De torenhoge ambities van Silicon Alley

Burgemeester Michael Bloomberg is een man met een missie: niet Silicon Valley, maar ‘zijn’ New York moet de tech-hoofdstad van de wereld worden. Internetbedrijven voelen zich thuis tussen wolkenkrabbers en pakhuizen.

Orkaan Sandy is nog ver weg, die woensdagochtend in Central Park. Er klinkt beleefd applaus van een gezelschap op klapstoeltjes als de burgemeester van New York, Michael Bloomberg, John Paulson feliciteert.

Het zijn miljardairs onder elkaar: Paulson is een steenrijke hedgefondsmanager die 100 miljoen dollar aan het onderhoud van het stadspark doneert. En Bloomberg bouwde met zijn digitale nieuwsdienst voor de financiële sector een vermogen van 25 miljard dollar op.

In zijn laatste jaar als burgemeester – in 2013 eindigt de derde termijn – wil Bloomberg New York achterlaten als een stad die meer banen in de technologie creëert dan Silicon Valley. Maar wat heeft de technologiesector met Central Park te maken?

Alles, zegt Bloomberg na afloop van de plechtigheid. „De reden dat mensen in New York willen wonen en werken is dat je hier prachtige parken hebt. Dat zijn onze magneten die de beste en de slimste mensen aantrekken. Hen heb je nodig om de IT-hoofdstad van de wereld te worden.”

Grote techbedrijven als Apple, Google en Facebook hebben hun hoofdkantoor aan de westkust van de Verenigde Staten, in Silicon Valley. Maar het propvolle gebied rondom San Francisco vindt een serieuze concurrent in New York. De afgelopen jaren is in het midden en zuiden van Manhattan sprake van een tech-boom: honderden start-ups vestigen zich rondom Union Square en langs Broadway, de straat die dwars door Manhattan snijdt. Silicon Alley, luidt de koosnaam met een knipoog.

New York is het centrum van de financiële wereld en acht zich toonaangevend in mode, kunst en media. Ook de technologiesector groeit snel, tot 120.000 mensen. Omdat kantoorruimte in Manhattan schaars is vestigen de jonge bedrijfjes zich in Brooklyn en Queens. Daar zit ook 3D-printspecialist Shapeways, het Nederlandse techbedrijf dat net een nieuwe fabriek opende in Long Island City.

Shapeways moest zijn website deze week sluiten omdat de servers het begaven door ‘Sandy’. De stroomproblemen hebben veel technologiebedrijven in New York platgelegd. „Verder gaat alles okay”, meldt oprichter Peter Weijmarshausen.

Hij verplaatste het hoofdkantoor van Eindhoven naar New York. „Silicon Valley is meer hightech en business to business”, zegt Weijmarshausen. „New York is uniek omdat het technologie en ondernemerschap biedt en een echte designstad is. En het tijdsverschil van zes uur is makkelijker dan negen uur.”

Wat er zo leuk is aan werken in New York kun je het beste ervaren bij het jonge internetbedrijf Art.sy. De onopvallende entree, een deur naast een Starbucks op Broadway, is misleidend: de lift naar de 25ste verdieping komt uit op een prachtige etage die uitzicht biedt over een groot deel van Manhattan. „We hebben enorm mazzel gehad met deze plek”, zegt Sebastian Cwilich van Art.sy. „Ik wist dat de verhuurder een grootvader was die gek was op zijn kleinkinderen. Toen we over het huurcontract gingen praten heb ik schaamteloos mijn vierjarige dochter meegenomen; hij zat een half uur met haar te kletsen en gaf ons deze etage voor een vriendenprijsje. Merry Christmas, zei hij.”

Om half tien ’s ochtends druppelen de eerste medewerkers binnen, bedienen zich van een fruitsalade en muesli en nemen plaats achter een gigantische iMac. Medeoprichter Carter Cleveland is wat later. Hij heeft de halve nacht doorgewerkt en moest even bijkomen.

Cleveland betaalt de prijs voor non-stop werken: twee polssteunen moeten de pijn door overmatig computergebruik in toom houden. Het lukt amper, geeft hij toe. „Ik probeer mijn dag zo veel mogelijk pratend door te brengen. Bijvoorbeeld met het selecteren van nieuwe mensen. We willen per se de besten van de besten, want die trekken weer nieuw talent aan.”

Art.sy ontwikkelde technologie om beeldende kunst te rubriceren – het Art Genome – en maakt een website waarop je associatief door de werken van honderden musea en galerieën kunt bladeren. Het doel is om kunst toegankelijker te maken, met als bijvangst dat potentiële kunstkopers straks een kleine commissie aan Art.sy betalen.

