Amerika en de wereld (6): Obama en Romney over de Arabische Lente

Vier gevallen dictators in betere tijden: van links naar rechts de Tunesische president Ben Ali, de Jemenitische president Saleh, de Libische leider Gaddafi en de Egyptische president Mubarak. AFP / Khaled Desouki

Binnenlandse onderwerpen als de economie zijn het belangrijkste tijdens deze campagne, maar voor de rest van de wereld zijn de verschillen tussen Obama en Romney op het gebied van buitenlandpolitiek zeker ook interessant. Vandaag aflevering 6 van deze rubriek, over de Arabische Lente.

Middenin Obama’s eerste termijn brak in de Arabische wereld een reeks van volksopstanden uit. Het begon in het geopolitiek onbelangrijke Tunesië, waar president Zine al-Abidine Ben Ali het land moest ontvluchten na massale volksprotesten. Vervolgens was Egypte aan de beurt, waar president Mubarak, een belangrijke bondgenoot van de VS in de regio, na weken van grote onrust gedwongen werd tot aftreden.

In veel andere Arabische landen zou het ook onrustig worden: een opstand in het oosten van Libië leidde tot een nationale burgeroorlog, die na ingrijpen van de NAVO tot de val van Gaddafi zou leiden. In Jemen werd maandenlang gedemonstreerd tegen president Saleh en ook in Bahrein, een belangrijke partner van de VS, werd het onrustig. Om over de nog altijd voortgaande burgeroorlog in Syrië maar niet te spreken.

Obama: steun voor verandering, maar niet overal

De regering-Obama heeft zich in beginsel achter democratische vergadering in de Arabische wereld geschaard, maar het beleid van Obama heeft per land sterk verschild. Toen de positie van Mubarak in Egypte op het spel kwam te staan aarzelde Obama even, maar al snel ging hij mee in de wens van het Egyptische volk om zijn aftreden. Over het aan de macht komen van de Moslimbroederschap in Egypte was Obama minder enthousiast. Gevraagd of hij het Egypte van president Morsi als een bondgenoot zag, zei hij Egypte niet als bondgenoot, maar ook niet als vijand te zien.

In Libië hielp de regering-Obama de rebellen die tegen Gaddafi streden met behulp van luchtaanvallen. Hoewel Frankrijk en Groot-Brittannië een grote rol hadden bij de oorlogsmissie, was de wens van Obama uiteindelijk in te grijpen doorslaggevend en waren het vooral Amerikaanse vliegtuigen die het belangrijkste werk verrichten. Het is niet overdreven te stellen dat Gaddafi er zonder Obama wellicht nog had gezeten.

In toespraken steunde Obama de roep van de Arabische volkeren om meer vrijheid. “There must be no doubt that the United States of America welcomes change that advances self-determination and opportunity”, zei hij vorig jaar mei. Maar niet in alle landen was de regering-Obama even enthousiast over de massale demonstraties. Over het hardhandig neerslaan van protesten in Bahrein, een belangrijke bondgenoot van de VS in de Golfregio, hoorde je Obama niet vaak.

Zo enthousiast als de regering-Bush was over het bevorderen van democratie in de Arabische wereld, is Obama niet geworden. In Syrië was de president bijvoorbeeld huiverig om de oppositie tegen Assad te steunen vanwege het risico dat wapens in handen konden vallen van islamitische extremisten. Ook de aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi liet zien dat de Arabische Lente voor de VS ook bedreigend kan zijn.

Bekijk hieronder een fragment van Obama uit het derde presidentiële debat, waarin hem werd gevraagd naar zijn reactie op de opstand in Egypte:

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=z8Qdph80cAs

Romney: hoop is geen strategie in Midden-Oosten

Romney sprak zich de afgelopen jaren niet heel veel uit over de Arabische Lente. In een speech begin oktober roerde de Republikein het onderwerp wel aan. Hij zei dat hij en Obama de wens delen dat het Midden-Oosten veiliger, vrijer en welvarender wordt, maar daarop hopen is volgens Romney geen strategie.

De regering-Obama heeft volgens Romney te weinig leiderschap getoond tijdens de Arabische Lente. Romney legt de Arabische Lente uit als een strjd tussen vrijheid en tirannie en in de ogen van de Repbulikeinen hebben de VS “een historische mogelijkheid” gemist om hervormingsgezonde krachten in de Arabische wereld te steunen. Veel Arabieren voelen zich volgens Romney te weinig gesteund door Obama, die onverschillig zou staan tegenover hun roep om vrijheid.

Wat Romney concreet anders zou hebben gedaan is de vraag. In het presidentiële debat over Amerika’s buitenlandbeleid zei de Republikein dat Obama eerder werk had moeten maken van democratisering in de regio. Ook heeft hij eerder gezegd dat Syrische rebellen die tegen Assad vechten wel te willen bewapenen. Maar Romney steunde ook vaak de lijn-Obama: hij heeft gezegd dat het eisen van het vertrek van Mubarak en het militaire ingrijpen in Libië goede keuzes waren.

Bekijk hieronder een aflevering van het Al Jazeera-programma Empire van vorige maand, over de afnemende invloed van de VS in het Midden-Oosten:

Dit is deel zes van zeven afleveringen over de verschillen tussen Obama en Romney als het gaat om het Amerikaanse buitenlandbeleid. De zeven afleveringen zullen iedere dag tot aan de verkiezingsdag van 6 november op dit blog worden gepubliceerd.

Lees ook aflevering één, over de dreiging van Iran, aflevering twee, over het geweld in Syrië, aflevering drie, over het Israëlisch-Palestijns conflict, aflevering vier, over China en Rusland, en aflevering vijf, over de oorlog in Afghanistan.