Column

Zorg

Je kon het zien aankomen.

Twee weken geleden vroeg ik me af waar het politieke debat ineens was gebleven. Fantastisch dat een no-nonsensekabinet in wording de stagnatie van de afgelopen tien jaar de rug had toegekeerd, een ware doorbraak, maar achter de luidruchtige free-at-last-euforie van sommige commentatoren trof je een onwerkelijke ideologische leegte aan. Weinig mensen hadden zin zich daar druk over te maken. De opluchting was te groot. De Nederlandse politiek leek even op een verlamde sporter die op een dag zomaar uit zijn rolstoel opstaat. Niemand weet hoe het kan, maar iedereen wil erin geloven. Tot de terugval komt.

Die beleven we nog voordat het kabinet op het bordes staat. Ik krijg graag gelijk, maar zo snel hoeft ook weer niet. Op het eerste gezicht gaat het om een centenkwestie – hogere inkomens gaan binnenkort een veel hogere zorgpremie betalen dan lagere. De opstand die het voorstel heeft ontketend, lijkt wellicht buiten proportie, een verwende oprisping van VVD-veelverdieners. Kom, het is maar geld. Wel een beetje veel, maar toch.

Dat is schijn. De ophef legt de weeffout in dit kabinet bloot.

Eerst even een vraag: hoe kan het dat men zo onvoorbereid was op de felle reacties? Wat had men dan gedacht? Toen de storm opstak, hadden de onderhandelaars geen heldere cijfers voorhanden. En ook geen verhaal. De PvdA wilde het graag, de VVD moest op dit punt slikken. Dat was het. Als kabinetsbeleid voortaan verdedigd wordt door louter naar elkaar te wijzen, dan staat ons nog veel ophef te wachten.

In zijn column in de Volkskrant maakte informateur Wouter Bos zich onbeschaamd vrolijk over de parlementaire journalistiek, die tijdens de weken van radiostilte de ene na de andere parmantige stelligheid had gedebiteerd, waar niets van bleek te kloppen. „Weken lang konden wij gniffelen in de wetenschap dat wij wisten wat er gebeurde en de buitenwereld maar wat gokte.”

Misschien had hij zijn tijd beter moeten besteden.

Dat binnen de VVD nu het oproer kraait, verbaast me niks – wel dat het binnen de PvdA zo stil blijft. Want ook voor mensen die solidariteit tussen burgers voorstaan, is het een ondoordacht, om niet zeggen stupide voorstel.

Sommigen meer laten betalen voor hetzelfde dan anderen ondermijnt de maatschappelijke solidariteit eerder dan dat hij die versterkt, daar hoef je geen groot kenner van de Nederlandse volksaard voor te zijn. Juist de oplopende kosten van de zorg hebben de laatste jaren gezorgd voor een sociaal mijnenveld, waar de betrokkenheid van burgers met elkaar ernstig op de proef wordt gesteld. Zoals: waarom moet ik meer gaan betalen voor iemand die aantoonbaar ongezond leeft, die zich dagelijks volstopt met een vette hap en ’s avonds gaat zitten paffen in een café waarvan de eigenaar het rookverbod eigenhandig heeft gesaboteerd?

In zo’n klimaat helpt zo’n voorstel niet en helemaal niet als je het onder de noemer eerlijk delen presenteert. Hier wordt juist niks eerlijk gedeeld. Bovendien, waar flink bezuinigd dient te worden, wordt nu vooral genivelleerd.

Bezuinigingen kunnen een gevoel van onderlinge solidariteit verstevigen – we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dat is niet het signaal dat nu wordt afgegeven. Zoals Sybrand Buma al opmerkte, het woord samenleving komt in het regeerakkoord niet voor. Best moeilijk solidariteit af te dwingen zonder een idee van een samenleving.

Nu wordt solidariteit op louter zakelijke wijze verkocht. Zij veel minder, jij veel meer. Dat gaat dus niet lukken.

Het verschil tussen PvdA en VVD wordt in het regeerakkoord met een retorisch stoomstrijkijzer gladgestreken. „De ene partij is beducht voor een overheid die in de weg loopt. De andere partij vreest een overheid die mensen in de steek laat. Samen kiezen we voor een overheid die mensen niet in de eerste plaats als consument ziet, maar als burgers die de ene keer zelfstandig, de andere keer samen de toekomst van Nederland vormgeven.”

Die laatste zin is even lang als hij nietszeggend is. Het uitruilen van standpunten van twee partijen die er een fundamenteel andere visie op nahouden over de rol van de overheid in de samenleving is misschien nieuwe politiek, maar ook vragen om moeilijkheden. En die hadden we al.