Waar is mijn man dan ? nog voor nodig

Twee op de vijf getrouwde Amerikaanse vrouwen verdienen meer dan hun echtgenoot. Wordt er dan van rol gewisseld? Nee. Verwacht niet dat een man kan huishouden. Goed dansen is al heel wat, betoogt Sandra Tsing Loh.

In bijna vier op de tien Amerikaanse huwelijken verdient de vrouw meer dan de man. De cijfers wijzen uit dat deze machtsverschuiving niet alleen kan leiden tot identiteitsproblemen, maar ook tot een verontrustende hoeveelheid mannelijke ontrouw. Het is een bijzondere nieuwe trend: vrouwen die financieel afhankelijk van hun man zijn, zijn meestal trouw, waar financieel afhankelijke mannen paradoxaal genoeg de neiging hebben vreemd te gaan. Uit een studie in 2010 bleek dat een echtpaar meer kans heeft om te scheiden als de bijdrage van de vrouw aan het gezinsinkomen de 60 procent overschrijdt.

Volgens Liza Mundy, schrijver van The Richer Sex, zal de zon weer doorbreken vanaf de dag waarop de Amerikaanse huishoudens met een vrouwelijke hoofdkostwinner in de meerderheid komen. De cijfers lijken hierop te wijzen. Naarmate de werkplek vervrouwelijkt, dankzij betaalde kinderopvang op het werk en flexibel ouderschapsverlof, zal het huis vermannelijken. Zou de volgende trend kunnen zijn dat Adam en Eva elkaar knuffelen boven een stoere stofzuiger met Desert Storm-camouflage?

Om deze vraag te beantwoorden, nodig ik u uit voor een etentje in Los Angeles. Ik schets u de entourage: wij zijn gescheiden, hoogopgeleide moeders die zich al enkele jaren hebben ingesteld op het leven na het huwelijk. Met onze kinderen gaat alles goed. Hun succes is ongetwijfeld voor een groot deel te danken aan onze opleiding en ons bovenmodale inkomen.

Ook al was geen van onze exen aanvankelijk blij met de scheiding, in de praktijk zijn ons gedeelde ouderschap en onze omgangsregelingen verrassend stabiel gebleken. Tijdens het huwelijk mag de communicatie dan misschien worden vertroebeld door utopische denkbeelden, nostalgische sentimentaliteit en zelfs de angst voor confrontaties, maar na het huwelijk moeten beide partijen noodgedwongen realistisch zijn en strikt hun verantwoordelijkheid nemen voor de school en het wegbrengen en ophalen van hun kinderen, en natuurlijk voor de financiën. Deze duidelijkheid heeft op haar beurt weer geleid tot een nieuwe waardering voor de voordelen die de vaders van onze kinderen opleveren. Blijmoedig halen onze exen de kinderen op voor gezonde activiteiten als zwemmen en kamperen en honkbal, terwijl wij genieten van een lome maaltijd op een terras, in de behaaglijke wetenschap dat we daarna thuis in ons flanellen nachthemd breiend naar The Cheese Nun mogen kijken, zonder voor iemand een reusachtige teleurstelling te zijn.

„Op onze exen”, zegt onze gastvrouw Kate. Ze heft het glas.

Op dat moment vliegt de voordeur open. Annette, de enige vrouw die nog bij haar eerste man is, verschijnt een uur te laat op het toneel.

Annette is een keiharde werkster in een hoge beheersfunctie bij een grote stichting. Daar verdient ze tonnen. Ze is getrouwd met Ron, een schrijver die na de geboorte van hun tweeling besloot een paar jaar thuis te blijven. In veel opzichten leek deze verdeling van verantwoordelijkheden een ideale vorm. Bij Annette is de linker hersenhelft de baas, bij Ron de rechter. Annette ramt angstvallig getallen op haar Blackberry, Ron rijdt tevreden de kinderen naar hun les in wereldmuziek. Ron is een lot uit de loterij.

„Maar nou moet je horen”, zegt Annette. „Twee weken geleden rij ik om zeven uur een donkere garage in. De lamp is kapot. Bij het uitstappen stoot ik mijn scheenbeen en ik loop naar de la waar de gloeilampen horen te liggen. Die ligt vol penselen en boetseerklei. Ik tref Ron in de keuken, waar hij zoals gewoonlijk helemaal zelf een rode saus staat te maken, terwijl Prego net zo goed is. Ik vraag of hij die lamp wil verwisselen. De tweede avond rij ik weer naar binnen, geen lamp, ik stoot weer mijn scheenbeen, en hij zegt dat hij het zal doen. De derde avond idem dito met een sterretje. En de vierde avond?”

