'Herstel het label ' Made in America

De activist Harry Moser wil aan lagelonenlanden verloren fabrieksbanen terughalen naar Amerikaanse bodem: reshoring. „Als we de productie van frisbees vanuit China kunnen terugbrengen naar een dure staat als California, is alles mogelijk.”

‘Iemand moest het doen”, zegt Harry Moser, oprichter en president van het Reshoring Initiative, over zijn activisme. „Na 25 jaar als topman van de Amerikaanse tak van een Zwitsers productiebedrijf had ik ook de tijd en het geld om het te doen.”

Moser had ook wat hij noemt een „persoonlijke reden” om zich in te zetten voor het terugbrengen van fabrieksbanen naar de Verenigde Staten, zo vertelt hij vanuit zijn kantoor in het plaatsje Kildeer, in de staat Illinois. „Ik ben opgegroeid in Elizabeth, vlakbij New York. Het grootste bedrijf in de stad was Singer Sowing Machines.”

In Singers hoogtijdagen, toen elk huishouden nog een naaimachine had, was het Singer-gebouw het hoogste ter wereld. Moser: „Mijn grootvader werkte er, later runde mijn vader een deel van het bedrijf en ik werkte er in de zomervakanties. Toen ik vier jaar geleden weer eens door Elizabeth reed, was het allemaal weg. De laatste Singers werden in China en Indonesië gemaakt, de gemeenschap was verpauperd. Het bracht me aan het huilen. Op dat moment besloot ik het Reshoring Initiative te starten.”

Begin 2010 was Moser er fulltime mee bezig. Zijn werk bestaat voor een groot deel uit praten – met bedrijven, vakbonden en overheden: per jaar geeft hij zo’n honderd lezingen. In januari van dit jaar sprak hij op uitnodiging van president Obama tijdens een forum over reshoring.

In maart getuigde hij over het onderwerp tijdens een hoorzitting van het Congres. „Veel bedrijven realiseren zich niet wat de ware kosten zijn van offshoring” [verplaatsing van productie naar lagelonenlanden, red.], zegt Moser. „Wij willen bedrijven helpen dit in te zien.”

Het Reshoring Initiative heeft daartoe een zogeheten TCO-calculator ontworpen, een gratis onlineprogramma, waarmee bedrijven kunnen uitrekenen wat de daadwerkelijke kosten van offshoring zijn – TCO staat voor total costs of ownership. „Uit onze onderzoeken blijkt dat 60 procent van Amerikaanse bedrijven hun keuze voor offshoring baseren op de kosten – voornamelijk van arbeid, grond en grondstoffen. Daarmee missen ze zo’n 30 procent additionele kosten – zoals het aanhouden van voorraden, reiskosten om leveranciers te controleren, risico’s rondom intellectuele eigendom en imagoverlies. Vaak concludeert men na onze calculator te hebben gebruikt: ‘Hé, dit werkt niet, we hebben destijds de verkeerde beslissing genomen.”

Volgens Moser heeft de Amerikaanse economie in het afgelopen decennium ruwweg 6 miljoen banen in de industrie verloren. Ongeveer de helft daarvan was het gevolg van gestegen arbeidsproductiviteit, die Amerikaanse arbeiders overbodig maakte. De andere helft was het gevolg van offshoring.

Aan die laatste ontwikkeling acht Moser de Amerikaanse consument overigens net zo schuldig als het bedrijfsleven. „Tot voor kort kon het de Amerikaanse consument niet schelen waar hun producten vandaan kwamen. Ze wilden gewoon de laagste prijs; kwaliteit was minder belangrijk – heel anders dan Duitse of Nederlandse consumenten.”

Sinds de crisis begint de Amerikaanse consument echter een lichte voorkeur te krijgen voor lokaal geproduceerde producten, ziet Moser – zoals hij wel meer ontwikkelingen ziet die het voor Amerikaanse bedrijven aantrekkelijk maken om te kiezen voor reshoring. „De stijgende lonen in lagelonenlanden zijn de belangrijkste factor. In China stijgen de lonen bijvoorbeeld 10 procent harder dan hier.”

Een andere belangrijke factor zijn de flink gestegen olieprijzen. De gemiddelde prijs van een vat ruwe olie was tien jaar gelden 22 dollar en 81 cent, in 2011 was dit 87 dollar en 48 cent, bijna viermaal zo hoog. „Daardoor zijn transportkosten enorm omhoog geschoten.”

Berekeningen van het Reshoring Initiative wijzen uit dat sinds het dieptepunt in ‘productiebanen’ in januari 2010 zo’n 50 duizend banen zijn teruggekeerd naar Amerika – goed voor 10 procent van de totale groei van productiebanen.

In diezelfde periode gingen er daarentegen ook 50 duizend verloren aan offshoring. Volgens Moser lijkt het te keren. Als lichtende voorbeelden noemt hij General Electric, dat onlangs zijn productie van waterkokers en -boilers uit China terughaalde, en Wham-O, een producent van hoelahoepen en frisbees, die zijn productiefaciliteiten van China verhuisde naar Californië en Michigan. „Als je de productie van zoiets simpels als een frisbee kunt terugbrengen naar een dure staat als California, dan kun je in theorie alles terugbrengen.”

Brengt een bedrijf als Apple zijn productie ooit terug?

