De stad is een ideaal decor New York, New York!

De marathon van New York ging gisteren niet door, vanwege Sandy. Maar ondanks tegenslagen blijft New York kunsthoofdstad. Twee kunstenaars uit Nederland over hun ervaringen.

Sandra Smallenburg

Redacteur Beeldende Kunst

Andrei Roiter (1960) groeide op in Moskou en woont nu afwisselend in Amsterdam en New York. Wat hem betreft is New York nog altijd het centrum van de kunstwereld.

„Het was geen liefde op het eerste gezicht, toen ik twintig jaar geleden in New York belandde. Ik vond de stad onmenselijk. Ik zag vooral de lelijke dingen: de hebzucht en de armoede. Door de hoge gebouwen was er nauwelijks zon op straat, ik vond het net torens voor werkende mieren. Ik voelde de stress van de stad. Maar toen ik regelmatig terugkeerde naar New York ontdekte ik ook haar schoonheid. De rauwe kwaliteit van New York heeft ook iets aantrekkelijks. Neem alleen al de metro. De geur is daar zo intens, de herrie enorm. Heel anders dan de rijke architectuur die ik gewend was van de metro in Moskou.

„Wat New York zo uniek maakt als kunststad is de enorme concentratie en diversiteit van tentoonstellingsplekken. Er zijn meer dan zeshonderd galeries, elke stijl is er vertegenwoordigd. Alleen daarom al is New York voor mij nog steeds de belangrijkste kunststad ter wereld. De beste shows zie ik nog steeds hier.

„Je moet als kunstenaar een harde huid hebben om in New York te kunnen werken. De strijd om te overleven is ongelofelijk. Het geld regeert. De meeste kunstenaars die ik ken, moeten er een baan als bouwvakker of vormgever naast nemen om te kunnen bestaan. Twintig jaar geleden kon ik me nog een studio in Little Italy veroorloven, daarna verhuisde ik naar Tribeca. Maar daar schoten de prijzen ook omhoog, dus nu zit ik in Harlem. In de galeriewijk Chelsea kost een tentoonstellingsruimte al snel 10.000 dollar per maand. Dat geld moet natuurlijk terugverdiend worden. Ook al verkoop je je hele show, dan nog kun je er niet van leven.

„Kunstenaars racen in New York tegen elkaar om het succes. Zo’n 100.000 kunstenaars vechten om de gunsten van zo’n 600 galeries. En je hebt het typisch Amerikaanse fenomeen dat je overnight opeens heel beroemd kunt zijn. Maar het geheugen van de New Yorkse kunstwereld is maar kort: de volgende zomer ben je weer vergeten. Er is een enorme honger naar sensatie. New Yorkers zijn rusteloos. Dat zie je ook aan de galeries. Elk seizoen zijn er weer nieuwe plekken, andere locaties. Als het te comfortabel wordt, trekken ze weer weg. Want New York moet wel rauw blijven, je wilt met je galerie niet tussen de boutiques zitten.

„Kunstenaar zijn is in New York geen levensstijl, maar een industrie. De studio’s van succesvolle kunstenaars lijken op fabrieken met teams van werknemers en assistenten. Niets bohémienachtige romantiek, zoals in Europa. In New York laten kunstenaars elkaar bijvoorbeeld niet graag hun studio zien, want wie weet gaat er dan iemand met jouw ideeën vandoor. Dat doet mijn Russische ziel soms wel pijn.”