De volgende avond rijdt ze weer de garage in, kijkt... en op dat moment gaan ze met spoed in echtpaartherapie. Dit kost in Los Angeles overigens 275 dollar per uur.

„Allemachtig”, roept Kate, een onafhankelijke producente. „Met al dat geld dat je bij die stichting verdient, kun je verdomme toch gewoon een mannetje nemen dat voor veertig dollar per week de lampen verwisselt?”

Annette gaat verder: „Het mag dan een prima huisman zijn, maar het is een matige huisvrouw. Hij weet dat de wc verstopt zit, dan kan hij toch wel de loodgieter bellen en, belangrijker nog, een tijd afspreken waarop die loodgieter terechtkan om de boel te repareren?”

„Tja”, zeg ik, in de plotseling zinderende stilte, „dit is wel interessant. Ik vraag me af of het probleem voor een deel niet is dat wij de taken van onze mannen hebben afgebakend en jij niet, omdat, eh, alle getrouwde vrouwen nu eenmaal stiekem niet naar één, maar naar vier mannen verlangen.”

Niet alleen kunnen wij vrouwen van 2012 geen echtgenotes uit de jaren vijftig meer zijn, nog veel minder slagen we erin ons te gedragen als kostwinners uit de jaren vijftig.

Als we kijken naar de huidige mannen, uit welke typen kunnen we dan eigenlijk kiezen?

Meneer X is de financiële partner. Hij is niet per se de kostwinner, maar meer die rustige, verstandige compagnon met wie we de vervelende financiële klippen van het leven omzeilen. Bij moeders in onze economische klasse – we zijn allemaal getrouwd met gevoelige, verstandige, hoogopgeleide mannen en niet met kroeglopers – zal deze man meestal de vader zijn van onze kinderen. We hebben het gevoel de juiste keus te hebben gemaakt, ook al zijn we dan niet meer getrouwd – vandaar de naam Mr Ex.

Meneer Y is de man van de gevoelens. Hij geeft aan het eind van de dag het glas chardonnay aan en luistert met warme belangstelling. Als ons ‘maatje’ onze rug masseert, kunnen we onmogelijk ontspannen bij de gedachte aan de wederdienst die zal worden verlangd – vijf minuten seks, of, erger nog, een massage van twintig minuten bij hem. Dit is een ingewikkelde rol. Weliswaar dient meneer Y zonodig een amoureuze relatie te bieden, maar voor een aantal – de meeste? – vrouwen zou het genoeg zijn, of zelfs de voorkeur verdienen, als meneer Y de beschaafde schildknaap zou spelen (Maurice Tempelsman die een paraplu ophoudt als Jackie O in de regen uitstapt bij uitgever Doubleday).

Meneer Z is de spierbundel. Deze doener rijdt de vuilnisbakken naar de weg, repareert de elektronische garagedeuropener en reset de computergestuurde boiler.

Meneer Q is het opgewekte manusje van alles, die zonder morren de klusjes uitvoert die we hem opdragen – hij pakt een stapel enveloppen aan om die te adresseren, gaat voor de middag naar de stomerij, is in geval van nood 24 uur per dag beschikbaar voor carpooling en komt – bijna te mooi om waar te zijn – als we hem een boodschappenlijstje geven precies terug met alles wat er op dat lijstje staat.

Het probleem is uiteraard dat iemand onmogelijk deze vier personen kan zijn. Meneer X is een ramp in de omgang met gevoelens. Meneer Y heeft twee linkerhanden. Machomeneer Z houdt niet van pietluttigheden. Meneer Q bestaat niet in het echt, al behandelen de man en de vrouw elkaar in moderne huwelijken vaak als personeel. Jij gaat langs de stomerij! Nee, jij, om vijf uur! En betaal met airmiles, níét van de Bank of America!

In The Richer Sex beschrijft Mundy echtparen met een vrouwelijke hoofdkostwinner die alles voor elkaar hebben. Het geld stroomt binnen. De kinderen worden verzorgd. Het gezinsleven is functioneel en vreugdevol.

