Kaarsen bij een tas van verdriet

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

De katholieke kerk in Nederland is op z’n retour, en tegelijk: Allerzielen is ‘helemaal terug’. In dit land zal inmiddels een generatie zijn opgegroeid die niet eens weet wat Allerzielen is. Het was gisteren, 2 november. Het is de dag waarop nabestaanden hun dierbare doden herdenken, op kerkhoven met bezoek en bloemen, in heilige missen, en her en der ook wel bij een maaltijd met pannenkoeken.

Omroep KRO heeft de hele afgelopen week ‘een ode aan de doden’ gebracht, onder andere met hommages aan recente overledenen, onder wie danser Rudi van Dantzig en schrijver Gerrit Komrij. Een directe tv-uitzending van Allerzielen-bijeenkomsten, op diverse plekken in het land, voltooide gisteravond deze reeks.

In het Amsterdamse Vondelpark zijn de tv-camera’s dan niet geweest. Machteld van Barchjansen organiseerde hier voor de derde keer zelf een ‘lichtjesavond’. De eerste keer, in 2010, waren er zo’n tweehonderd deelnemers, het jaar erna een kleine driehonderd.

Ze zegt: „Mijn moeder overleed in 2002, mijn vader in 2006. Voor mij is dat een ‘tas van verdriet’, die altijd wel ergens bij mij in de buurt staat. Dat bedoel ik helemaal niet zo zwaar als het misschien klinkt. Het is zoals met elke tas: hij staat ergens in een kast, soms pak je ’m, soms struikel je erover.

„Ieder mens leeft met de herinnering aan doden, dat kan bijna niet anders. Na het overlijden van mijn vader, toen mijn zus en ik ons ouderlijk huis hadden ontruimd, begon ik langzaamaan te voelen dat ik iets met die herinnering wilde doen: iets dat mooi is, esthetisch mooi, niet te zwaar, niet deprimerend, iets troostends.

„Mijn vader is begraven met de gebruikelijke katholieke rituelen, in april 2006. De pastoor van zijn kerk nodigde ons toen uit om op 2 november deel te nemen aan de Allerzielenviering. Ik liep er over een kerkhof vol kaarsjes. Dat vond ik prachtig. Ik ben altijd dol op lichtjes geweest.”

En u dacht: dat ga ik zelf organiseren?

„Nee, zo snel ging dat niet. Ons eerste kind was toen een jaar oud, onze tweede was nog niet geboren. Eerst had ik het vooral druk met andere dingen. Maar de gedachte dat ik zelf iets wilde doen met herinnering en herdenking liet me niet los.”

Het idee groeide langzaam? Of was het: flits, idee!

„Beide. Ik had wel eens op internet gezocht naar evenementen met kaarsen en lichtjes. Zo was ik een feest met ‘floating lanterns’ tegengekomen: een Japans ritueel op Hawaii, waarbij de geest van de doden terugkeert naar het water waaruit zij voortkomen. Op een dag in het voorjaar van 2010 liep ik met mijn kinderen in het Vondelpark en opeens zag ik het voor me: een vijver vol bootjes met kaarslicht op de avond van Allerzielen.”

Dus u kwam thuis en u zei meteen …

„... O nee, zeker niet. Het was een idee zoals je honderd ideeën kunt hebben. Maar dit idee bleef bij me. Ik durfde er eerst met niemand over te praten. Ik ben doenerig en vrolijk van aard en niet echt spiritueel.”

Angst voor reacties als: ‘joh, doe niet zo gek’?

„Deels wel. Maar ook dacht ik: als ik dat echt wil, moet ik dat gewoon doen. Dat is ook wat ik mijn kinderen wil meegeven: als je echt voor iets kiest, dan kun je het bereiken. Toen besloot ik: ik moet het leven nú pakken, ik ga dit organiseren.”

Mooi gezegd: ‘het leven pakken’ door stil te staan bij de dood.

„Ja, dat is voor mij de essentie: waarom zouden we onze herinneringen, ons gemis, ons verdriet – dat er naast alle geluk en vrolijkheid ook is – onbesproken laten? Kan ik er een vorm voor vinden om daarmee iets moois te doen, in plaats van iets sombers?”

U zou ieder jaar op 2 november naar het graf van uw vader kunnen gaan. Daarvoor viert de kerk immers Allerzielen.

„Dat zou kunnen, maar ik heb niet zo veel met kerken. En begraafplaatsen zijn niet een omgeving waarbij iedereen zich even prettig voelt.”

Toch koos u voor 2 november als de dag van ook uw ritueel.

„Ja, en heel bewust. Ik voel geen weerstand bij Allerzielen, integendeel. Het is vooral dat ik aan dit mooie ritueel mijn eigen invulling wil geven.”

U zei dat u daarover eerst niet durfde te praten. Wanneer wel?

„In de zomer, in de auto, op vakantie in Frankrijk. Ik zei tegen mijn man: ik ga iets organiseren en je mag niet lachen: Allerzielen, bij de vijver in het Vondelpark.”

Hij lachte niet?

„Nee, hij zei: wat een mooi idee! Ik ga je sponsoren.”

En dat doet hij?

„Nee, niet in geld, ik betaal dit helemaal zelf. Via internet koop ik borden van palmblad, kaarsen, kalkpapier. Dat zijn de verlichte bootjes die op de vijver drijven. Vorig jaar dobberden er bijna driehonderd van die bootjes. Kinderen hadden tekeningen gemaakt op het kalkpapier; mensen hadden briefjes, of een steen, of een bloem erbij gedaan. Schitterend gezicht.”

En uw overleden ouders zien er van boven trots op neer?

„Trots waren mijn ouders zeker: pauwen waren zij, ik kom uit een warm nest. Dit idee komt voort uit hun geest, dat is het vooral: ze zijn op zo’n avond dicht bij me. Het brengt me geluk om op die manier met hen bezig te zijn, om iets te organiseren dat voor veel mensen betekenis heeft. Iets positiefs uit de dood halen, dat is wat ik met zo’n avond doe.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

E-mail: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord