Sandy weet de beurshandel niet te ontwrichten

Orkaan Sandy was voor de financiële markten een non-event. De Dow Jones-index bleef deze week per saldo gelijk in waarde.

De vorige keer dat extreem weer de beurs van New York zo lang lamlegde, moest de Dow Jones-index nog uitgevonden worden.

In 1888 domineerden niet computerbedrijven als Apple en internetwinkels als Amazon, maar de staalbedrijven van Carnegie en de grote Amerikaanse spoorwegmaatschappijen de financiële wereld. ExxonMobil, naar marktwaarde momenteel het grootste Amerikaanse beursgenoteerde bedrijf, heette toen nog Standard Oil en was in handen van John D. Rockefeller.

Medio maart van dat jaar viel er een dikke meter sneeuw in New York. Het hele openbare leven lag stil, met als gevolg dat de beurshandel in New York twee achtereenvolgende dagen werd gestaakt – net als deze week: als gevolg van orkaan Sandy bleef de New York Stock Exchange (NYSE) maandag en dinsdag dicht. Ook technologiebeurs Nasdaq sloot de deuren.

Sandy heeft New York ontwricht en de nasleep zal nog dagen, zo niet weken duren. De schade wordt geraamd op meer dan 20 miljard dollar. Maar voor financiële markten was het uiteindelijk een non-event. Geen beurschokken, geen paniekverkopen. Vrijdag sloot de Dow Jones op 13.093,16 punten, een fractie lager dan het eind van vorige week, vóór Sandy.

Dan maar door van natuurverschijnselen naar de economie. Vrijdag kwam het Amerikaanse bureau voor arbeidsmarktstatistieken met de laatste arbeidsmarktcijfers voor de presidentsverkiezingen van aanstaande dinsdag.

De werkloosheid steeg licht van 7,8 procent in september tot 7,9 procent in oktober. De Amerikaanse president Obama zag dit, ogenschijnlijk tegenstrijdig, als goed nieuws. „We hebben echte stappen gemaakt”, zei Obama tegen de pers in swingstate Ohio. „Maar we hebben nog veel werk te verzetten.”

Obama kan de minimale stijging als teken van vertrouwen zien omdat het laat zien dat Amerikaanse werklozen zich weer op de arbeidsmarkt wagen. In de Amerikaanse statistieken tellen alleen werkzoekenden mee voor de werkloosheidscijfers. Vorige maand zeiden 155,6 miljoen Amerikanen werk te hebben of werk te zoeken. Dat zijn er 578.000 meer dan in september. Dat meer Amerikanen het aandurven zich op de arbeidsmarkt te begeven, toont aan dat het vertrouwen in de economie, hoe bescheiden dan ook, aantrekt.

Nog een opsteker voor Obama: minder mensen werken noodgedwongen parttime. Waar het aantal mensen dat als gevolg van de economische crisis slechts parttime werkte in september licht steeg tot 8,5 miljoen in september, daalde het getal afgelopen maand tot 8,2 miljoen mensen.

Het goede nieuws is dat de Amerikaanse arbeidsmarkt de dip van begin dit jaar te boven is. In de lentemaanden kwamen er opeens minder dan 100.000 nieuwe banen per maand bij. Juni was met 45.000 nieuwe banen het dieptepunt. Maar de afgelopen vier maanden trok het economisch herstel weer aan. Vrijdag werd ook bekend dat de banencijfers in augustus en september omhoog zijn bijgesteld. In augustus kwamen er niet 142.000 maar 192.000 nieuwe banen bij. En in september kwamen er niet 114.000 maar 148.000 nieuwe arbeidsplaatsen bij in de VS.

In oktober kwamen er ruim 170.000 nieuwe banen bij. Volgens het persbericht van het Amerikaanse bureau voor arbeidsmarktstatistieken steeg de werkgelegenheid in het bedrijfsleven, de gezondheidszorg en bij winkels.

De Republikeinse presidentskandidaat Romney gaf een negatieve draai aan de cijfers. „Op 6 november hebben Amerikanen een keuze. Willen ze stagnatie of vooruitgang?”, aldus Romney. De opmerking over stagnatie is raak. Toen Obama op 20 januari 2009 de eed aflegde, bedroeg de Amerikaanse werkloosheid 7,8 procent, bijna gelijk aan de stand vier jaar later. Die vergelijking is wellicht niet helemaal eerlijk. Obama kreeg een economie in zijn schoot geworpen die een balansrecessie doormaakte. Bedrijven, consumenten en banken moesten hun schulden afbouwen. Maar ook uit de jongste arbeidsmarktcijfers blijkt dat het nog lang geen hosanna is op de Amerikaanse arbeidsmarkt.

In oktober waren 2,4 miljoen Amerikanen slechts „marginaal verbonden met de arbeidsmarkt”. Amerikaanse statistici hanteren die term voor mensen die geen baan hebben, dat ergens in het afgelopen jaar wel wilden, maar om verscheidene redenen niet meer solliciteren. Omdat ze niet solliciteren vallen ze buiten de werkloosheidscijfers. In een jaar tijd is het aantal Amerikanen die op een dergelijk zijspoor zijn beland niet veranderd. Dat zou je met recht stagnatie kunnen noemen.

    • Melle Garschagen