Helaas vereist deze formule vrijwel altijd een omgekeerde taakverdeling à la de jaren vijftig. De vrouw met de topbaan verdient 670.000 dollar per jaar en is doorlopend op reis, terwijl de honkvaste man het huishouden doet en, dat is het boeiende, vrijwel altijd – veel – golft. Als de vrouw dan nog steeds grotendeels het huishouden bestiert en het gezin onderhoudt, is het niet zo vreemd dat ze de bullebak in huis wordt.

Als een vrouw het gezin onderhoudt, wordt ze heel gevoelig voor hoe de man dode momenten doorbrengt, vooral als de wasmand overloopt – is dat mijn werk? Zo sta ik er versteld van hoe lang een man een krant kan lezen. Ik heb op zondag weleens meer dan drie uur meegemaakt. Zelfs in Anna Karenina, aan het begin, leest prins Oblonsky maar tien pagina’s in de krant.

Wie als vrouw weleens het geluk heeft om in korte tijd een groot geldbedrag te verdienen, rekent bovendien de werktijd van de man om in geld. „Goed, dan rij je dus de hele stad door voor een bespreking van twee uur met een leuke ideële mevrouw en dan verdien je, hoeveel? Vijfenzeventig dollar? Daar gaat je benzine nog af, van hoeveel per liter? Meer dan een dollar?” Stel dat je als man het geluk hebt gehad van huis te mogen om werk te zoeken dat misschien geen wereldschokkende bedragen oplevert, maar wel van belang voor je is. Dan wil je als je thuis komt leuk je verhaal vertellen, maar helaas wacht daar niet een vrouw uit de jaren vijftig op je – een vrouw die innig dankbaar is voor jouw financiële ondersteuning en die ademloos luistert terwijl jij, haar held, je triomfen met haar deelt en jullie beiden genieten van een lekkere dubbele martini. Als de topvrouw van 2012 jou een probleem van die dag op je werk hoort beschrijven, holt ze geestelijk voor je uit, draagt ze oplossingen aan en bepaalt ze ook nog eens hoe goed of slecht je hebt gehandeld.

Mijn eigen moment van de waarheid kwam niet zo lang geleden, op een dag van frustrerende zakelijke telefoontjes en een frustrerende schrijfproductie, plus de installatie van een ingewikkeld nieuw dingetje in mijn HP-alles-in-één-printer die me een uur kostte, terwijl ik een kip braadde en intussen onze raadselachtige vaatwasser aan de gang probeerde te krijgen, waarna ik met één kaars (de andere kon ik niet vinden) aan tafel ging met mijn mannelijke partner – die net opgewekt was teruggekeerd uit de buitenwereld. Ik maakte de fout om te vragen hoe zijn dag was. Hij maakte de fout om te antwoorden. Terwijl ik zijn mond zag bewegen, kreeg ik moordneigingen en gingen die afschuwelijke woorden door me heen die alleen een vrouw kan denken die geen man nodig heeft, niet voor haar levensonderhoud en ook niet als vader voor haar kinderen: hoe lang nog voor ik je wegstem van het eiland?

Deze nieuwe ‘tekortschietende echtgenote’ is precies waartegen al die negentiende-eeuwse Britse mannen met geheven vinger tekeergingen – als de vrouw uitsluitend uit is op romantiek, kan de man die maar beter leveren, anders zwaait er wat. In werkelijkheid hebben maar weinig volwassenen zo veel charme dat ze alleen op grond van die ene hoedanigheid langdurig kunnen worden onderhouden door een andere volwassene. Het is de natuurlijke gang van zaken. Kinderen moeten achttien jaar schattig zijn – een ongebruikelijk lange periode in de zoogdierenwereld – om ouders ertoe te bewegen de zorg voor hen te dragen. Honden en katten moeten ons genegenheid geven, opdat we hen voeden. Relaties tussen volwassen partners hangen af van de dankbaarheidsbalans. Deze kwam in het verleden neer op de ruil van zorg voor geld.

