Zorg vaak fors duurder, regelingen versoberd

Superlatieven te over deze week als het om lastenverzwaringen in de zorg gaat. Met ‘zorgpremiegate’ botvierden kiezers hun woede op het kabinet in wording. De onrust is vooral ontstaan door de grote geïsoleerde premiestijgingen in de zorg en het beperkte zicht van buitenstaanders op de uiteindelijke inkomenseffecten.

Er zijn een paar grote bewegingen. Allereerst verdwijnt de zorgtoeslag voor miljoenen gezinnen. Het schrappen van die tegemoetkoming voor lagere inkomens wordt echter vervangen door een combinatie van lagere belastingtarieven en een zorgpremie die sterk inkomensafhankelijk wordt. Dat kan, zelfs na correctie voor de lagere belastingtarieven, honderden euro’s per maand extra premie betekenen voor bovenmodale inkomens in 2017. Tweeverdieners die beiden 66.000 euro verdienen (tweemaal modaal) zijn het meest gedupeerd: zulke huishoudens gaan in totaal 450 euro meer premie per maand betalen in 2017. De pijn concentreert zich bij deze inkomensgroepen omdat de inkomensafhankelijkheid stopt rond de 66.000 euro. Hoger dan die 450 euro wordt het niet, of je nu 70 mille, één ton of twee ton verdient.

Het grote nadeel van deze geïsoleerde berekeningen is dat het toekomstige kabinet aan nog veel meer fiscale knoppen draait, waardoor de werkelijke inkomenseffecten onduidelijk zijn. De verwijzing van Mark Rutte en Diederik Samsom naar de koopkrachtplaatjes van het Centraal Planbureau zijn voor het electoraat wel erg summier. Bij de berekeningen van het CPB vallen bijvoorbeeld alle inkomens tussen de 33.000 euro (modaal) en 66.000 in dezelfde categorie. Daar wordt dan de middelste waarneming van alle koopkrachteffecten van genomen. Zo worden uitschieters er uitgefilterd, maar die kunnen er wel degelijk zijn. Omdat Rutte II tot nu toe niet wil ingaan op individuele berekeningen, blijven de grootste inkomenseffecten in de zorg onduidelijk.

Wel is zeker dat ouderen, gehandicapten en psychiatrische patiënten het kabinetsbeleid in hun portemonnee gaan voelen. De grootste bezuinigingen vinden namelijk hier plaats. De wijzigingen in de zorgpremie zijn overwegend de uitkomst van inkomenspolitiek die niets bijdraagt aan de verbetering van de overheidsfinanciën. Voor ouderen, gehandicapten en psychiatrische patiënten worden vele regelingen versoberd of eenvoudigweg geschrapt. Grote delen van de ‘onverzekerbare’ langdurige zorg worden een voorziening: een regeling waarvan de vergoeding niet gegarandeerd is.