In deze oorlog loopt de grens door gezinnen

De grens tussen Turkije en Irak verdeelt het enige volk dat stateloos uit de Eerste Wereldoorlog kwam. In een gebied waar niemand de grens erkent, betekent de scheiding ook de dood.

De grens is een paaltje boven op de berg. Aan de ene kant staat Turkije. Aan de andere kant Irak. De Koerdische dorpelingen in deze streek hebben er altijd hun schouders over opgehaald, over dat paaltje. Die grens is een beslissing van lang geleden, door politici hier ver vandaan. Al eeuwen trekken ze met hun ezels die grens over, alsof hij niet bestaat. In Irak, daar halen ze hun sigaretten, hun suiker, hun dieselolie. Daar gaan ze heen voor familie, voor bruiloften en begrafenissen. Niemand die ze tegenhoudt, daar bovenop die berg. Niemand die om een paspoort vraagt.

Zo was het ook op 29 december, drie dagen voor het begin van het nieuwe jaar. De bergen waren bedekt met een dikke laag sneeuw. Het was negen uur in de avond. De veertig mannen en jongens die vanuit de Iraakse bergen Turkije naderden, zagen geen hand voor ogen. Ze hoorden wel een constant gezoem hoog boven zich. Vlak daarna hoorden ze de motoren van twee Turkse F-16 straaljagers. Op het moment dat de bommen vielen, waren de smokkelaars vijftig meter van de Turkse landsgrens, zoals die 89 jaar eerder werd getrokken op de conferentie van Lausanne.

Vijfendertig smokkelaars vonden de dood. Achtentwintig slachtoffers kwamen uit dezelfde familie. De 28-jarige Nadir, broer van Gülsen, was een van hen. Zij ging niet naar boven om zijn lijk te halen. Daar heb je mannen voor. Zij vertellen allemaal hetzelfde verhaal. De bommen waren zo zwaar dat de lichamen van de mannen werden vermalen met die van de ezels en de ijzige grond. Er liep een groene vloeistof uit hun mond.

Turkse straaljagers bombarderen voortdurend op en over die grens. Het dorp is even gewoon aan het doffe gedreun van inslaande bommen als aan het gekwetter van de vogels. In de bergen van Irak schuilen de militanten van de Koerdische PKK in hun kampen. Zij erkennen de grens evenmin als het Turkse leger. De PKK wil verregaande autonomie voor de Turkse Koerden, net zoals de Iraakse Koerden hebben aan de andere kant van de grens. De Turkse eenheidsstaat en zijn grenzen zien ze als ‘het verraad van Lausanne’, toen de Koerden als enige volk in de regio stateloos uit de Eerste Wereldoorlog kwamen en verspreid raakten over Iran, Irak, Syrië en Turkije. De grens omlijnt hun isolement, van elkaar en van de rest van de wereld.

De militaire operaties van het Turkse leger tegen de PKK in het buurland zijn zo frequent dat de Turken permanente militaire bases hebben in Irak. Maar dit bombardement was anders. Het geweld was asymmetrisch. F-16’s tegen tieners met ezels. Er waren protesten in alle delen van het land. De lokale gouverneur werd bijna gelyncht toen hij zijn medeleven wilde betuigen op de begrafenis. De suggestie dat de Turkse regering zijn eigen burgers bombardeert, maakte premier Erdogan woest elke keer als hem om uitleg werd gevraagd. Een columnist van The New York Times vergeleek hem na het bombardement zelfs met de Syrische president Bashar al-Assad, die de Turkse premier zelf zo vaak had verweten een leider te zijn zonder legitimiteit „omdat hij zijn eigen burgers doodt”.

De premier suggereerde kwade opzet. Iemand had zijn piloten van vervuilde informatie voorzien. Iemand had ze verteld dat de mannen op de bergpas geen smokkelaars maar strijders waren van de PKK. Het gezoem hoog boven het grensdorp die nacht was afkomstig van Amerikaanse spionagevliegtuigen. The Wall Street Journal durfde zelfs te beweren dat Washington het commandocentrum in Ankara op het verkeerde been gezet had. Sinds 2007 geven de Amerikanen logistieke steun aan de Turkse strijd tegen de PKK, wisselgeld voor de Turkse steun aan de Amerikaanse oorlog tegen terreur.

Voor Gülsen is de discussie over de inlichtingen die voorafgingen aan het bombardement niet relevant. Ze mist haar broer. Ze hoort nog steeds zijn voetstappen in dit huis. Haar broer ging altijd naar het zuidoosten, de grens over. Zo nam hij zijn verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de familie. Gülsen kijkt de andere kant op, naar het westen. Ze wil weg van hier, weg van de grens. Ze wil studeren, zoals haar broer haar heeft geadviseerd. „Ik wil geen vriendje. Ik wil advocaat worden. Ik wil naar Istanbul om te studeren. Alleen zo kan ik dit land redden. Alleen zo kan ik gerechtigheid krijgen voor ons dorp”, zegt ze. Het bombardement werd haar waterscheiding. Ze omarmt haar verlies en wil nu de wijste beslissing nemen. Ze is als Antigone.

Ze is de enige hier. Het bombardement heeft lokale politici gesterkt in hun overtuiging dat de Turkse staat tegen Koerden is. „Als er hier iemand werd vermoord, dan ontketende dat een bloedvete die jaren kon duren. Nu is de dader de staat”, zegt Irfan Eng, voorman van de plaatselijke BDP, de politieke tak van de PKK. De kampen van de PKK aan de andere kant van de grens hebben al zonen en dochters uit dit dorp opgenomen. De doden moeten gewroken worden.

Maar zo duidelijk zijn de grenzen niet, vindt Gülsen. Ze heeft elf broers en zussen. Twee van hen dienen als soldaten in het Turkse leger. In deze oorlog staan broers tegenover elkaar. De grens loopt dwars door gezinnen. „Ik verlies een broer door de acties van het leger waarin mijn andere broers dienen.” Daarom moet ze hier weg. Hier in het dorp bestaat slechts één waarheid. Het dorp is een cocon en een gevangenis tussen de bergen en de grens.

NRC Weekend en de VPRO-televisie brengen dezer dagen een vierdelige serie over de grenzen van Turkije, een reisverslag van correspondent Bram Vermeulen. Zie ook Langs de Grenzen van Turkije, zondagavond 20.20 uur, Nederland 2.