Een mooie toekomst maak je samen

Naast het opstel van Paul Schnabel, trof ik in Opinie&Debat (27 oktober) enige artikelen aan waarin dertigers en babyboomers zich tegen elkaar afzetten. Voor mij onbegrijpelijk.

Mijn geboortejaar is 1946, toen mijn vader terugkeerde uit krijgsgevangenschap in Duitsland. Wij aten in mijn jeugd eenvoudig maar gezond. Ik had één paar schoenen, idem broek en jas. In het huis was één kolenkachel. Geen badkamer. Bij de watersnoodramp in 1953 stond een meter water is ons huis. Maar ik had een fijne jeugd, mede dankzij een hechte familieband en een sociale woonomgeving. Studeren heb ik mijn hele werkzame leven gedaan. Op mijn 35ste heb ik een universitaire graad behaald. Mijn studiefinanciering voor de Zeevaartschool moest ik terugbetalen. Verdere studies heb ik zelf betaald en later met een bijdrage van de baas. Gewerkt heb ik vanaf mijn 18de tot 64ste jaar.

Verlang ik compensatie voor de arme jaren? Nee. De maatschappij kon niet meer bieden en ik ben tevreden. Ben ik jaloers op de huidige jeugd met alle elektronica en dergelijke? Nee. Ik beklaag ze eerder omdat zij niet de gezelligheid meemaken die ik ondervond in mijn jeugd.

Wat mij betreft is het: samen de lasten en de lusten. Voor de dertigers en jongeren: zet je in voor een goede toekomst voor ons allemaal, samen.

Hein van Dijk

Dordrecht

Vergelijking dertigers en vijftigers gaat niet op

Generaties vergelijk je niet via een momentopname, zoals Paul Schnabel dat doet. Over twintig jaar weet je eigenlijk pas of de dertigers van nu het slechter hebben dan de vijftigers van nu. In dit stadium van de crisis hebben de dertigers het inderdaad slechter dan de vijftigers. Vooral de afnemende werkgelegenheid hakt er sterk in. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze over een paar jaar niet welvarender zullen worden dan hun ouders. Dat geldt zeker als Schnabel zijn zin heeft gekregen met zijn afrekeningsmoment tussen de generaties: die vijftigers van nu zijn dan terug bij af en net zo arm als in hun jeugd.

Mr. M.A.W.L. Povel

Groningen

Moet ik me zorgen maken om mijn kleinkinderen?

Marcelo Mooren, lid van de Dertigersbeweging binnen de christen-democraten, beweert dat de kritiek op babyboomers terecht is.

In onze jongere jaren konden wij niet beschikken over een studiebeurs en hadden wij geen geld om ieder weekend te stappen. We hadden geen eigen fiets of slaapkamer. Ons werd geleerd, door onze ouders die volop bezig waren met de wederopbouw van het land, om een sociaal gedrag te hebben waarin je de medemens helpt. Wie staat nu op de sportvelden, de kleedlokalen schoon te maken, wie helpt in de bejaardenhuizen, wie doet allemaal het vrijwilligerswerk? Dit alles wordt veelal gedaan door de babyboomer.

Na mijn lagere beroepsopleiding heb ik in de avonduren gestudeerd en me op kunnen werken tot een directiefunctie. Dit krijg je niet als je alleen maar parttime wil werken, van negen tot vijf. De babyboomers hebben hard gewerkt in het belang van de samenleving en hun kinderen. Zo hoort het ook. Wat is er op tegen dat de jongere generatie net zo moet knokken voor haar positie? Zonder inzet word je niet sterk. Dat betekent dat je een stukje welvaart moet inleveren voor je toekomst.

Het is triest maar tekenend voor de huidige generatie dat de ‘ik-cultuur’ nog steeds doorgaat en dat een persoon als Mooren niet de moeite doet om zich eens te verdiepen wat de prestaties zijn geweest van zijn ouders en voorouders. Ga uit van je eigen kracht en kijk niet alleen maar wat de samenleving voor je moet doen. Dat zou de slogan moeten worden van de vernieuwingsbeweging. Moet ik mij dan toch zorgen gaan maken over de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen?

J.Bongarts

Venlo