Verhagens laatste politieke kunstje: rode wijn voor de VVD-ministers

Ministers komen en ministers gaan. Op het Binnenhof was dat gisteren wel heel letterlijk het geval. Terwijl op nummer 19 de ministers van het kabinet Rutte I voor de laatste keer de Trêveszaal één voor één verlieten, ontving formateur Rutte aan de overkant op nummer 2a alweer een nieuwe reeks kandidaat-ministers voor zijn tweede kabinet.

Heel kort was de oude ploeg onder leiding van dezelfde Rutte bij elkaar gekomen. Agendapunten waren er niet. Wel kleine taartjes, plus warme woorden. En flessen rode wijn onder het motto ‘weer een rooie erbij’ van vice-premier en CDA’er Maxime Verhagen voor de VVD-ministers die nu met de PvdA gaan regeren.

Op het speciaal vervaardigde etiket tien punten uit het regeerakkoord van VVD en PvdA die volgens Verhagen de door de VVD gehanteerde slogan ‘wie hard werkt, verdient beter’ „in een bepaald daglicht plaatsen”. Zoals: de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie, de verlaging van de topsalarissen in de publieke sector, het niet langer fiscaal aftrekken van pensioenpremies.

Glunderend verhaalde Verhagen tegenover journalisten van zijn laatste politieke kunstje. Want het is na maandag allemaal over. Na bijna dertig jaar politiek is het afgelopen voor de man die in 1984 begon als medewerker van een CDA-Kamerlid, in het Europees Parlement zat, lid van de Tweede Kamer was, minister van Buitenlandse Zaken en de laatste twee jaar minister van Economische Zaken en vice-premier.

En nu? Hij gaat eens „rustig om zich heen kijken want er moet natuurlijk wel brood op de plank komen”. Want, en misschien wel voor de laatste keer tovert hij die die veelbetekenende, zo vaak als vals omgeschreven glimlach op zijn gezicht, al die maatregelen van het nieuwe kabinet maken „wel een appeltje voor de dorst nodig”.

Jeuken zijn vingers niet? Verhagen: „Ik denk dat Mark Rutte blij kan zijn dat ik geen oppositieleider ben”.