Harry Moser: „Zeg nooit ‘nooit’. Lenovo, het Chinese bedrijf dat IBM-computers heeft overgenomen, heeft aangekondigd een deel van zijn productie naar de VS te brengen. Als Lenovo dit doet, en sommige van zijn producten zijn niet heel anders dan die van Apple, waarom kan Apple dat dan niet ook doen?”

U gebruikt steeds economische argumenten voor reshoring. Voert u ook het nationalistische argument aan, dus dat het patriottisch zou zijn voor Amerikaanse bedrijven om op eigen bodem te produceren?

„Eigenlijk alleen in economische zin. Amerikaanse bedrijven zijn vooral ontvankelijk voor wat hun kern raakt. Dus houd ik hen voor dat consumenten tegenwoordig het label ‘Made in America’ meer waarderen. Dat vertaalt zich in een hogere prijs en een grotere omzet – genoeg om de hogere nominale kosten te compenseren. De consument krijgt ook betere kwaliteit en service, wat goed is voor je merk. Dus je verdient meer geld.”

Offshoring leidt ook tot een hogere uitstoot aan broeikasgassen. Gebruikt u dat argument ook?

„We willen graag de onze TCOcalculator zo uitbreiden dat hij ook groene berekeningen uitvoert. Denk aan de extra CO2-uitstoot door het brandstofverbruik als gevolg van het extra vervoer. Dat wordt versterkt doordat je vervoert in grote containers, waarvan de inhoud in grotere opslagruimtes terechtkomt. Dat moet weer worden verwarmd, of, in de zomer, gekoeld. Die problemen heb je nauwelijks bij lokale productie. Maar in de praktijk is het milieu geen doorslaggevende factor voor bedrijven bij de keuze voor offshoring of reshoring. Men pocht graag over de installatie van zonnepanelen en dat soort dingen, maar uiteindelijk gaat het om diezelfde bottomline.”

U richt zich met uw activisme op Amerikaanse bedrijven, maar zijn uw argumenten niet net zo toepasselijk op een Europees bedrijf dat op de Amerikaanse markt wil concurreren? Zo heeft het Zweedse Ikea al een meubelfabriek in Virginia.

„Ja, in een ideale wereld produceren we in de regio waar we verkopen. Daarmee elimineer je niet alleen al die kosten die bij offshoring komen kijken, maar profiteer je ook van de nabijheid van de consument: je kunt je productie makkelijker aanpassen aan diens behoeften. Honda en Toyota maken hun auto’s voor de Amerikaanse markt daarom in de VS. Om die reden is het inzetten op export ook een onverstandige keuze. Dan heb je opeens weer al die kosten waarover we het net hadden – denk alleen al aan de Chinese tussenpersonen, salesmanagers en vervoerbedrijven die je moet betalen. Als je aan de Chinezen wilt verkopen, kun je beter ter plekke produceren.”

Exportgroei is een van de grote doelen van president Obama’s economische beleid.

„En hij zal dat ongetwijfeld verwezenlijken, al is het maar wegens het dal waarin de Amerikaanse export zich aan het begin van zijn presidentschap [januari 2009, red.] bevond. Maar als je erover nadenkt: als de VS meer exporteren, dan betekent dat vooral dat bedrijven als Caterpillar en Boeing meer exporteren. De VS worden dus beter in een paar nichemarkten. Terwijl, als de VS in eigen land concurreren met importerende bedrijven, de hele markt wordt bestreken. Daarmee versterken we ook de Amerikaanse globale marktpositie, want opeens produceer je nagenoeg alles wat ook de rest van de wereld wil consumeren.”

Obama roept ook dat hij fabrieksbanen wil terugbrengen naar de VS. Heeft hij daar goede ideeën voor?

„Hij heeft steeds ons werk gesteund en bijvoorbeeld ook lager en middelbaar beroepsonderwijs gepromoot, niet alleen universitair onderwijs. Dat is goed, want we hebben goedgeschoolde arbeiders nodig. De Republikeinse presidentskandidaat Romney is daarentegen heel fel over de Chinese manipulatie van hun munteenheid, waarmee ze hun prijzen kunstmatig laag houden. En hij wil bedrijven met behulp van belastingverlaging en deregulering overhalen hun activiteiten hierheen te halen . Dus ze zijn beiden behulpzaam.”

Ziet u ook ideeën buiten de twee grote ideologieën in de VS – liberalisme en conservatisme – die reshoring ten goede komen?

„De grandioze plannen die de liberale en conservatieve denktanks voortbrengen, betreffen meestal hoogwaardige arbeid die toegepast kan worden in geavanceerde productie. Dat is noodzakelijk, maar niet voldoende. De meeste dingen die we consumeren zijn commodities: bestek, stoelen, T-shirts. Als we alleen hightechproducten maken, produceren we minder dan we consumeren. Bovendien, de helft van de beroepsbevolking mist de vereiste vaardigheden, dus als we ons beperken tot dergelijke ideeën eindigen we met een revolutie of een burgeroorlog. De ware uitdaging voor Amerika is om terug te keren naar het produceren van commodities op eigen bodem, gebruikmakend van de mensen die we hebben en de vaardigheden die we ze hebben geleerd. Om het ruw te zeggen: gewone producten, gemaakt door gewone mensen. Als we dit niet doen, verliezen we.”