Cleveland probeerde zijn geluk eerst aan de westkust, maar keerde toch terug naar New York: het gros van de internationale kunsthandel bevindt zich hier. Zo ontwikkelt Art.sy zich tot een bijzondere mix van hoogwaardige technologie en kunst: techneuten, webontwerpers en chief curator Cristine Kuan.

Zij is verantwoordelijk voor de contacten met de kunstinstellingen en moet musea ervan overtuigen dat ze hoge resolutiefoto’s van hun duurste werken gratis toegankelijk maken via het web. „Uiteindelijk levert dat meer bezoek op”, zegt Kuan.

Ze ruilde op 38-jarige leeftijd een uitstekende baan in de kunstsector in voor een onzekere baan bij een start-up. „Het was een radicale keuze. Ik leidde een team van twintig mensen, had m’n eigen kantoor. Nu zit ik met m’n mobieltje tussen collega’s die vijftien jaar jonger zijn dan ik. Mijn vrienden verklaarden me voor gek, maar ik geloof dat dit de toekomst is. Jonge mensen willen via internet op een gemakkelijke manier met kunst kennismaken.” 

Door die combinatie van compleet verschillende achtergronden is Art.sy een typisch New Yorkse start-up, vindt Seth Pinsky, directeur van de dienst economische ontwikkeling. „Alle branches die in New York groot zijn, moeten veranderen door internet. Dan kun je maar beter zorgen dat je zelf ook de generatie innovatieve bedrijven huisvest. Technologie was ooit een aparte tak van de economie, maar is nu vervlochten met alles wat we doen. Technologie is de economie.”

De stad New York voert een actief vestigingsbeleid. Er is een fonds van 22 miljoen dollar dat samen met de risico-investeerders gebruikt wordt om jonge bedrijven te ondersteunen, er zijn incubators die kantoorruimte en mentoren beschikbaar stellen. Maar de belangrijkste bijdrage van de stad is het stimuleren van het onderwijs. Er is sinds kort een ‘softwareschool’ op Union Square, waar kinderen programmeertaal krijgen, „zoals ze nu Spaans of Frans als bijvak nemen. Zo kweken we nieuw talent”, zegt Seth Pinsky.

Ook de lokale universiteiten moeten de concurrentie aangaan met het Massachusetts Institute for Technology en Harvard (Boston) en Stanford en Berkeley (Silicon Valley). Columbia University heeft zich gecommitteerd om het aantal afgestudeerden met 50 procent te laten groeien.

Het meest ambitieuze project is de bouw van een enorme technische universiteit op Roosevelt Island. Dit samenwerkingsverband tussen Cornell University en de technische universiteit van Haifa (Israël) moet het middelpunt van de ‘techhub’ worden. De stad New York draagt daar 100 miljoen dollar aan bij.

Dat is de erfenis die Michael Bloomberg wil achterlaten als hij volgend jaar vertrekt: „Ik geloof van ganser harte dat we de techhoofdstad van de wereld zullen worden. Er zijn genoeg andere steden die goede bedrijven en universiteiten hebben. Maar New York City heeft iets dat uniek is: grootte, diversiteit en een aantrekkingskracht voor de best and the brightest”.

Het gaat er niet alleen om de wedloop met Silicon Valley te winnen, zegt Bloomberg. „De beloning is dat we nieuwe banen creëren. Bedrijven vestigen zich op de plekken waar talent zit. Maar we hebben veel onderwijs in wetenschap en wiskunde nodig om ons aan te passen aan de veranderende werkomstandigheden. Dat is het grootste probleem.”

Al is Michael Bloomberg geen onomstreden burgemeester – zijn voorstel om uit gezondheidsoverwegingen grote glazen frisdrank in het openbaar te verbieden zorgde voor de nodige ophef – onder start-ups wordt de missie van de 70-jarige Bloomberg op handen gedragen. Hij bemoeit zich persoonlijk met de jonge bedrijven en stelt zich op als één van hen: een ondernemer van de oostkust die het gemaakt heeft met de ‘Bloomberg-terminal’, een onmisbaar informatiesysteem voor de financiële wereld.

Er is een gevoel van gezamenlijkheid omdat veel bedrijfjes naast elkaar begonnen zijn, in dezelfde ruimtes. „Start-up zijn in New York is heel anders dan in Silicon Valley”, zegt David Karp, de oprichter van blognetwerk Tumblr. Silicon Alley is in zijn ogen niet alleen een locatie maar ook ‘state of mind’. Een bruisende metropool trekt immers andere mensen aan dan de wat saaie stadjes in Silicon Valley.

