Corning werd een glazen museum

Van glasvezel tot keihard smartphoneglas: Corning is de oer-Amerikaanse hofleverancier van de high tech-sector. Maar bijna alle productie ging naar Azië.

Op elke technologiebeurs loop je ’m tegen het harige lijf: de reusachtige gorilla van glasfabrikant Corning. Dit Amerikaanse bedrijf bestaat ruim 160 jaar, maar leeft op dankzij ‘Gorilla Glass’. De dunne, oersterke laag is inmiddels op meer dan een miljard smartphones en tablet pc’s te vinden.

De hernieuwde bekendheid van Corning is te danken aan Apple-oprichter Steve Jobs, die zich ergerde aan de krassen op de eerste plastic prototypes van zijn iPhone. Jobs hoorde van een oud recept voor hard glas, uit de jaren zestig. Op aandringen van Apple paste Corning snel een fabriek in Kentucky aan voor de productie van smartphoneglas.

Het bedrijf, met een jaaromzet van 8 miljard dollar, is vernoemd naar de gelijknamige stad in de staat New York. Corning ligt op een uur of vijf rijden vanaf New York City. Stad is trouwens een groot woord: Corning telt 12.000 inwoners. Verreweg de meeste mensen – 4.900, volgens de gemeentelijke telling – werken bij de glasfabriek. Of dat wat ooit een glasfabriek was.

Woordvoerder James Terry van Corning: „We hebben een rijke historie hier, maar inmiddels produceren we amper meer in Corning zelf. We hebben hier nog een grote onderzoeksafdeling, maar bijna alle productiefaciliteiten zijn afgebouwd en naar Azië verplaatst.”

De Gorilla Glass-fabriek in Kentucky werd in 2010 nog wel uitgebreid. Maar nu meer fabrikanten het sterke glas voor hun gadgets willen, wordt Gorilla Glass gemaakt in Japan en Taiwan – dichter bij de fabrieken waar smartphoneproducenten hun elektronica laten assembleren.

Corning breidt dit jaar fors uit in China, waar het samen met partner Samsung glassubstraat maakt voor LCD-tv’s. De glasfabrikant mag dan een oer-Amerikaans bedrijf zijn, in de VS werken nog maar 11.000 van de 28.000 medewerkers.

Dit is een voorbeeld van wat tijdens de verkiezingen ‘het verdwijnen van de middenklasse’ is gaan heten: er is een tekort aan manufacturing jobs omdat Amerikaanse bedrijven hun productiewerk uitbesteden aan Azië. Corning lijkt wat dat betreft op Apple. Dat ontwerpt in Californië, maar de iPhones zijn allemaal Made in China. Dat ligt gevoelig in de VS, waar de werkloosheid zo’n 8 procent bedraagt. Apple voert als reden aan dat Amerikanen niet meer de capaciteit hebben om op grote schaal ingewikkelde gadgets te produceren.

Wie Corning alleen kent van Gorilla Glass, zal onder de indruk zijn van de historie van het bedrijf. In bijna elk modern huishouden is wel glas of keramiek uit Corning te vinden. Als het geen tv of telefoon is, dan zou het ook de vuurvaste ovenschaal kunnen zijn. Corning vond aan het begin van de twintigste eeuw namelijk Pyrex uit, ook wel bekend als CorningWare.

„Corning heeft zich elke twintig, dertig jaar opnieuw uit weten te vinden”, zegt Jane Shadel Spillman. Ze werkt al 48 jaar als curator voor het plaatselijke Museum of Glass. „Ze maakten de eerste gloeilampen voor Thomas Edison, vonden een glassoort uit die veel gebruikt werd in treinlantaarns voor de spoorwegen en brachten in 1913 Pyrex op de markt; de glassoort die niet barst als je het in de oven zet. ” De ontdekking van Pyrex ging volgens de overlevering geheel toevallig, toen een onderzoeker een mislukt glasexperiment mee naar huis nam en zijn vrouw vroeg er een cake in te bakken. En dat lukte.

Het bedrijf komt oorspronkelijk uit Brooklyn bij New York, vertelt de curator. „Ze vestigden zich hier omdat het logistiek handig was: er kwamen hier drie rivieren en drie spoorwegen samen en het Eriekanaal ligt dichterbij. En er was nog een financiële impuls om te verhuizen: de steenkool in Corning was goedkoper en hier in upstate New York was de invloed van de vakbonden een stuk geringer.” Zo veel is er in de geschiedenis dus niet veranderd: bedrijven vestigen zich altijd waar ze het goedkoopst kunnen werken.

Hoewel Corning veel glasbewerkers aantrok die decoratief glaswerk en kunstvoorwerpen maakten, specialiseerde de onderzoeksafdeling zich in industriële toepassingen en high tech glas: ruimtevaart en astronomie, tv-buizen en in de jaren zeventig een belangrijke doorbraak, de glasvezelkabel. Door een lichtbundel te vangen in een dunne, flexibele glazen kabel, werd informatieoverdracht over langere afstanden mogelijk. Die extra snelheid en bandbreedte betekende een doorbraak voor de telecommunicatiesector: Corning stond aan de wieg van de internetrevolutie.

Veel van de uitvindingen zijn te bekijken in het Museum of Glass, dat voor driekwart gefinancierd wordt door de glasmaker. „Maar we zijn wel helemaal onafhankelijk”, zegt Jane Shadell Spillman. De curator is zelf gespecialiseerd in Amerikaanse glasbewerking – het merendeel van de museumzalen staan vol met sierglas, van de oude Egyptenaren tot en met de moderne kunst.

Het stadje Corning wekt zelf ook de indruk van een museum. De oude wijk staat vol prachtige Victoriaanse huizen van eind negentiende eeuw. Er staan er verdacht veel te koop: een kapitale villa heb je voor minder dan een half miljoen dollar.

Corning is een toeristische stop op de weg tussen New York en de Niagara-watervallen. Er zitten wijnproeverijen in de buurt, glasgalerieën, het glasmuseum is wereldberoemd en het centrum heeft nog een ouderwetse Main Street met winkeltjes en restaurants. In de meeste Amerikaanse steden is het winkelcentrum een onpersoonlijke, overdekte mall aan de rand van de stad. Praktisch, omdat je er makkelijk kunt parkeren. Maar lang niet zo charmant.

Corning zorgt goed voor zijn erfgoed, vindt Jane Shadel Spilmann. „In 1972 werd onze stad getroffen door een overstroming, veroorzaakt door een hevige orkaan. De hele fabriek stond meters onder water. Corning had kunnen vertrekken maar ze kozen ervoor de stad weer op te bouwen”, herinnert Spildell zich. „Corning voelde zich verantwoordelijk voor de stad. En dat hebben ze altijd gedaan. Als fabrieken gesloten werden, kregen de mensen vervangend werk. En ook nu nog steunt het bedrijf de lokale scholen, omdat de gemeente weinig geld heeft.”

Corning laat meer achter dan een museum en een glimmend hoofdkantoor. In de heuvels van het naburige Painted Post staat een enorme onderzoeksafdeling. Daar is de tweede generatie Gorilla Glass ontwikkeld – „nu nog harder” - en wordt geëxperimenteerd met het buigzame Willow Glass. Willow biedt mogelijkheden voor een hele reeks futuristische toepassingen. Kijk er de YouTube-video ‘A day of glass’ maar op na: Corning kan nog minstens 160 jaar vooruit.