Doe mij een onsje Amerikaans dna

De eerste keer dat ik me een Europeaan voelde was zeven jaar geleden. We reisden een maand door de Verenigde Staten met een groep van twintig Europeanen. Twintigers en dertigers uit de politiek, de journalistiek en het bedrijfsleven, uitverkozen voor het Marshall Memorial Fellowship, een project dat begin jaren tachtig werd bedacht om de betrekkingen tussen Europa en de VS te bevorderen. En hoe doe je dat beter dan jonge Europeanen je land te laten ontdekken op een manier die ze anders nooit meemaken?

We reden mee met de politie in Dallas – shotgun tussen de stoelen. We bezochten een Texaanse gevangenis, en vergaapten ons aan cellen waarin tientallen mannen huisden. Glazen wand voor de bewaking om doorheen te kijken, een rij wc's open en bloot in het midden. (Als die wc's in een afgesloten ruimte stonden, zouden er immers gekke dingen gebeuren.) Op het moment dat wij als toeristen de ruimte in loerden, zat er een man te poepen. Het was voor ons Europeanen uit noord en zuid, oost en west, een scène uit een andere wereld.

Aan de directeur van de gevangenis vertelde ik dat in Nederland op dat moment een discussie woedde over meer dan één gevangene in een cel. Dat was inhumaan, vonden sommige mensen. De man – cowboyhoed op kortgeschoren haar – keek me aan alsof ik Chinees sprak. Hij begreep simpelweg niet wat ik zei.

De Oost-Europeanen waren fris en gretig. De Zuid-Europeanen heerlijk stereotiep (ja, inderdaad Hollandse heren, deuren werden opengehouden en koffers gedragen). De Oost-Europeanen verweten ons West-Europeanen onverschilligheid. Terwijl zij zich hun leven lang hadden verheugd op de hereniging met het Westen, hadden wij onze schouders opgehaald bij hun toetreding tot de Europese Unie. Een jonge Pool had zelfs een boek geschreven over Amsterdam, zijn droomland. Ik besefte voor de eerste keer wat het ijzeren gordijn voor mensen van mijn leeftijd had betekend en ik schaamde me.

Maar dat was niet het grote inzicht van die reis. Van tevoren had ik gedacht meer gemeen te hebben met een New Yorker dan met een Poolse schrijver of een Roemeense journalist. Het werd die reis zonneklaar dat het andersom lag: ik had meer gemeen met een Poolse jongen dan met een Amerikaan.

Waarom was dat? Die vraag fascineerde ons een maand lang.

Professor Gary Weaver gaf ons in Washington zijn antwoord. Twee van zijn typeringen zijn me bijgebleven, omdat ze nog steeds raak lijken. Weaver vatte het verschil tussen Europeanen en Amerikanen als volgt samen.

– Europeanen gaan op vakantie om hun familie te ontvluchten. Amerikanen zetten hun kinderen op de achterbank van de auto om ze in de vakantie langs alle opa’s en oma’s, ooms en tantes te rijden. Het zegt veel over hoe Europeanen en Amerikanen leven. Weinig Amerikanen sterven in de staat waar ze geboren zijn. Europeanen zijn daarentegen zeer honkvast.

– Europeanen houden van tragedies: daarin overkomen goede mensen slechte dingen. Amerikanen houden van melodrama: daarin vecht goed tegen kwaad, en goed wint. Het verklaart de voorliefde van Europeanen voor de verzorgingsstaat (werkloos zijn is niet je eigen schuld), en de tolerantie van Amerikanen voor economische verliezers (als je niet wint, heb je niet hard genoeg gevochten). Maar het verklaart ook waarom het niet de Europese, maar de Amerikaanse autoriteiten zijn die nu de Europese banken aanpakken om hun gesjoemel met het rentetarief Libor (London Interbank Offered Rate). Europeanen kijken vaak neer op de ‘neoliberale’ Amerikaanse economie, waar het recht van de sterkste geldt. Maar in de VS worden economische sjoemelaars harder aangepakt dan hier. Dat was na de boekhoudschandalen bij Enron en Ahold ook zo.

Ik dacht na die reis vaak: we hebben gewoon ander dna. Als je mij vraagt het verschil tussen Europeanen en Amerikanen samen te vatten, dan zeg ik: de bereidheid om belasting te betalen. Die is bij Europeanen veel groter. En ook al lijkt het deze week door het oproer rond de zorgpremie niet zo, mijn indruk is dat dat verschil sindsdien eigenlijk alleen maar groter is geworden.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.