Volgens Harrison Weber, die de oostkust volgt voor techblog The Next Web, zijn start-ups in New York minder gebaseerd op harde technologie. „In Silicon Valley draait het vaak om data verzamelen, om de algoritmes.” New York gaat minder voor de massa, is meer gericht op de slim gekozen doelgroepen voor e-commerce. Bijvoorbeeld Etsy, de winkel voor zelfgemaakte spullen. Of Fab.com, de hippe designwinkel.

Deze sites zijn beter ontworpen, vindt Weber. „In Silicon Valley kiezen ze vaak voor kale, functionele webdiensten om maar zo snel mogelijk wereldwijd te kunnen opereren. Neem de witte zoekpagina van Google. New Yorkse ontwerpers scheppen er meer eer in hun sites een lust voor het oog te maken”, aldus Weber.

Maar verder geen kwaad woord over Google. Het grootste internetbedrijf ter wereld heeft stevig geïnvesteerd in New York. Na de miljardenovername van advertentiebedrijf DoubleClick betaalde Google ook nog eens 2 miljard dollar voor een enorm pand in Manhattan.

Het gebouw beslaat een heel blok aan Ninth Avenue: als je pech hebt sta je tien minuten op je afspraak te wachten, omdat die van de andere kant van het gebouw moet komen lopen. Daarom rijden medewerkers binnen ook op fietsen heen en weer. Het pand huisvest ook andere techbedrijven: muziekdienst Spotify bijvoorbeeld. Ook de eerste studenten van de nog te bouwen universiteit op Roosevelt Island krijgen er alvast les.

Maar de belangrijkste reden dat de grote internetbedrijven uit Californië in New York vertegenwoordigd zijn is de advertentiemarkt. Rondom Madison Avenue – denk aan de tv-serie Mad Men – zitten de grote advertentiebureaus die de budgetten beheren waar Google en Facebook van afhankelijk zijn.

De prominente aanwezigheid van Google is een belangrijke duw in de rug van Silicon Alley. Al was het maar omdat grote technologiebedrijven nog wel eens geneigd zijn om kleine start-ups op te kopen. Zo’n exit kan het hele personeel veel geld opleveren: een optiepakket hoort bij de standaard arbeidsvoorwaarden.

Google is ook een concurrent in de strijd om nieuw talent. Een jonge start-up kan een goede programmeur lang niet zo veel betalen als een groot bedrijf. Maar er zijn andere dingen belangrijker dan geld: een betekenisvolle baan, een beter aandelenpakket, de zekerheid dat je werkt met gemotiveerde collega’s die dezelfde gok waagden.

Met al die bedrijven die over elkaar heen buitelen in Manhattan lopen de prijzen voor kantoorruimte snel op. Iedereen aast op een plek op Union Square, waar de op start-ups gerichte investeringsmaatschappij Union Square Capital om de hoek zit. Noodgedwongen vestigen nieuwe bedrijven zich in goedkopere gebieden.

Eerst de opgeknapte pakhuizen van Dumbo, de strook van Brooklyn rondom de Manhattan Bridge. Wie daar geen plek vindt, verhuist naar hartje Brooklyn, of naar Queens. Op de vierde plaats komt The Bronx. Van oudsher een achterstandswijk, maar door de techhausse een serieuze uitwijkplek voor jonge bedrijven.

Veel start-ups hebben helemaal geen kantoor nodig, zegt Harrison Weber. „Die beginnen gewoon in een coffeeshop. In de East Village, waar ik woon, was geen plek meer te vinden toen Foursquare daar begon.” Locatiedienst Foursquare is een van de meest succesvolle internetbedrijven uit New York en telt nu 25 miljoen gebruikers.

Zal er ooit een New Yorkse Mark Zuckerberg opstaan die een miljard gebruikers weet te bereiken, net zoals Facebook dat deed? Weber: „Waarschijnlijk zal zo’n bedrijf voor de laatste financieringsronden wel in Silicon Valley geld op moeten halen, want daar zitten toch de grote investeerders.”

En wat als er weer een nieuwe dotcombubbel barst? Die crisis legde in het begin van het millennium ook de toenmalige New Yorkse internetscene geheel plat.

Seth Pinsky: „Dit is een cyclische industrie. We zijn niet zo naïef om te denken dat alles vanaf nu beter gaat. Voor de bubble bouwden we de prachtigste façades, zonder een fundament. Nu bouwen we eerst het fundament – het onderwijs. Maar het duurt nog decennia voordat ons bouwwerk echt klaar is.”