De grote gele taxi

De nieuwe New Yorkse taxi is hoog en vierkant en heeft stopcontacten en bacteriewerend plastic.

De gele taxi is net zo’n vertrouwd New Yorks verschijnsel als de bagel en de buurtsupers, maar ondergaat dezer dagen een revolutie die niet onderdoet voor die van 1899, toen de paardenkoets plaatsmaakte voor de gemotoriseerde taxi. De Ford Crown Victoria, die tien jaar lang de koningin van de branche was, moet ineens allerlei nieuwkomers naast zich dulden, zoals minibusjes, suv’s en hybride auto’s.

Je kunt tegenwoordig met een creditcard afrekenen, en veel mensen doen dat ook (de chauffeurs waren daar aanvankelijk fel tegen, maar zijn nu juist blij met de vernieuwing, want de meeste klanten geven door het voorkeuzeprogramma van het betaalapparaat meer fooi). De rust achterin is wreed verstoord door de komst van de tv. En sinds 2008 is elke gele taxi voorzien van het zogeheten Taxi Technology System, een kruising tussen een TomTom en Big Brother die voor de New York City Taxi & Limousine Commission (de gemeentelijke taxiwaakhond) de meterstanden en de routes in de gaten houdt. Een louche chauffeur die toeristen van La Guardia via Hoboken naar Manhattan rijdt, valt daardoor onherroepelijk door de mand. En in september zijn de tarieven 17 procent omhoog gegaan (dat lijkt fors, maar is in feite niet meer dan een eenmalige correctie op de inflatie van de afgelopen acht jaar).

Maar dat is allemaal niets vergeleken bij de omwenteling die New Yorkers nog te wachten staat: de introductie van de ‘Taxi of Tomorrow’, de eerste speciaal gebouwde taxi sinds de Checker Motors-sedan, die van 1956 tot 1999 dienst heeft gedaan. De Taxi of Tomorrow werd in 2011 als beste gekozen uit drie prototypes die aan het loodzware eisenpakket van een New Yorkse taxi moesten voldoen.

De gelukkige winnaar, een Nissan, werd begin dit jaar aan het publiek voorgesteld, maar zal pas in 2013 echt de straat op gaan. Hij is van bumper tot bumper op zijn nieuwe taak toegerust en ziet er compleet anders uit dan de verdwijnende Crown Victoria: hij is vierkanter en hoger, heeft grotere deuren en een mechanisch te bedienen treeplank die het in- en uitstappen een stuk makkelijker maakt, en hij rijdt nog eens twee keer zo zuinig ook. De scheidingswand wordt in de fabriek ingebouwd, waardoor het interieur niet achteraf hoeft te worden aangepast en je bovendien veel meer beenruimte hebt dan in een Crown Vic. Doordat de tunnel van de versnellingsbak geen bult in de vloer veroorzaakt, kun je ook als volwassene in het midden zitten zonder je te hoeven oprollen tot een menselijke kanonskogel. Er zijn ingebouwde stopcontacten om je mobiel te kunnen opladen, en er is vloerverlichting voor als je iets hebt laten vallen. De verwarming en airconditioning schijnen sterk verbeterd te zijn (bij een vroeg prototype konden de ramen achterin niet open, maar daar maakten de chauffeurs bezwaar tegen met het oog op kotsende dronkelappen). De lucht in het voertuig wordt gefilterd, en de stoelen zijn gemaakt van bacteriewerend plastic, en geloof ons, dat is niet voor niets.

Volgens Nissan kan er ook een elektrische versie van de auto worden geleverd wanneer de New Yorkse infrastructuur daar aan toe is. Met alles erop en eraan kost de auto 29.700 dollar, een paar duizend meer dan een Crown Vic.

Er zijn mensen die de Nissan er nogal karakterloos uit vinden zien, maar erger is dat je er niet met een rolstoel in kan, een punt waarover een heftige discussie is losgebarsten. Maar wat je er ook van vindt, binnen een paar jaar zul je vrijwel geen andere taxi meer zien dan deze. In New York geldt een maximumleeftijd voor taxi’s (drie jaar voor auto’s van een bedrijf, vijf jaar voor taxi’s van eigen rijders), en als die bereikt is, moet de wagen onverbiddelijk van de weg. (Auto’s die dan nog niet opgereden zijn, verdwijnen naar minder kieskeurige steden, zoals Baltimore.) Dus in 2018 is de Taxi of Tomorrow, op een paar rolstoelvriendelijke minibusjes na, alleenheerser in het New Yorkse straatbeeld.