Minder geld voor kind en student

De kans op meer zakgeld is met de komst van dit kabinet niet groter geworden. Want kinderen worden door de versobering van een aantal regelingen sowieso al duurder, zal menig ouder zeggen.

Zo krijgt elk gezin te maken met een soberder kinderbijslag. De bijdrage voor kinderen van 6 tot en met 17 jaar daalt in drie jaar tijd tot het niveau van de bijslag voor kinderen van 0 tot en met 5 jaar. Dat betekent bij één kind maximaal een verlaging van 80 euro per kwartaal.

Verder krijgen minder mensen recht op het maximale kindgebonden budget: de inkomensgrens wordt namelijk verlaagd. Het budget gaat overigens wel omhoog.

Wie plannen heeft om te gaan studeren, is ook duurder uit. Voor nieuwe studenten wacht vanaf 2014 het sociaal leenstelsel. Zij moeten lenen voor een studiebeurs. Het sociale aspect schuilt erin dat studenten tegen een laag rentetarief lenen en pas moeten afbetalen – naar draagkracht – zodra ze een baan hebben.

Voordeel voor studenten is wel dat de langstudeerboete is verdwenen. De OV-jaarkaart wordt ingewisseld voor een soberder kortingskaart. En de schoolboeken op de middelbare school zijn vanaf volgend jaar ook niet meer gratis. Alleen de laagste inkomens kunnen nog rekenen op compensatie van deze maatregel, via het kindgebonden budget.

Verder gaan lopende bezuinigingen van het eerste kabinet-Rutte op de kinderopvang door, zonder dat de coalitie noemenswaardige wijzigingen daarin heeft doorgevoerd. Met name voor gezinnen met een hoger inkomen kunnen die besparingen grote gevolgen hebben.