2. Feiten checken

Fact checkers controleren feitelijke uitspraken van politici op juistheid. De traditionele wijze van verslag doen (hoor en wederhoor toepassen, in de VS ook wel he said she said reporting genoemd) volstaat niet langer als politici dingen beweren die niet kloppen, is het idee. Fact checkers vormen een belangrijke tegenstroom in een politiek klimaat waarin voor- en tegenstanders elkaar overtreffen in sterke uitspraken.

In Nederland zijn fact checkers relatief nieuw. De afgelopen verkiezingen kwam VVD-lijsttrekker Mark Rutte na een fact check van nrc.next bijvoorbeeld terug op zijn uitspraak dat het PvdA-verkiezingsprogramma zou leiden tot economische krimp.

Amerikaanse kiezers zijn al langer bekend met fact checkers. Vijf jaar geleden begon Politifact.org, een prijswinnend project van The Tampa Bay Times, uitspraken van politci langs de ‘Truth-o-Meter’ te leggen. Tijdens de verkiezingen van 2008 kwam daar de organisatie Factcheck.org bij en begon dagblad Washington Post met het uitdelen van ‘Pinokkio’s’.

Tijdens de presidentsverkiezingen van 2008 waren fact checkers redelijk succesvol in het aankaarten van onjuiste informatie. In de huidige campagne sloeg de stemming om: fact checkers werden zélf onderwerp van discussie. Zij zouden politiek gekleurd, en dan vooral links zijn.

„Fact checkers checken geen feiten, zij spinnen”, schreef de conservatieve blogger Erick Erickson. Romneys campagneman Neil Newhouse ging nog verder: „We laten onze campagne niet dicteren door fact checkers”, zei hij nadat fact checkers hadden aangetoond dat een Romney-spotje ten onrechte verkondigde dat Obama sollicitatieplicht voor uitkeringsgerechtigden zou afschaffen. Het spotje bleef op tv.

De invloed van fact checkers in de VS lijkt wel af te nemen. Een kwart van de verkiezingsspotjes die het laatste half jaar zijn uitgezonden, bevatte ten minste één onjuiste uitspraak, berekende Kathleen Hall Jamieson van Factcheck.org. En daar valt moeilijk tegenop te checken.