederlandse kabinet tot nog toe. Wat niet wil zeggen dat de ministers en staatssecretarissen een goddeloos leven leiden: vrijwel allemaal zijn ze netjes getrouwd en hebben ze twee of meer kinderen (behalve de premier dan, een verstokte vrijgezel).

Het afscheid van het CDA heeft nog een ander, verrassend, gevolg : de homo’s zijn verdwenen uit de ministersploeg. De christen-democraten hadden de afgelopen jaren consequent een homoseksuele of lesbische bewindspersoon: Joop Wijn, Gerda Verburg, Jan Kees de Jager. Maar de sociaal-progressieve partijen VVD en PvdA komen nu met louter hetero’s op de proppen.

Misschien dat ze op dat gebied iets kunnen leren van voormalig CDA-Kamerlid (en homo) Ger Koopmans. Die placht te zeggen: „Wij zetten homo’s niet op een gayboot, maar in het kabinet.”