Geen beëdiging

Je hoort wel eens over mensen die al na enkele dagen in een nieuw huwelijk of andere werkkring denken: waar ben ik aan begonnen? Voor de schijn gaan ze nog een poosje door, maar diep in hun hart zijn ze al met het afscheid bezig.

Zal het Diederik Samsom ook zo vergaan? Laten we voor Nederland hopen dat hij niet te veel op mij lijkt – waarvoor overigens ook geen aanwijzingen zijn. Moedeloos van alle kritiek van de afgelopen dagen zou ik gisteravond al Hare Majesteit de Koningin hebben gebeld. Met het volgende resultaat.

„Majesteit, het spijt me vreselijk, maar ik zie toch af van de beëdiging. Het is zinloos. Waarom zouden we onze kostbare tijd verdoen met een bezigheid die tot niets kan leiden?”

„Maar meneer Abramsom, zó ken ik u helemaal niet! U leek me zo’n optimistische, onverzettelijke man, iemand die bergen kan verzetten.”

„Bergen in Nederland? Ik besef me nu dat dit godsonmogelijk is.”

„Voor we verdergaan: het is ‘ik besef’ zonder ‘me’. Beseffen is geen wederkerend werkwoord en het wordt dus zonder het wederkerend voornaamwoord ‘zich’ gebruikt. Dit terzijde, en ik corrigeer u ook alleen maar omdat ik u eerder die fout hoorde maken...”

„Neem me niet kwalijk, majesteit.”

„Wat mij veel meer verontrust is uw fatalistische houding. Waarom gooit u nu al de handdoek in de ring?”

Het blijft even stil aan de andere kant. Het is duidelijk dat daar iemand vecht met zijn woorden, misschien zelfs wel met zijn tranen. „Ik... ik kan er niet meer tegen”, perst Dieder(ik) eruit. „Laten we eens even optellen wat mij de laatste dagen is overkomen. Eerst word ik met Rutte op het schild gehesen, maar meteen daarna begint de afbladdering al. Opeens deugt er niets meer van onze plannen. De Telegraaf is tegen ons, veel VVD’ers scharen zich achter De Telegraaf, of andersom, Wiegel die de PvdA altijd al gehaat heeft, maakt van de kans gebruik om zich op ons te storten...”

„Meneer Abramsom, dit gesprek blijft uiteraard entre nous, maar u bent toch niet zo slap dat u zich iets van die ijdele praatjesmaker aantrekt?”

„Het gaat mij om de optelsom, majesteit. Na Wiegel volgt Bolkestein, en in hun kielzog de hele VVD. Opeens roept Rutte tegen zijn leden dat hij nog ‘aan de knoppen’ kan draaien. Maar op het gebied van de zorgpremie zijn het ónze knoppen.”

„Maar u deed wel onvoorzichtige dingen met die knoppen.”

„Wat deed de VVD dan met de PVV? Was dat soms niet onvoorzichtig? Heeft u Wiegel tóen gehoord? En Bolkestein?”

„U zult zich geen fouten kunnen veroorloven, meneer Abramsom.”

„Precies. En omdat ik me dat besef, pardon, omdat ik dat besef kap ik ermee. Zag u de uitzending van Buitenhof?”

„Ik heb er onder het strijken met één oog naar gekeken.”

„Dan weet u wat ik bedoel. Eerst begon mijn vroegere partijvoorzitter Ruud Koole een potje te aarzelen. Die plannen van ons waren riskant en we moesten ons misschien wel ‘achter de oren krabben’. Toen kwam het ergste: Roemer en Buma. Of ze ons in de Eerste Kamer wilden steunen? Jazeker, als we precies de maatregelen namen die zij wilden. Roemer zei het letterlijk: dan had de PvdA maar één blok moeten vormen met de SP. Wraak dus.”

„Een groot politicus zou het als een uitdaging zien.”

„Majesteit, het is voorbij. We gaan terug naar Amsterdam: Lodewijk wordt weer wethouder, ik straatcoach of, desnoods, columnist.”