Column

Karaktermoord op een advocaat, of relevant journalistiek onderzoek?

Het zal je maar gebeuren, als Bekende Nederlander, terecht komen in een ‘mediastorm’. Eerst rollen ze de rode loper voor je uit, maar ineens ben je de gebeten hond en verkneukelt half Nederland zich in je vernedering.

Live by the media, die by the media.

Bram Moszkowicz, door de tuchtrechter geschrapt als advocaat, beschuldigde met name NRC Handelsblad dinsdag bij Pauw & Witteman van „karaktermoord”.

Over redacteur Marcel Haenen zei hij: „Die sms’t mij nooit. Maar toen die klachtbehandeling er was, kreeg ik zuigende sms’jes van ‘jammer dat je er niet bent, want je ondergang wordt hier, weet ik wat, tentoongespreid’.”

Vervolgens „komt er van de hand van diezelfde meneer Haenen een artikel waarin de woonplaats van mijn vader bekend wordt gemaakt, die wij toch een beetje rustig proberen te houden. Wat geeft dat nou aan? Dat een kwaliteitskrant, een pseudonette journalist, een soort karaktermoord pleegt.”

De animositeit van Moszkowicz jegens deze krant is verklaarbaar.

Zijn zaak kwam aan het rollen na een primeur van redacteur Economie Tom Kreling, die onthulde dat de Belastingdienst een conflict had met de bekende advocaat (Moszkowicz ontdook minstens miljoen aan belasting, 23 juli 2011).

Dat was het begin van zijn publicitaire neergang. Maar die voltrok zich op basis van feiten en niet van verzinsels: eerst de naheffing van de Belastingdienst, nu het vernietigende oordeel van de tuchtrechter over zijn praktijkvoering.

Curieus overigens, dat de advocaat de ‘linkse pers’ iets verwijt. Bij Pauw & Witteman (VARA) was hij juist jarenlang een graag geziene gast, die zelfs live mocht inbellen als hij ter sprake kwam – ‘Bram’ is immers ook een kijkcijferkanon.

Maar hoe zit het met de krant?

Ik heb Marcel Haenen inzage gevraagd, en gekregen, in zijn sms-berichten aan Moszkowicz.

Dan blijkt dat hij al langer per sms contact onderhield met Moszkowicz, en niet „nooit”. Op 21 september sms’t Moszkowicz hem: „Dank voor je genuanceerde bijdrage in mijn kwestie. Brandpunt zondag is ook zeer de moeite waard om naar te kijken. Gegroet!”

En dat „zuigende” berichtje luidde simpelweg: „De belastingrechter vraagt of je nog komt?” Haenen stuurde dat bericht op 5 oktober vanuit de rechtbank in Haarlem, waar journalisten en juristen wachtten op de advocaat, die niet kwam opdagen.

Kortom, Moszkowicz speelt hier de vermoorde onschuld.

Voor wie zich erover verbaast – zoals ik – dat zij elkaar tutoyeren: Haenen kent Moszkowicz al vanaf 1989, toen hij een portret schreef van de advocatenfamilie (Moszkowicz en de anderen, 28 januari 1989).

Dat familieportret maakt ook begrijpelijk waarom Haenen en Kreling voor hun recentere portret van Moszkowicz (Het isolement van Bram Moszkowicz, 20 oktober) teruggrepen op zijn relatie met zijn vader – een invalshoek die bij de advocaat, maar ook bij een aantal lezers in het verkeerde keelgat schoot.

Ook ik moest even slikken, bij de aanhef van het stuk over „de zieke pater familias”. Was dat niet larmoyant of al te persoonlijk? Maar de relatie vader-zoon speelt een grote rol, zegt Haenen: „Het ging mis met Bram toen zijn vader de maatschap niet meer kon leiden. Daarom heb ik het opgeschreven.”

Moszkowicz stuurde Haenen ’s avonds twee boze sms’jes over de bewering in het stuk dat hij zijn vader in geen vier jaar had bezocht. Volgens Moszkowicz bezoekt hij hem juist elke zaterdag of zondag. Jaar in, jaar uit.

Als dat waar is, heeft de krant een pijnlijke fout gemaakt.

Haenen houdt vol dat zijn informatie klopt. Maar, zegt hij, wat hij toen niet wist: rond de publicatie van het stuk en voorafgaande vragen aan hem, is Moszkowicz zijn vader inderdaad weer gaan bezoeken. Hij zegt niet te weten waarom de – bekende – woonplaats van Moszkowicz senior zou moeten zijn verzwegen in het stuk – en dat ben ik met hem eens.

Is de krant zorgvuldig geweest? De krant heeft Moszkowicz voortdurend en ruimhartig in staat gesteld te reageren op beweringen van anderen – zoals het hoort. Hij maakte er geen gebruik van. Op de pagina Opinie werd het overigens in de tuchtzaak ook enkele malen voor hem opgenomen.

Moszkowicz kreeg ook voor publicatie van dat portret alle vragen voorgelegd, dus ook waarom hij zo lang niet op bezoek was geweest bij zijn vader. Hij antwoordde er niet op. Evenmin ging hij in op het aanbod zich te laten interviewen. Voordien had hij de krant wel gedreigd met juridische stappen.

Lastig blijven wel die anonieme bronnen. Het portret van Moszkowicz draaide om zijn familie en om „collega’s”. De auteurs hebben ermee geworsteld hoe ze die moesten omschrijven, zeggen ze, maar wilden hun bronnen beschermen.

De verslaggevers onderstrepen ook hoe moeilijk het is in de omgeving van Moszkowicz door te dringen. Bovendien, zeggen ze, kan het voorkomen dat hij openlijke bronnen direct benadert om hen in de gewenste richting te helpen.

Het gebruik van anonieme bronnen is vaak onnodig, maar verdedigbaar als het gaat om relevante en betrouwbare informatie die niet anders kan worden verkregen. Relevant is deze kwestie zeker. Al zou je wel een concretere omschrijving willen dan het vage „collega’s”, hoe lastig het ook is om een goeie formulering te vinden.

Maar het belangrijkste is: de berichtgeving is correct gebleken. Het was de primeur van Kreling die uiteindelijk leidde tot de tuchtzaak.

Daarmee heeft de krant zijn plicht gedaan, en een maatschappelijk belang gediend.

Dat heeft iets met karakter te maken, maar niets met moord.