Handgeschreven bedankkaartjes

Amerikanen kijken er niet van op. Maar als Hollander sta je toch even te knipperen. De eerste keer dat je zo'n mooi, handgeschreven kaartje krijgt van de verkoper die je vorige week hielp. Blauwe vulpen op mooi dik papier in een prachtig envelopje. Zomaar bij de post.

„Hi Ben. Ik hoop dat je vrouw het cadeau leuk vond. Het was een plezier om je in onze zaak te ontvangen. Misschien tot ziens. Carly.”

Carly was de verkoopster die mij hielp bij het aanschaffen van een Coach-tas voor de verjaardag van mijn vrouw. Tjonge. Dat ze mijn naam nog wist. En dat het om een cadeau voor mijn vrouw ging. Ik was onder de indruk.

Bij de tweede keer weet je dat het allemaal iets minder spontaan gaat dan je hoopte. Weer zo'n mooi kaartje bij de post. Zelfde formaat, dik papier, mooie enveloppe.

„Hi Ben. Ik hoop dat de overhemden goed bevallen. Leuk om je van dienst te kunnen zijn en misschien tot ziens bij Brooks Brothers. Pat."

Patrick was een aardige verkoper. Maar eerlijk gezegd niet meteen een vent van wie ik verwachtte dat hij voor zijn plezier, spontaan dit soort aardige kaartjes aan klanten zou schrijven.

Maar aangezien ik geïnteresseerd ben in management, marketing en dat soort dingen, vond ik het toch leuk om ook dit handgeschreven kaartje te ontvangen. Ik dacht: het is dan misschien niet spontaan of verrassend, maar ze hebben hun zaakjes wel goed op orde, daar bij Brooks Brothers. Ik was opnieuw onder de indruk.

Maar zoals dat gaat met dingen waar je van onder de indruk bent, onherroepelijk volgt op een dag de deceptie. De ontdekking dat ook Amerikanen gewone mensen zijn.

Dit gebeurde toen ik een aantal cadeautjes voor de bruiloft van een goede vriendin ging aanschaffen bij Pottery Barn, de meubelwinkel die voor veel Amerikanen het toppunt is van stijl en gezelligheid. Met behulp van de online bruidslijst (handig), koos ik voor onze vriendin een dekbed en wat decoratieve accessoires. So far, so good.

Maar toen ik vroeg of het misschien ingepakt kon worden voor het gelukkige bruidspaar, begon de ellende. Tja. Inpakken. Dat was moeilijk, want ze hadden het eigenlijk heel erg druk. Een vreemd excuus, aangezien ik de enige klant in de winkel was en er, behalve de vrouw die mij hielp, nog twee medewerkers van Pottery Barn achterin de zaak zaten. Na enig aandringen van mijn kant, werden de cadeaus uiteindelijk toch ingepakt. Met frisse tegenzin.

Daarna kwam de tweede uitdaging. Ik had hulp nodig om de spullen naar de auto te krijgen. Dat was nog lastiger. Mijn verkoopster zuchtte dat ze dit echt eerst moest overleggen met de mensen achterin. En omdat ik inmiddels toch ook wel benieuwd was naar de bezigheden van haar collega's (die blijkbaar zo dringend waren dat een beetje normale dienstverlening er niet afkon), volgde ik haar op een afstandje.

Het bleek dat ze driftig aan het schrijven waren. Met vulpennen. Op kleine kaartjes van dik papier. Met ernaast mooie envelopjes. En zo te zien moesten nog heel veel klanten spontaan op de hoogte worden gesteld van het feit dat het zo ont-zet-tend leuk was geweest om hen te helpen. En graag tot ziens!

Ik kon niet wachten tot ook ik mijn kaartje van Pottery Barn zou ontvangen. Ik wist nu al wat ik ermee zou doen.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft op deze plek over management en leiderschap.