Atheïsme is de foute term voor gezond verstand

Het mensbeeld in religies is verouderd. Een morele maatschappij op basis van de rede werkt beter, stelt Philipp Blom.

Nu Europa in een crisis verkeert, kunnen we de toekomst het beste dienen door een seculier humanisme. Geen hardvochtig en fundamentalistisch geloof, maar verstand met passie.

In een recensie van mijn jongste boek, Het verdorven genootschap, noemde de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal mij „de vierde ruiter van de Apocalyps”. Dit was niet bedoeld als compliment. Wat de recensent wilde zeggen, is dat ik in navolging van Christopher Hitchens, Richard Dawkins en Sam Harris was toegetreden tot de gelederen van ‘militante atheïsten’. Ze zouden religie willen neerhalen uit naam van een nieuwe orthodoxie: een hardvochtig, rationalistisch ongeloof dat niet in staat of bereid is om de rijkdom en het culturele belang van religie te waarderen.

Ik teken bezwaar aan tegen deze beschrijving. Ik vind het zeker niet erg om in één adem te worden genoemd met deze drie heren, van wie er nu nog maar twee over zijn na de tragische dood van Christopher Hitchens, maar ik hou er niet van om een atheïst te worden genoemd.

Het klopt dat ik niet in een god geloof en dat ik van mening ben dat alle religies primitieve sprookjes zijn die meer kwaad doen dan goed. Per slot van rekening ga je ook niet naar een sjamaan uit de bronstijd als je ziek bent. Evenmin laten wij onze huizen en steden bouwen door technici uit dat tijdperk of verklaren wij de wereld met behulp van hun kennis. Waarom zou je dan een beroep doen op de wereldbeschouwing uit de bronstijd als je probeert na te denken over de meest fundamentele vragen over ons leven en onze moraliteit?

Mijn bezwaar is daarentegen van een andere aard. Ik geloof niet in eenhoorns, maar ik zou niet omschreven willen worden als een ‘niet-eenhoornist’. De reden is eenvoudig: met datgene waar ik niet in geloof, kan niet worden beschreven wat ik belangrijk vind in deze wereld en mijn leven. Hetzelfde geldt voor de term ‘atheïst’. Dat is een negatieve omschrijving die impliceert dat ‘theïst’-zijn de norm is. Door de term ‘a-theïst’ word ik omschreven aan de hand van andermans regels. Ik geloof niet in eenhoorns en niet in god. Wat ik wel geloof, is dat de haarloze apen die wij zijn, de Homo sapiens sapiens, een oneindig beter leven zouden kunnen opbouwen als ze zich zouden losmaken van religieuze inzichten, van metaforen die ooit misschien nuttig waren, maar dat inmiddels niet meer zijn. Noem me liever een seculier humanist.

De benaming ‘militant atheïsme’ is ook een retorische truc om secularisten in het hoekje van dogmatici te drukken. Omdat we niet bereid lijken in discussies met religieuze mensen mee te gaan, luidt de beschuldiging dat we ‘net zo dogmatisch als religieuze fundamentalisten’ zijn.

Dit is wel heel onterecht. Als een tapijtverkoper me vertelt dat zijn tapijten kunnen vliegen, ga ik er niet van uit dat dit theoretisch mogelijk is alleen omdat er oude verhalen over vliegende tapijten bestaan. Als we besluiten een straat over te steken of al dan niet op een oosters tapijt vertrouwen om van A naar B te komen, vertrouwen we op onze zintuigen en de principes die op zintuiglijke waarneming zijn gebaseerd. Het is niet dogmatisch om af te zien van wat ik sprookjes acht, maar een kwestie van gezond verstand. Het is een nuchtere kijk op de wereld die ons in staat stelt om te overleven en te gedijen.

Tijdens sommige discussies kan de waarheid niet aan het licht worden gebracht via compromissen, zoals Richard Dawkins ooit opmerkte. Soms heeft een van de partijen het simpelweg bij het verkeerde eind.

Is religie eigenlijk nog wel relevant in een seculiere samenleving als de Nederlandse? Jazeker. Ons hele denkkader is nog steeds doordrenkt van de waarden en uitgangspunten van het christendom - de religie die de geest verkiest boven het lichaam en het rationele boven het irrationele, die gelooft in of hoopt op verlossing en verkondigt dat de mens door het lijden moet worden gelouterd, dat de geschiedenis een doel heeft, een onzichtbare hand onze markten leidt, een transcendente Waarheid ons allen regeert en een religieuze overtuiging of praktijk meer respect en tolerantie verdient dan een andere.

In de crisis die Europa doormaakt, is het de moeite waard om ons af te vragen of we niet betere, humanere samenlevingen zouden kunnen bouwen door uit te gaan van een seculier humanisme – door een beeld van de mens als een dier dat in essentie niet rationeel is, maar vervuld is van emotionele en, zo men wil, spirituele behoeften, waarin kan worden voorzien door mededogen en het vieren van de levenslust die in ieder van ons in zich heeft.

Noem het met Nietzsche onze „wil tot macht”, of met Diderot onze volupté. Dit is overigens wat de radicale, achttiende-eeuwse denkers over wie ik in Het verdorven genootschap schreef – Diderot, Holbach en Hume – wilden vieren: een seculiere samenleving die niet is gebaseerd op valse beloften en een onderdanige houding tegenover sprookjes, maar op een gezond begrip van de bevrijdende kracht van de rede als middel om een seculiere en barmhartige maatschappij op te bouwen.

Al zes eeuwen lang heeft Europa de wereld geleid naar nieuwe manieren om de wetten van die wereld en onze plek in het universum te begrijpen. Misschien is dit de volgende stap die we zouden kunnen nemen, ons geschenk voor een humanere toekomst. Laat de apocalyps maar komen.

Philipp Blom is historicus en schrijver. Gisteren sprak hij op uitnodiging van het Humanistisch Verbond en de Humanistische Alliantie de Socrates-lezing uit, waarvan deze tekst een bewerking is (zie socrateslezing.nl).