Wedren om Higgs-deeltje

Jarenlang zetten de Verenigde Staten de toon in de deeltjesfysica. Nergens raasden deeltjes zo snel als in de Tevatron, de deeltjesversneller van het Fermilab niet ver van Chicago, die in 1983 in gebruik werd genomen.

Hoogtepunt in het 28-jarige bestaan van de Tevatron was de ontdekking van de topquark, één van de fundamentele bouwsteentjes van materie, in 1995. De apparatuur van Tevatron werd nadien opgewaardeerd, in de jacht op het laatste ontbrekende deeltje van het Standaardmodel: het Higgs-deeltje.

Ondertussen werd in Europa bij CERN in Genève een nieuwe, krachtigere deeltjesversneller gebouwd, de LHC. Er ontstond een race: wie ontdekt de Higgs als eerst? De versleten veteraan of de machtige nieuwkomer?

Even leek het alsof de Tevatron een kans maakte. Na een ongeluk met de magneten lag de LHC heel 2009 plat. „We maken nu een goede kans sporen van de Higgs te vinden, voor de LHC dat doet”, sprak een Fermilab-onderzoeker vol vertrouwen. Maar in september 2011 werd de Tevatron stilgelegd. Budget cuts.

Op 2 juli van dit jaar meldde het Fermilab dat de Tevatron inderdaad sporen van de Higgs gevonden had, maar het bewijs was nog te zwak om de champagne te ontkurken. Twee dagen later gebeurde dat in Genève wel. De experimenten in Europa hadden het aangetoond: de Higgs bestaat. Vrijwel zeker.

Lucas Brouwers