De wereld V. Nederland in de wereld

Nederland kent van oudsher een sterke internationale oriëntatie, zowel omdat het in ons belang is als uit overtuiging. Nederlanders en Nederlandse bedrijven hebben grote belangen in het buitenland. Het buitenlands beleid is gericht op het behartigen en beschermen daarvan en bevordert de internationale rechtsorde en de mensenrechten.

De allerarmsten staan centraal bij ontwikkelingssamenwerking. (1)

Onze krijgsmacht moet in staat blijven in internationaal verband de veiligheid van ons land te garanderen en bij te dragen aan vrede en veiligheid in de wereld. Zij moet hiertoe beschikken over eenheden en materieel van hoge kwaliteit. Zo dienen we internationale stabiliteit, veiligheid en welvaart.

• In bilaterale- en multilaterale samenwerking en contacten bevorderen we mensenrechten, duurzaamheid en goede arbeidsomstandigheden en krijgt energie- en grondstoffenzekerheid bijzondere aandacht.

• Nederland zet zich in voor een effectieve werking van internationale organisaties.

• Waar mogelijk draagt Nederland bij aan vrede en veiligheid in het Midden-Oosten en benut daarbij de goede banden met zowel Israël als de Palestijnse autoriteit. (2)

• We besparen op het postennetwerk, vooral door samenwerking in EU-verband en met andere (Europese) landen. (3)

• De Dienst Buitenlandse Zaken gaat per 1 januari 2013 vallen onder de Algemene Bestuursdienst.

• De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van het buitenlandse beleid, inclusief de Europese agenda van het kabinet. De voorbereiding van de Europese Raad vindt plaats onder regie van de minister-president.

Er komt een minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hiermee wordt het belang van samenhang tussen beide beleidsterreinen bevestigd. Dit geldt bijvoorbeeld voor het vergroten van de mogelijkheden van het midden- en klein bedrijf om te investeren in zich ontwikkelende landen, en ook voor het creëren van nieuwe coalities tussen bedrijven, NGO’s en particulieren zoals die om HIV/AIDS in Afrika te bestrijden. Het belang van de 3Dbenadering (defense, diplomacy, development) bij internationale crisisbeheersingsoperaties en vredesmissies komt tot uiting in een nieuw budget voor internationale veiligheid.

• Om kansen te creëren voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen werken we actief aan de versterking van internationale economische relaties en blijft economische diplomatie een zware component in het werk van ambassades en consulaten.

• De versterkte samenhang tussen buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking krijgt onder meer vorm door het in samenwerking met het bedrijfsleven ontwikkelen van een revolverend fonds van 750 miljoen dat in de jaren 2014-2016 vanuit de begroting van Ontwikkelingssamenwerking wordt gevoed. Hieruit kunnen investeringen in ontwikkelingslanden worden ondersteund, in het bijzonder die van

het midden- en kleinbedrijf.

• Het belang van vredes- en crisisbeheersingsoperaties voor ontwikkelingslanden wordt onderstreept door vanaf 2014 een nieuw structureel budget voor Internationale Veiligheid in te stellen van 250 miljoen, dat ter beschikking komt voor de dekking van uitgaven verbonden aan internationale veiligheid, die nu nog drukken op de begroting van Defensie. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is verantwoordelijk voor de aanwending, in overeenstemming met de minister van Defensie.

• Met het oog op het financieren van bovenstaand fonds en budget en als bijdrage aan het oplossen van de algemene financiële problematiek wordt gekort op de begrotingen van Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, oplopend tot respectievelijk 1 miljard en 250 miljoen in 2017. (4)

• Nederland zet zich binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in voor modernisering van de criteria voor officieel erkende ontwikkelingshulp.

• De prioriteiten op het terrein van ontwikkelingssamenwerking blijven watermanagement, voedselzekerheid, veiligheid en rechtsorde, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Hetzelfde geldt voor de doorsnijdende thema’s: gender, milieu (inclusief de internationale klimaatdoelstellingen uit Kopenhagen) en goed bestuur.

• Voor een bijdrage aan internationale crisisbeheersingsoperaties is een volkenrechtelijk mandaat vereist of dient sprake zijn van een humanitaire noodsituatie. Verzoeken daartoe worden overwogen in het perspectief van onze internationale verantwoordelijkheid en nationale belangen.

• Bij internationale missies naar landen in conflict moeten veiligheid, ontwikkeling en diplomatie hand in hand gaan.

• De oorspronkelijke voornemens met betrekking tot de vervanging van de F16 zijn niet uitvoerbaar zonder aanpassing hiervan of herprioritering binnen het totale Defensiebudget. De minister van Financiën verzoekt de Algemene Rekenkamer een

onderzoek in te stellen naar de ontwikkeling van de financiële perspectieven ten aanzien van de aanschaf en exploitatie van de vervanger van de F16 en de informatievoorziening daarover in de afgelopen periode. De minister van Defensie ontwikkelt, in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en uitgaande van het beschikbare budget, een visie op de krijgsmacht van de toekomst. Ook in de toekomst zal de krijgsmacht de verplichtingen in NAVO- verband gestand moeten kunnen doen en in staat zijn in internationaal verband een bijdrage te leveren aan crisisbeheersingsoperaties.

Mede op basis van beide rapportages zal het kabinet eind 2013 een beslissing nemen over de vervanging van de F16. Gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer ter zake zetten we de ontwikkel- en testprogramma’s conform de MOU’s voort. (5)

• De missie in Afghanistan (Kunduz) wordt afgemaakt en conform planning afgerond in 2014. (6)