Dichters

Op New York Grand Central neem ik de Harlem Line naar het noorden. Het is nog vroeg, de coupé is verlaten. Pas als we de stad verlaten hebben stapt er in Chappaqua een oude man in die recht tegenover me komt zitten. Ik werp hem een vriendelijke knik toe en lees verder in mijn boek. De man lijkt me langdurig aan. ‘Are you a poet?’ vraagt hij wantrouwig. Alhoewel ik wel eens een gedicht geschreven heb zeg ik van niet. ‘En waar kom je vandaan?’ Uit Nederland, zeg ik, maar vertel ook dat ik momenteel in Afrika woon. We zwijgen, ik richt mijn ogen opnieuw op mijn boek. ‘Dat is typisch voor buitenlanders,’ zegt hij ten slotte. ‘Alle buitenlanders lijken op dichters.’