De adders onder de vechtmarkt in ETF's (5)

Nederlandse particulieren beleggen inmiddels gemiddeld 10 procent van hun portefeuille in ETF’s tegen 7 procent vorig jaar, zo meldde deze column vorige week.

Eindelijk begint ook hier de opmars van de ETF of tracker, die volautomatisch via een computerprogramma een index of een ander mandje onderliggende waarden volgt. Zulke ‘passieve’ producten zijn eenvoudiger, transparanter en goedkoper dan traditionele, ‘actief’ beheerde beleggingsfondsen, zo claimen de makers.

Maar staaft de praktijk die claims? De onafhankelijke beleggingsadviseur Marcel Tak onderzoekt dat al ruim een jaar op de beleggerswebsite IEXProfs.nl. Afgelopen dinsdag deed hij verslag op een ETF-seminar in Amsterdam van IEXProfs.

Deze week zouden we het gaan hebben over de slimme trucs die ETF-aanbieders uithalen met de dividendbelasting. Vergeet dat maar even. De bevindingen van ‘Handelende Tak’, zoals zijn bijnaam luidt, zijn veel interessanter. Tak ‘recenseerde’ het afgelopen jaar talloze trackers aan de hand van een simpel uitgangspunt: zij zouden niet meer dan hun officiële lage beheerkosten – doorgaans 0,15 tot 0,50 procent van de inleg van de belegger – mogen achterblijven bij hun onderliggende markt.

Als voorbeeld gaf hij zes door hem geteste groepen trackers op courante markten – AEX, EuroStoxx 50, Europese zeven- tot tienjaars staatsleningen, grondstoffen, de MSCI Emerging Markets Index en schone energie.

De werkelijke afwijking van deze ETF’s bleek gemiddeld dubbel zo hoog als de beheerkosten die de aanbieders opgeven: 0,82 in plaats van 0,41 procentpunt. De ergste achterblijvers zijn grondstoffentrackers. ‘Synthetische’ trackers, die markten ‘nabootsen’ met derivaten, volgen die markten niet nauwkeuriger, zoals de makers claimen, maar gemiddeld juist minder nauwkeurig dan ‘fysieke’ ETF’s, die de onderliggende effecten daadwerkelijk aanschaffen. Veel fysieke ETF’s blijken semi-synthetisch: zij kopen hun onderliggende markt slechts gedeeltelijk, en vullen de rest aan met derivaten. Die kosten geld, ten koste van het rendement voor de belegger.

Steeds meer ETF’s zijn gebaseerd op zelfgemaakte indices. Die zijn niet per se slecht, maar de belegger kan dan moeilijker achterhalen in welke effecten hij precies investeert, en in welke verhouding.

Er bestaat een iShares van BlackRock, wereldmarktleider in ETF’s, gebaseerd op een populaire Barclays-index van Europese staatsleningen. Tak ontdekte dat deze ETF voor ruim de helft is belegd in Duitse Bunds en voor zo’n 30 procent in Franse staatsobligaties – hoezo ‘Europees’?

Tim Mortelmans van de AFM was ook op het ETF-congres aanwezig. De waakhond wil de meest complexe trackers alleen nog via financieel adviseurs verkopen. Marcel Tak vindt dat geen oplossing. Hij maant de ETF-aanbieders meer ‘calvénistisch’ te werk te gaan. Calvé vermeldt op de potjes de ingrediënten van zijn pindakaas tot op de gram. De aanbieders moeten de belegger gewoon veel beter en uitgebreider informeren.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken.