Groei III. Duurzaam groeien en vernieuwen

De positie van Nederland in de top 5 van de meest concurrerende economieën moet de komende jaren verankerd en versterkt worden. Ons land heeft daarvoor een uitstekende uitgangspositie met zijn innovatieve bedrijven en excellente kennisinstellingen. Een compacte, krachtige overheid die haar zaken financieel op orde heeft, kan in belangrijke mate bijdragen aan de versterking van die positie. Nederland komt sterker uit de crisis door de goede keuzes te maken. Keuzes voor hervormingen, ombuigingen en ambitie. De innovatiekracht van het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid zal optimaal worden gericht op de transitie naar een duurzame economie en groene groei, mede met het oog op versterking van het concurrentievermogen van de Nederlandse economie. Wij zorgen er voor dat de overheid daarbij een betrouwbare partner is die weet wat ze wil bereiken, besluitvaardig is en in staat vast te houden aan de ingeslagen koers.

De succesvolle samenwerking tussen bedrijfsleven, wetenschappelijke instellingen, regio's en overheid, in het kader van het topsectorenbeleid, wordt voortgezet en in het nieuwe financiële kader ingepast.

• Via NWO blijft 275 miljoen beschikbaar voor programmatisch onderzoek voor de topsectoren, waarbij de publiek-private samenwerking voor excellent fundamenteel onderzoek wordt voortgezet.

• Er komt 150 miljoen extra beschikbaar voor versterking van het fundamenteel onderzoek, waarvan 50 miljoen door herprioritering. Een substantieel deel zetten we in om te kunnen meedingen voor extra middelen uit het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020.

• Door verschuiving maken we 110 miljoen vrij om samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen verder te stimuleren. Hier staat tegenover dat generieke (fiscale) subsidies worden verlaagd.

De verschillen in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers zijn de afgelopen jaren toegenomen. Om meer evenwicht te bereiken wordt een winstbox ingevoerd in 2015. (1)

•We willen met bedrijfsleven en onderwijsinstellingen een Techniekpact 2020 afsluiten. Daarin wordt uitgegaan van het wederzijdse belang van bedrijven en onderwijsinstellingen en de ambities die de sector voor zichzelf formuleert. In het Techniekpact komen tenminste afspraken over de volgende onderwerpen:

• Transparantie door onderwijsinstellingen en bedrijven voor leerlingen en studenten

over de loopbaanperspectieven.

Het beschikbaar stellen van voldoende stageplekken. (2)

• Verbeteren van de doorstroom door praktisch ingestelde leerlingen een verkorte route door het beroepsonderwijs te bieden.

• Verkennen van mogelijkheden voor aanpassing van de bekostiging van instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en/of van meer cofinanciering door bedrijfsleven, waaronder een investeringsfonds voor moderne apparatuur en middelen voor techniekopleidingen.

• We verminderen de schooluitval in het technisch onderwijs door betere structurering van dat onderwijs en intensievere begeleiding.

• Het aantal kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven wordt sterk gereduceerd en taken worden ondergebracht bij de Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven.

• We kiezen voor een realistische, ambitieuze groene groeistrategie, waarin ruimte en zekerheid verankerd worden.

Ons land heeft alles in huis om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de snelle ontwikkeling van nieuwe energiebronnen als zon, wind, biomassa en geothermie: hoogwaardige chemie, een innovatieve agrarische sector, grote havens en een sterke energiesector. Die ontwikkeling is noodzakelijk vanuit het perspectief van klimaatverandering en eindige grondstoffen en is tevens een uitdaging voor innovatieve ondernemingen. (3)

Een groot aantal veelbelovende ‘biobased’ initiatieven is de laatste jaren al tot stand gekomen. Deze ‘biobased economy’ kan een van de pijlers vormen voor groene groei. We willen – met een breed draagvlak in parlement en samenleving – een stabiel en ambitieus beleid voor de lange termijn neerzetten. In internationaal verband zal getracht worden daar zoveel mogelijk landen bij te betrekken, ook om zo de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten.

• Nederland zet in op een ambitieus internationaal klimaatbeleid. Nieuwe internationale doelstellingen voor de jaren 2020, 2030 en verder moeten technologische vooruitgang aanjagen en ecologisch evenwicht voor de toekomst veilig stellen. Wij streven internationaal naar een volledig duurzame energievoorziening in 2050.

We kiezen voor een aandeel duurzame energie in 2020 van 16 procent. (4)

Om innovatie te stimuleren, wordt een optimale mix ingezet van subsidies (SDE+) en mogelijk ook de leveranciersverplichting en bijmengverplichtingen. De concurrentiepositie van de energie-intensieve sectoren en de werkgelegenheidseffecten worden daarbij in het oog gehouden. Voor de aan het eind van deze kabinetsperiode optredende lastenverzwaring komt een compensatie. In 2016 wordt de voortgang beoordeeld en over het vervolg besloten.

• Energiebesparing krijgt prioriteit. De aanpak van de Green Deals wordt uitgebreid met ten minste een besparingsdeal met energiebedrijven en woningbouwcorporaties voor een versnelling in het verduurzamen van de bestaande woningen. Ook voor kantoren, scholen en andere gebouwen wordt energiebesparing via energiebedrijven op deze wijze bevorderd. Het kabinet zal dit ondersteunen door waar mogelijk belemmeringen in wet- en regelgeving weg te nemen.

Het kleinschalig, duurzaam opwekken van (zonne-)energie waarvoor geen rijkssubsidie wordt ontvangen, wordt fiscaal gestimuleerd door invoering van een verlaagd tarief in de eerste schijf van de energiebelasting op elektriciteit die afkomstig is van coöperaties van particuliere kleinverbruikers, aan deze verbruikers geleverd wordt en in hun nabijheid is opgewekt. (5)

Deze wordt lastenneutraal gefinancierd door een generieke verhoging van het reguliere tarief in de eerste schijf van de energiebelasting.

• Om de kostprijs van windenergie op zee versneld omlaag te brengen zal het kabinet samen met energiebedrijven en de Nederlandse offshore industrie initiatieven nemen om de innovatie in deze veelbelovende sector te stimuleren. Met netbeheerders wordt verkend hoe de benodigde transportinfrastructuur voor elektriciteitswinning op zee tot stand kan komen.

• Elektrisch vervoer biedt veel kansen voor Nederland. Met netbeheerders, energiebedrijven en lokale overheden worden afspraken gemaakt over de laadinfrastructuur om de groei van elektrische mobiliteit verder te stimuleren.

• Biomassa moet zo hoogwaardig mogelijk worden ingezet (‘cascadering’) en de duurzame productie en herkomst van biomassa gegarandeerd.

• Het kabinet streeft naar een circulaire economie en wil de (Europese) markt voor duurzame grondstoffen en hergebruik van schaarse materialen stimuleren.

• De agrarische sector is een belangrijke economische motor. Nederland is de tweede exporteur van agrarische producten ter wereld. Boeren en tuinders verdienen dus de ruimte om te ondernemen en een fatsoenlijke beloning voor hun bijdragen aan het cultuurlandschap en de natuur. Een effectieve borging van publieke belangen moet samengaan met ruimte voor vernieuwing. Daarom gaan we met kracht door met het verminderen van regeldruk en kiezen we voor een samenhangende aanpak in de verschillende sectoren op het terrein van ordening, sturing en toezicht.

• We koersen aan op een structurele verlaging per 2017 met 2,5 miljard (ten opzichte van 2012) van de regeldruk voor bedrijven, professionals en burgers. Daartoe wordt een verband gelegd tussen het invoeren van nieuwe regels en het laten vervallen van bestaande regels.

• We gaan ook de minder meetbare, maar zeer merkbare regeldruk verminderen door met belanghebbenden in tenminste vijftien regeldichte sectoren en domeinen de ervaren problemen te verkennen en concrete oplossingen te vinden. Sectoren als chemie, logistiek, agri & food, life sciences, de bouw, (jeugd)zorg, onderwijs en politie zullen hier deel van uitmaken.

• De wettelijke winkelsluiting op zondag wordt opgeheven. Het is aan gemeenten om desgewenst nadere regels te treffen. (6)

• We gaan de vormgeving van toezicht waar nodig herbezien – ook in samenwerking met de medeoverheden – om met behoud van effectiviteit de toezichtlasten te verminderen.

• De dienstverlening door overheden moet beter. Bedrijven en burgers kunnen uiterlijk in 2017 zaken die ze met de overheid doen – zoals het aanvragen van een vergunning – digitaal afhandelen. Er komt een eenmalige gegevensuitvraag voor ondernemers die gebruik maken van het Ondernemingsdossier om bedrijfsgegevens uit te wisselen met de overheid.

• Er komen tien publiek-private doorbraakprojecten, ondermeer gericht op het vergroten van het gebruik en de kennis van ICT door het midden- en kleinbedrijf, in de topsectoren en in sectoren als onderwijs en zorg.

• Door de ordening en de governance te verbeteren kunnen de belangrijke bijdragen die woningcorporaties, pensioenfondsen, zorginstellingen, scholen en spoorbedrijven aan de welvaart en het welzijn in ons land leveren, vergroot worden. Het kabinet zal hiertoe voorstellen doen.

Ondernemers hebben ruimte nodig om te groeien. Die kan verkregen worden door vernieuwing via ICT en vermindering van regeldruk en nalevingskosten, maar vooral ook door betere toegang tot krediet en kapitaal.

• De Garantie Ondernemingsfinanciering wordt structureel gemaakt, met een garantieplafond van 400 miljoen per jaar. Zo blijven ondernemers in staat bankleningen aan te trekken en bankgaranties te verkrijgen.

• Om kleine, startende ondernemers beter te kunnen helpen zal het kredietplafond van de microfinancieringsorganisatie Qredits worden verhoogd van 50.000 tot 150.000 euro. Er zal met Qredits en de banken een afspraak worden gemaakt om dit te bewerkstelligen.

• We maken binnen het bestaande Innovatiefonds MKB+ ruimte om meer risicodragend vermogen aan jonge innovatieve bedrijven te kunnen verstrekken.

• Nieuwe alternatieve financieringsvormen zoals kredietunies, crowdfunding en MKBobligaties zullen worden ondersteund via promotie, wegnemen van belemmeringen in de regelgeving en door de inzet van kennis en bestaande instrumenten.

Een gezonde financiële sector is onmisbaar voor het functioneren van onze economie. Maar als bankiers te grote risico’s nemen, kan dat onze economie ook grote schade toebrengen. Die ervaring hebben we en dat willen we niet nog eens meemaken. Daarom zetten we de fundamentele hervorming van de bankensector door, zodat banken weer een positieve bijdrage kunnen leveren aan het herstel van de reële economie.

• Er komt een verplichte bankierseed met strenge sancties bij overtreding.

• Niet alleen topbankiers worden door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank gescreend, ook bankmedewerkers verantwoordelijk voor transacties met hoge risico’s.

• Producten die niet in het belang zijn van de klant mogen niet worden verkocht. De zorgplicht van banken wordt wettelijk verankerd.

• Op basis van het advies van de onlangs ingestelde commissie structuur Nederlandse banken komen er voorstellen om spaartegoeden van burgers beter te beschermen tegen risicovol bankieren. (7)

• Tussen 2013 en 2018 worden de kapitaaleisen voor banken (Basel III) geleidelijk verhoogd om de kans op financiële crises fors te verkleinen. We halen het groeipad voor de additionele buffers voor systeemrelevante banken (SIFI) naar voren om risico’s verder in te perken. Dat doen we verantwoord op basis van een risicoinschatting en een internationale vergelijking, mede met het oog op de concurrentiepositie.

• Nederland steunt de stapsgewijze totstandkoming van een Europese bankenunie. (8)

Er dient zo snel mogelijk sprake te zijn van effectief Europees bankentoezicht en opschoning van balansen. Onder strikte voorwaarden kan daarbij directe bankensteun uit het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) aan de orde zijn. Sluitstuk is een gemeenschappelijke resolutiemechanisme en een Europees depositogarantiestelsel.

• Voor organisaties die (mede) met publiek geld zijn gefinancierd, is het verboden te speculeren met complexe financiële producten zoals derivaten. Verzekeren tegen renterisico’s is wel toegestaan. Toezicht hierop vindt plaats bij de jaarlijkse accountantscontrole.

• In Europa is een versterkte samenwerking op gang gekomen met het oog op een mogelijke heffing op de financiële sector.

Nederland zal zich hierbij aansluiten op voorwaarde dat onze pensioenfondsen hiervan gevrijwaard blijven, er geen disproportionele samenloop is met de huidige bankenbelasting en de inkomsten terugvloeien naar de lidstaten. (9)

• ABN AMRO kan pas terug naar de markt als de financiële sector stabiel is. Er moet voldoende interesse zijn in de markt, de onderneming moet er klaar voor zijn en zoveel mogelijk van de totale investering van de Staat moet terugverdiend kunnen worden. Tegen deze achtergrond onderzoeken we ook andere opties dan een volledige beursgang.

• De hoogte van de maximale variabele beloning binnen de financiële sector wordt wettelijk vastgelegd op 20 procent van de vaste beloning. (10)

• Om misbruik, fraude, constructies en witwassen effectiever aan te kunnen pakken, krijgen belastingdienst en de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst / Economische controledienst meer capaciteit.