Wankelende wetenschap

Het schip van de Amerikaanse wetenschap stuurt op een ijsberg af en over koerswijziging is nog geen consensus. Omdat wij Nederlanders met ons bootje op dezelfde zee varen, zijn de Amerikaanse problemen ons niet vreemd. Een kleine inventarisatie van overeenkomsten en verschillen:

De biomedische wetenschap in de Verenigde Staten floreerde de afgelopen 50 jaar dankzij groeiende budgetten, de ongehinderde influx van buitenlanders en de concentratie van talent. Die concentratie helpt, want een stimulerende omgeving telt. Wie in een topinstituut werkt, krijgt een stroom van slimme suggesties en bijtende kritiek over zich heen en profiteert van de beste apparatuur.

De Amerikanen hebben talent weten te concentreren door het onderzoeksgeld te geven aan de onderzoekers en niet aan de instituten waar ze werken. Onderzoekers krijgen niet alleen subsidie voor hun proeven, hun medewerkers en hun eigen salaris, maar ook een fors bedrag voor ‘overhead’, zodat het instituut waar ze werken licht, verwarming en portiers kan betalen. Dat overheadbedrag is zo hoog dat sommige instituten daar geheel op drijven.

Zo dragen de onderzoekers hun eigen huis mee als een slak. Verkassen is dan makkelijk en dat doen Amerikanen veel en graag. De beste mensen kruipen bij elkaar in de beste instituten. Dit systeem werkt, zolang er ruim geld te verdelen valt, maar als het subsidiegeld krimpt, gaat dit kaartenhuis wankelen. Dan stoppen niet alleen de proeven, maar gaat ook het licht uit.

Dit is nu de ijsberg waar de Amerikaanse wetenschap op af stevent. Zoals het tijdschrift Science (27 juli) laatst voorrekende, loopt het geld voor onderzoek al jaren terug in de VS. Qua koopkracht is het budget van de US National Institutes of Health (NIH) nu 18 procent lager dan in 2004 en de vooruitzichten voor 2013 en later zijn grauw. Ook als Romney en Ryan met hun draconische bezuinigingsplannen het afleggen tegen de onderzoeksvriendelijke Obama, blijft schraalhans keukenmeester. De Amerikanen hebben immers een begrotingstekort en overheidsschuld van bijna Griekse proporties. Drastische maatregelen zijn nodig om langs de ijsberg van chronisch geldgebrek te laveren en nog banen voor nieuwkomers te scheppen.

Hoe staat Nederland er voor in vergelijking met de VS? Niet veel beter, denk ik. Onze academische infrastructuur is wat stabieler en niet totaal afhankelijk van tijdelijk geld. Nederlandse professoren en stafleden worden door hun universiteit/instituut uit een basisbudget betaald. Het wegvallen van competitief subsidiegeld leidt niet meteen tot hongerende professoren, maar die professoren zien door chronische bezuinigingen hun werkomgeving wel steeds kaler worden. En dat wordt nog erger: Ik hoor net dat het AMC in Amsterdam 65 miljoen moet bezuinigen in 2013 op een budget van 800 miljoen. Dat betekent nog minder infrastructuur voor biomedisch onderzoek. Zo worden ook de Nederlandse onderzoekers steeds afhankelijker van onderzoekssubsidies om hun onderzoek gaande te houden.

En in die nationale onderzoekssubsidies wordt fors gesneden. De vorige regering heeft daadkrachtig 500 miljoen aardgasgeld bij het onderzoek weggehaald om gaten in de begroting te stoppen. Als een onderzoeksafhankelijk bedrijf zoiets doet is de verontwaardiging niet van de lucht: de nationale toekomst wordt verkwanseld voor een beetje meer beurskoers! Maar innovatieminister Verhagen kwam ermee weg. Vervolgens bedacht Verhagen dat die eigengereide onderzoekers gedwongen moesten worden om meer samen te werken met het lokale bedrijfsleven. Daar moest natuurlijk ook geld bij. Dat betekende een nieuwe greep uit de kas voor fundamenteel onderzoek. NWO moet bijna de helft van zijn budget nu aan opgedrongen samenwerkingsprojecten besteden.

De gevolgen blijven niet uit. Steeds minder aanvragen in het ‘vrije’ onderzoek, door onderzoekers zelf aangekaart, worden gehonoreerd. In sommige NWO-sectoren is dat tot 5 procent gezakt. Door het gevecht om subsidie draait het beoordelingssysteem dol, omdat iedereen alleen nog maar subsidieaanvragen schrijft of beoordeelt die niet kunnen worden gehonoreerd. Terwijl NIH in 2012 nog 54 procent van zijn budget aan fundamenteel onderzoek besteedt (Science, 3 augustus, blz. 503), wordt in Nederland juist het fundamentele onderzoek disproportioneel geraakt. Onze wetenschappelijke sterren verdoen hier hun tijd in moeizame vergaderingen, waarin de afgedwongen projecten met het bedrijfsleven worden herkauwd.

En gaat dat bedrijfsleven inderdaad in de buidel tasten voor echt onderzoek, zoals ex-minister Verhagen gelooft? Tot nu toe is dat niet gebleken en ik verwacht er weinig van. Het bedrijfsleven incasseert dankbaar overheidssubsidies, maar vindt financiering van fundamenteel onderzoek een overheidstaak, terecht mijns inziens.

Iedereen moet bezuinigen, waarom onderzoekers niet? Logische vraag, maar onderzoek is iets anders dan BTW, die je over 5 jaar weer bij kunt stellen. Opbouw van een kennisinfrastructuur kost decenniën en wat wordt weggesneden is ook echt weg. Die kennis is echter de basis voor onze toekomstige welvaart. Wat Verhagen nu heeft verprutst, gaat onze kleinkinderen geld kosten.

Het verwarrende is dat ons onderzoek internationaal nog steeds goed scoort. Dat is echter gebaseerd op geld van gister. Ons onderzoeksschip was stevig, maar er zitten nu lelijke gaten onder de waterlijn. Als het nieuwe kabinet niet gaat hozen (en repareren), zinkt ons fiere schip zonder een ijsberg in zicht. Of, zoals dichter-hoogleraar Jan Emmens schreef: ‘Het zal niet zijn in een verheven orkaannacht, als de golven de hemel slaan...Uw schip zal overdag vergaan, bij helder licht als de zee lichtzinnig is.’