Bløf viert zijn verjaardag sober met 17.000 fans

Bløf in Ziggo Dome: Bas Kennis (links), Norman Bonink, Paskal Jakobsen, Peter Slager. Foto Andreas Terlaak

Bløf. Gehoord: 3/11, Ziggo Dome.

De rode draad in de 20-jarige muziekcarrière van Bløf: de eeuwige discussie over de onnavolgbare, dikwijls mistige songteksten. Niets kan muziekliefhebbers zo verdelen over Bløf: ultieme vervoering versus verachting van de poëtische gekunsteldheid. Het is de onduidelijke beeldspraak die vragen oproept. „Er zijn vliegtuigstoelen, miljoenen bijbedoelingen en bovendien zijn er limousines, en er zijn leugens over sterren die we toch niet zien.” Er klinken merkwaardige tegenstellingen. „Hoe ver je gaat, heeft met afstand niets te maken, hoogstens met de tijd.” En geen songtekst is gespeend van uitvergrote emotie.

Afgelopen week zag de band zich even verwikkeld in een klein mediarelletje toen de muzikanten weigerden zich op camera te laten confronteren met door EenVandaag verzamelde teksthaters. Onverstoord vierde de Zeeuwse band zaterdag, in een uitverkocht Ziggo Dome met 17.000 bezoekers, gewoon zijn jubileum. Dat werd, ondanks de grote schaal, muzikaal sober aangepakt.

Anders dan door het spelen van Bløfs grootste en mooiste singles werd het geen grootse terugblik op de afgelopen jaren. Er waren geen muzikale gasten, geen nieuwe versies van oude liedjes, geen intermezzo’s of inleidingen die herinnerden aan bijvoorbeeld het indrukwekkende, mondiale muziekproject Umoja dat de groep twee jaar in de ban hield – als muzikale VOC in dertien landen de specerijen bijeen sprokkelend.

Natuurlijk, er is daarvan genoeg gedocumenteerd. En ter ere van dit jubileum is ook van alles uitgebracht (de best of-cd Hier, een biografie). Maar de eenvoud die Bløf in de Ziggo Dome tentoonspreidde was wonderlijk. Was er nu echt niet meer uitdaging voor dit feest te vinden? Vermoedelijk is het muzikale spagaat waarin de band al jaren verkeert: te veel experiment vervreemdt de groep van de aanhang.

Alleen een uitstekend lichtplan met doordachte lichtpatronen tilde deze show op. Zeker in Harder dan ik hebben kan vielen ragfijne lichtbanen als regen op het publiek. Daarnaast bewogen de vier vlakken uit het logo van Bløf boven het podium en toonden ze fragmenten uit clips.

Later als ik groter ben was de opening. Eerst waren de silhouetten van de vier muzikanten te zien. Dan knalde het podiumlicht open: zanger Paskal Jakobsen, bassist en tekstschrijver Peter Slager, toetsenist Bas Kennis en drummer Norman Bonink waren met hun instrument opgesteld op een loopbrug die de linkertribune, via het podium, met de rechtertribune verbond. Jakobsen zong de nieuwe single rechtsboven, pal voor de mensen: „Later als ik groter ben, blijf ik wie ik ben. Later als ik mij herken, weet ik wie ik ben.”

De band heeft patent op liedjes van mineur en mismoedigheid, soms loodzwaar van thematiek, met ladingen emotie op de schouders. Maar Bløf schept ook graag een sfeer van hoop en nieuwe kansen. Huiselijk geluk, de kracht van vriendschap – dat de zon weer schijnt en de bovenkamers zijn gelucht. Met een regelrechte oppepper als Hou vol, hou vast, uit volle borst meegezongen door de fans, of het hard en hoge Donker hart.

De duidelijk genietende band bracht precies de staalkaart van hoe Bløf in de hoofden van de mensen zit: een traditionele poprockshow met vooral de muzikaal eenvoudige liedjes, zoals Alles is Liefde, de verbroederende singalong. Het minipodium voor het akoestische ‘blokje’ is in zo’n traditionele opzet voorspelbaar, maar het leverde in elk geval andere muziekvormen op: Aan de kust met een Coldplay-intro (Yellow), de eerste hit Liefs uit Londen met enkel piano, het stemmige Oktober en de toegift Dansen aan zee.

Bijzonder was het moment toen Jakobsen aankondigde „het volgende nummer wel met zijn vieren te spelen, maar zonder drummer Norman”. De in 2001 bij een motorongeluk omgekomen drummer Chris Götte verscheen groot in beeld, zijn kwasten rustig vegend in het liedje Ze is er niet. Het was een ontroerend eerbetoon dat in dit geval heel goed zonder woorden kon.