Nieuw komers

De dag dat je naar New York verhuist, vergeet je niet. Romanschrijver haalt herinneringen op. Net als vijftien andere import New Yorkers, van kunstenaar Cindy Sherman tot seksuologe Dr. Ruth.

Lauren Hutton in 1974 in de film The Kobal Collection. Paramount

Mijn vroegste herinneringen aan New York gingen over moord, misdaad en metrovampiers. Ik was nog nooit in New York geweest, maar dat was het beeld dat ik als jochie had van de stad. Ik had Spider Man-strips gelezen, posters van The Warriors en Death Wish gezien, en waargebeurde verhalen gehoord van mijn grote halfzus, die zelf in New York woonde. Zij had me over die metrovampiers verteld.

Mijn grote halfzus was een aankomend undergroundstriptekenares met vlammend rood haar, dus het zat er dik in dat ze het plattelandsdorp in Pennsylvania waar ze vandaan kwam op een dag voor New York zou verruilen. Dat deed ze in 1981, op haar 21ste verjaardag. Midden jaren tachtig schreef een vriendin van haar een griezelroman over vampiers in de New Yorkse metro, en terwijl ze me enge verhalen vertelde over de junks in haar buurt die steeds haar Volkswagen Kever openbraken, gaf ze me dat boek als kerstcadeau. Ik las het in één avond uit en lag vervolgens de hele nacht wakker met het licht aan. Ik kon als jongen van vijftien uit Toronto maar niet begrijpen dat iemand bij z’n volle verstand in zo’n stad ging wonen.

Twintig jaar later begreep ik het wel en verhuisde ik zelf naar New York.

Maar toen vond niemand dat meer gek. Tussen 1970 en 1980, toen New York een poel van verderf was, daalde het inwonertal van New York met 800.000, maar sinds 1990 kwamen er meer dan een miljoen mensen bij. Volgens een onderzoek van American Community kwam ruim de helft van die nieuwkomers uit een ander land of een andere staat.

Toch lijkt het idee om in New York te gaan wonen de laatste jaren weer net zo krankzinnig als in de dagen van de metrovampiers. Want het gaat niet goed met de stad. Alleen al in het eerste jaar van de financiële crisis, 2008, verdwenen er 85.000 banen. Maar ondanks, of misschien wel dankzij de recessie, blijven de mensen komen. Ze pakken hun koffers, doen alles wat niet in hun auto past van de hand en rijden met de rest van hun spullen naar New York. En tegenover elke nieuwkomer staan vele anderen die ook niets liever zouden willen dan het vliegtuig pakken of hun matras boven op hun stationwagon binden. In een peiling van drie jaar geleden gaf 45 procent van de Amerikanen onder de 35 aan graag in New York te willen wonen.

Dat wisten we zonder die peiling trouwens ook wel. Want New York Magazine heeft ze gesproken, die jonge mensen die de Hudson zijn overgestoken – of de Atlantische Oceaan. Het magazine legde de nieuwkomers een vraag voor. Waarom waren ze uitgerekend naar New York gekomen? Sommigen hadden alleszins begrijpelijke redenen: ze waren verhuisd voor een baan of uit liefde. („Ik ben hier gekomen voor een fantastische vrouw met rood haar”, zei een man.) Bij anderen lag het wat vager, al konden we ons ook bij hun verklaringen wel wat voorstellen. Een 24-jarige Fransman zei: „Ik kende Manhattan uit de films, en nu wilde ik het weleens in het echt zien.” (Toen we hem vroegen welke films hem dan zo hadden aangesproken, antwoordde hij: American Gangster.) Weer een ander zei gewoon: „Mijn vrienden van de middelbare school hadden posters van Michael Jordan en Pamela Anderson boven hun bed hangen. Ik had er een van Manhattan.” Die heeft hij nu verruild voor een raam met uitzicht op de skyline van Manhattan.

Optimisme

De meeste nieuwelingen noemden redenen die niet bijster verrassend waren, maar die getuigden van hoop, vertrouwen en een aandoenlijk optimisme. Velen vertelden dat ze hun droom kwamen waarmaken, of woorden van gelijke strekking. Zoals de jazzpianist uit Austin, Texas. De nachtclub waar hij werkte ging dicht, dus verkocht hij zijn spullen en verkaste naar Harlem, één blok van Minton’s, een van de belangrijkste jazzclubs ter wereld. Anderen waren gekomen omdat ze dachten dat ze in New York meer kans op een baan hadden dan in de plaats waar ze vandaan kwamen. (Wie denkt dat het hier slecht gaat, moet maar eens in Florida gaan kijken.) De economische tegenspoed had ze het laatste zetje gegeven. (Als je baas je op straat zet of je lief je de bons geeft, is New York de beste revanche.) En vrijwel al onze nieuwkomers hadden de onbesuisde bravoure die je hebben moet om tijdens de ergste crisis van de eeuw in de duurste stad van het land te gaan wonen.

Neem Kit Schultz, een jonge vrouw uit Columbus, Ohio. Wat haar overkwam, had op elk moment in de afgelopen vijftig jaar kunnen gebeuren, maar toch is haar verhaal typerend voor deze tijd. Ze raakte haar baan als kinderjuf kwijt, en ze had weinig uitzicht op ander werk. Vlak voor Kerst ging ze wat drinken met een stel oude vrienden die naar Brooklyn waren verhuisd, en die zeiden dat ze wel bij hen mocht komen wonen. Dus laadde ze haar spullen in een busje, reed naar het oosten en arriveerde op Oudejaarsdag in New York. Een nieuw jaar, een nieuw leven, dacht ze. „Ik heb het hier enorm naar m’n zin”, zegt ze, „ook al is het heel moeilijk. Ik ben nog nooit van m’n leven zo arm geweest. Ik weet niet hoe ik er morgen aan toe ben en waar ik mijn telefoonrekening van moet betalen. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat deze stad nog allerlei verrassingen voor me in petto heeft, dus ik kijk vol goede moed naar de toekomst.”

Dat is een mooi devies, niet alleen voor wie net in New York is komen wonen, maar ook voor de veelgeplaagde stad zelf. Om iedereen die vol goede moed naar de toekomst kijkt – nieuwkomer of niet – een hart onder de riem te steken, heeft New York Magazine een aantal New Yorkers dat hier al wat langer geleden naartoe is verhuisd naar hun ervaringen gevraagd, of het nu in de jaren dertig was (oud-burgemeester David Dinkins) of in de jaren negentig (acteur Michael Lucas). Ontwerper Diane Von Fürstenberg kwam met de boot en een koffer vol ontwerpen, en werd vervolgens voor alle jetsetfeestjes uitgenodigd. De jonge modeontwerper Richie Rich liep op zijn eerste dag in New York Madonna tegen het lijf. De latere tv-presentator Padma Lakshmi werd vegetariër-af toen ze de hotdog ontdekte. En allemaal werden ze verliefd, op mannen en vrouwen, op drank en drugs, zelfs op de metro (ondanks die vampiers), en natuurlijk op New York zelf, een stad waar je nooit zomaar verzeild raakt. Want je herinnert je altijd precies hoe het was op de dag dat je kwam.