Gretig onderzoeker, zocht eeuwig verbetering

Noor van Andel was ingenieur, en bleef een maker. Hij werd 101.

christiaan van der hoeven

‘De leukste dingen zijn de dingen die niet hoeven en toch gebeuren”, zei Noor van Andel regelmatig. De oud-ingenieur hield van onverwachte wendingen, want improviseren houdt je scherp. Schoot een van de kleinzonen een voetbal door zijn ruit, dan werd hij niet boos maar legde hij graag uit hoe je een nieuwe ruit in een kozijn zet.

Tijdens zijn werkzame leven was Van Andel onder meer chemicus bij Shell en directeur van de Boekelosche Stoomblekerij. Zijn grote liefde was Hilde Brückmann, kunstenares en kleindochter van Helene Kröller-Müller. „Een echtpaar uit de gegoede burgerij, en zonder dat hij er een woord aan vuil maakte vond hij ‘noblesse oblige’ heel belangrijk”, vertelt kleinzoon Albert van Andel.

„Dat deed je gewoon”, antwoordde Noor van Andel dan ook als je hem vroeg of het niet gevaarlijk was om Joodse onderduikers in huis te nemen in de Tweede Wereldoorlog. Een van die onderduikers was Cobus Kann: „Noor behandelde mij als zijn eigen zoon.” Als er ’s nachts buiten geschoten werd haalde Van Andel de toen zesjarige jongen uit bed om hem gerust te stellen en overdag had hij alle aandacht voor het spelen. „Ik herinner me hoe hij een katapult voor me maakte zodat ik elastiekjes kon schieten op een hertengewei, en hoe hij mij leerde figuurzagen.”

In huize Van Andel was veel zelf gemaakt. Innovatie en creativiteit moedigde hij bij iedereen in zijn omgeving aan. Bouwde zoon Pek als puber van een zeepkist een gemotoriseerd karretje, dan was hij niet bang voor ongelukken, maar ging hij naar de winkel om een goed voorwiel voor hem te kopen. En toen Van Andel zelf te oud werd om te fietsen maakte hij van het frame van zijn fiets een leesplankje voor de zware boeken die hij las.

„Er is niks in het leven wat helemaal lukt, maar tijdens de rit kun je nog een verdomde hoop verbeteringen aanbrengen,” zei hij ter gelegenheid van zijn honderdjarige verjaardag. „Ik wil het niet zo vastrijgen dat er niets meer kan veranderen.”

Van Andel werd ook daarom het liefst omringd door jonge mensen, vertelde hij zijn kleinkinderen: „Oude mensen praten alleen maar over de beurs en hun kwalen, dat zijn twee onderwerpen waaraan een gesprek niets verandert.” Jonge reuring creëerde hij bijvoorbeeld door het toneelgezelschap Tubantia te blijven vragen om te repeteren op zijn boerderij in Boekelo.

Noor van Andel overleed op 101-jarige leeftijd. Zijn kist lag op een platte boerenwagen achter een tractor, met als chauffeur de Poolse man aan wiens gezin Van Andel al jaren onderdak bood. Zoon Pek: „De kist hebben we thuis getimmerd. Niet met nagels maar met messing schroeven, zoals hij dat placht te doen.”

Adinda Akkermans