Zo’n gevoel van thuis te zijn is van belang voor ieders welzijn. Krijgen we daar onvoldoende van, dan nemen ons geluk en onze veerkracht, energie, humeur en moed af... Thuis voelen we ons veilig, het geeft een opgelucht gevoel om thuis te komen en de deur achter ons dicht te doen... Thuis is de enige plek op de wereld... die echt van ons is... Thuiskomen is ons belangrijkste herstelkracht in het leven, schreef Cheryl Mendelson in haar huishoudbijbel. Inderdaad – terwijl ik tegen middernacht over de vertrouwde snelwegen huiswaarts spoed, overdenk ik ‘de paradox van het slinkende geluk bij vrouwen’ en vraag ik me af wat we – zo mogelijk – kunnen doen om het tij te keren. Het probleem is dat ons geluk, deels omdat we vrouwen zijn, in hoge mate afhangt van onze relaties – waaronder onvermijdelijk ook onze relaties met mannen.

Ik geloof niet dat het antwoord ligt bij die carrièremeiden in het boek van Liza Mundy, die naar eigen zeggen als partner een man zoeken die ‘de vuilnisbak buiten zet’. Hiermee klinkt hij wel erg als personeel. Als deze vrouwen dat willen, moeten ze maar iemand in dienst nemen.

Het antwoord komt ook zeker niet uit Japan. Daar verdienen alleenstaande vrouwen van onder de dertig gemiddeld meer dan Japanse mannen van hun leeftijd. Werkende echtgenotes besteden nog altijd dertig uur per week aan huishoudelijk werk, tegen drie uur per week door mannen. Misschien luidt, vrij vertaald, een van de Japanse woorden voor echtgenoot daarom wel ‘grote vuilniszak’.

Toch houden veel vrouwen echt nog van mannen. Misschien houden ze wel meer van mannen dan van echtgenoten (en meer dan van de monsters die ze zelf worden als hun man – of alle vier hun mannen – niet voldoet aan hun verwachtingen.

Volgens Mundy is in huwelijken met de vrouw als hoofdkostwinner soms de uitkomst van het conflict dat een goed verdienende vrouw scheidt van haar financieel slecht presterende man en daarna zonder echt te hertrouwen vreedzaam met hem blijft samenwonen. Alicia Simpson, psychiater, zegt daarover: „Het lijkt wel of we [mijn ex-man en ik] zonder de persoonlijke relatie prima met elkaar overweg kunnen. Het is zoiets raars.”

Mundy merkt hierover op dat ze in dat geval geen liefdesverhouding meer zouden hebben, maar co-ouders zijn in hetzelfde huis. Simpson dacht erover om misschien een nieuw huis te kopen, groot genoeg [voor het hele gezin]. Ze zag een leven voor zich waarin ze onder één dak woonden en hij, net als altijd, karweitjes zou blijven doen. „Zo zou ik nog altijd niet de vuilnis hoeven buiten zetten”, zei ze voor de grap.

Gelet op de menselijke natuur, en het bijbehorende groene, eenogige monster, veronderstelt deze oplossing – die wel iets weg heeft van een tweederangs komische serie of een scenario uit de koker van een progressieve gezinstherapeut rond 1971 – natuurlijk wel dat beide leden van het samenwonende, maar romantisch en seksueel niet geïnvolveerde echtpaar geen seksuele of romantische betrekkingen aanknopen met iemand anders, maar ja. Als er eenmaal kinderen in beeld zijn en zich een gezin vormt, zijn we met het inruilen van seks voor huishoudelijke rust en voldoening – tenslotte gaat daar toch het huwelijk om? – misschien wel helemaal niet zo slecht af.

Veel hachelijker is de weg die ik ben gegaan met mijn meneer Y. Als meneer Y de man is die vrouwen – inmiddels economisch de baas, maar nog altijd wel met behoefte aan kameraadschap en liefde – zoeken, kunnen we maar beter een computer- en loodgieterscursus doen. Als kacheltje in bed zijn mannen – sommigen tenminste – leuker om mee te praten dan honden. Als hun huishoudelijke vaardigheden waardeloos zijn – nou ja, dat is bij onszelf vaak nog erger.

Bij thuiskomst bedenk ik ook nog dat meneer Y de zeldzame heteroseksuele man is die echt kan dansen en dat dansen iets is waar ik zelf echt niets van terechtbreng.

Dus, mannen van de toekomst, hier is een handige tip: blijf aan je danskunst werken.

Sandra Tsing Loh is fysicus, schrijfster en actrice, woonachtig in Los Angeles. © The Atlantic Monthly Group.