‘Amerikanen zijn positief en geloven overal in’

Zie ze maar eens te spreken te krijgen, de hoogleraren die op twee continenten hun schoteltjes in de lucht houden. Bij Denise Krol (58) lukt het nog net: vlak voor ze weer vertrekt uit Utrecht. Daar is Krol sinds kort gasthoogleraar op het Debye Institute for Nanomaterials. Aan de overzijde van de oceaan leidt ze al bijna twintig jaar een onderzoeksgroep op het gebied van optische materialen. Aan de University of California Davis in Californië.

Dat is geen topuniversiteit als Harvard, zegt Krol. Maar UC Davis hoort wel bij de topuniversiteiten vlak daaronder. Haar groep is niet enorm groot, een bewuste keuze, zegt Krol. “Toen mijn zoon geboren werd wist ik meteen: ik wil twee dagen in de week thuis werken om in zijn buurt te zijn.

“In Nederland leek zoiets in de jaren ’80 nog onmogelijk. Na mijn promotie (in Utrecht, op het grensvlak van natuur- en scheikunde) werkte ik bij Philips Natlab. Op ruwweg 600 mannen waren er drie vrouwen. De sfeer was goed, maar toch voelde ik me alsof er ‘VROUW’ op mijn voorhoofd stond. Een uitzondering. Een onderzoeksbaan combineren met kinderen was al helemaal niet aan de orde. Ik begon ook zelf te geloven dat dat onhaalbaar was. Tot ik in de VS kwam.

“Hier werkt iedereen zich drie slagen in de rondte, maar als hoogleraar heb je veel vrijheid. Waar en wanneer je werkt bepaal je zelf. Sommige collega’s zijn één dag in de week consultant. Zo verdienen ze er soms een jaarsalaris bij. Anderen lopen conferenties af, slepen enorme subsidies binnen en krijgen steeds grotere onderzoeksgroepen. En weer anderen combineren dus hun zware baan met een gezinsleven. Als je maar levert.

“Maar het grootste verschil zit in de mentaliteit. Amerikanen zijn positief en enthousiast en geloven overal in. Soms op het naïeve af, maar het leidt wel tot de sfeer: we gaan leuke dingen doen.

“Toen ik eind jaren tachtig op AT&T Bell Labs ging werken bijvoorbeeld, waren net hoge-temperatuursupergeleiders ontdekt. Bij Bell Labs stortte zich daar meteen zeker honderd onderzoekers op. Zonder overleg met managers – het was interessant, en dus gingen ze aan de slag. Philips Natlab zei na beraad: laten we er een paar mensen op zetten. En nee, de ene aanpak is niet per se beter dan de andere. Maar voor mij werkt dat enthousiaste prettiger.

“Wat me ook trof was de aandacht voor fundamenteel onderzoek. Bij Philips zeiden ze: we gaan iets nuttigs doen. Bij Bell Labs zeiden ze: we gaan iets leuks doen – en meestal was dat fundamenteel. Op dit punt zijn Nederland en de VS trouwens naar elkaar toegegroeid. Bij elke overname, door onder meer Alcatel en Lucent, werd Bell Labs verder uitgekleed. Nu gebeurt er amper nog fundamenteel onderzoek.

“Ik zelf was toen al weg. Ik werd gepolst voor managementfuncties, maar zelf onderzoek doen vind ik het leukst. Zo kwam ik bij UC Davis terecht, in Californië waar mijn man werkt. Het systeem is hier heel anders. Je moet keihard werken om te bewijzen dat je een hoogleraarspost waard ben. Lukt dat, dan krijg je een startbedrag om een lab in te richten, en daarna moet je jezelf bedruipen. Je verdient elk jaar negen maanden salaris met onderwijs en verder sprokkel je je salaris en onderzoeksfondsen zelf bij elkaar. Maar: hoe en hoeveel staat je helemaal vrij.

“In Nederland wordt het onderzoek veel sterker van bovenaf gestuurd. Jonge onderzoekers belanden in onderzoeksgroepen waar zittende hoogleraren de koers bepalen.

“Prettig in Nederland is de kwaliteit van de studenten. In Utrecht zijn ze gemiddeld zelfs beter dan aan UC Davis, denk ik. In de VS heb je topstudenten, maar de niveauverschillen zijn groot. Ook onderzoekers in de natuurwetenschappen zijn in Nederland erg goed. Sinds de jaren ’80 is zo gereorganiseerd dat je geen stoffige types meer vindt. Aan veel Amerikaanse universiteiten, op de absolute top na, hangen die nog wel rond. Al zorgen Nederlandse onderzoekers dan weer zelden voor echt grote klappers. De vrijheid in de VS geeft toch creatieve ideeën meer kans, denk ik.

“Dus ja, als mijn gasthoogleraarschap afloopt, ga ik weer fulltime aan UC Davis werken. In de VS hoef je gelukkig niet met je 65ste met pensioen. En terwijl mensen in Nederland vaak vanaf hun zestigste worden weggekeken, mag in de VS beslist niet op leeftijd worden gediscrimineerd. Iemand van 70 die goed werk doet, kan nog onderzoekssubsidies binnenhalen.”

    • Margriet van der Heijden