Rutte-I kon gedoogconstructie moeilijk uitleggen in buitenland

Het Polenmeldpunt van de PVV leidde in binnen- en buitenland tot ophef. Toch hield het vorige kabinet vol dat de regering geen imagoschade hierdoor leed. Dat blijkt niet waar te zijn. Foto ANP / Lex van Lieshout

Hoewel het eerste kabinet Rutte tijdens de regeerperiode volhield dat de gedoogconstructie met de PVV geen problemen gaf in het buitenland, bleek dit wel degelijk het geval. Dat schrijft Nu.nl op basis van stukken van ministerie van Buitenlandse Zaken.

Onder andere uit e-mails van diplomaten blijkt dat ze grote moeite hadden de gedoogconstructie uit te leggen. Het lukte hen niet om de positie van de PVV uit de doeken te doen. Ook bestond er onder de diplomaten grote behoefte aan een soort leidraad om imagoschade te voorkomen, bijvoorbeeld toen PVV-leider Geert Wilders dit voorjaar een boek publiceerde over de islam. In een mailwisseling tussen ambtenaren over het boek staat te lezen:

“Door gedoogconstructie is afstand nemen door het kabinet moeilijker.”

Voormalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne (CDA) zei vorig jaar al in NRC Handelsblad dat de gedoogconstructie niet uit valt te leggen in het buitenland. Ze wees toen onder meer op de ferme taal van Wilders en de bezuinigingen op internationale missies. Daardoor zou Nederland niet meer dat morele kompas zijn zoals ons land zichzelf graag zag:

“We hebben een grote partij die de grenzen wil sluiten, omdat ons land vol is. De ontwikkelingshulp kan volgens die partij gehalveerd worden, of misschien zelfs afgeschaft. Wat ik gemerkt heb, is dat er veel leedvermaak is over het feit dat Nederland niet meer het beste jongetje van de klas is. Dat wordt opgemerkt in het buitenland. We zijn teruggevallen tot de middenmoot. We behoren niet meer tot de voorhoede.”