Zwakte hoort niet in het voetbal

De NOS zendt zondag een documentaire uit over de Duitse doelman Robert Enke, die in 2009 zelfmoord pleegde.

Teresa Enke (R), widow of goalkeeper Robert Enke, stand beside his coffin with an unidentified woman inside the stadium of first division Bundesliga soccer club Hannover 96 in the northern German city of Hanover November 15, 2009. Germany and Hannover 96 goalkeeper Enke, who committed suicide by jumping in front of an express train on Tuesday, was suffering from depression, his wife and his doctor said in a news conference on Wednesday. REUTERS/Morris Mac Matzen (GERMANY OBITUARY SPORT SOCCER) REUTERS

Rotterdam. Het was in het seizoen 2003-2004 dat Jelle ten Rouwelaar op zondagavond in zijn woning in Enschede zijn gordijnen snel dicht deed. En als het zeven uur was, het tijdstip waarop de helft van de Nederlandse televisietoestellen overspringen naar Studio Sport, keek hij iets anders. Alles beter dan kijken naar zichzelf, als doelman van FC Twente. Hij was ontevreden over zijn optredens, over de fouten die hij maakte. De fans van de club waren dat nog veel meer. Zijn auto werd beklad, zijn ramen bespuugd. Hij wilde niet over straat, uit angst voor de reacties. Maar praten over zijn probleem? Zoiets doet een profvoetballer niet.

Het taboe is nog lang niet doorbroken. De voetballerij is geen wereld waarin de hoofdrolspelers vrijuit kunnen spreken over hun angsten, over falen, tegenslag, depressie. Waar spelers – naast hun zaakwaarnemer – ook een psycholoog hebben.

„Zwakte past niet in het voetbal.” Die woorden komen uit de mond van Jörg Neblung, zaakwaarnemer en vriend van de Duitse doelman Robert Enke, die drie jaar geleden zelfmoord pleegde. Niemand in zijn omgeving was op de hoogte van de ware aard van de depressies waaronder Enke jarenlang gebukt ging.

Als ik niet de beste ben, dan ben ik de slechtste, was de vernietigende gedachte die maar niet uit het hoofd wilde van Robert Enke. De NOS koos die woorden als titel van een tv-document dat zondagmiddag wordt uitgezonden. In vraaggesprekken met Nederlandse keepers en oud-ploeggenoten van Enke wordt een beeld geschetst van de bijzondere rol die keepers spelen in het voetbal; van alle spelers in een elftal is er niet één die zo genadeloos wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn fouten. Dat leidt niet alleen tot een immense druk, maar ook naar een onrealistisch streven, naar foutloosheid, naar dwangmatige rituelen.

Ten Rouwelaar, nu succesvol keeper bij NAC Breda, herkent het, maar ook voormalige Oranjesluitposten als Edwin van der Sar en Hans van Breukelen. Voordat hij in Engeland een ster werd, had Van der Sar nooit zijn hoogste niveau gehaald bij Juventus, Van Breukelen liep enkele keiharde mentale tikken op voordat hij in 1988 roem oogstte met het Nederlands elftal (EK) en PSV (Europa Cup 1). „Het is weleens door mijn kop gegaan om mijn auto met 150 km per uur tegen een boom aan te zetten”, erkent Van Breukelen, die nog steeds wordt geconfronteerd met het ‘polletje-incident’ uit 1987 tegen Feyenoord. Daar pakte hij een bal voor een tweede keer op nadat die door een graspol niet omhoog was gestuiterd. Uit de vrije trap viel een doelpunt.

Enke ontvluchtte de oorverdovende hectiek van Istanbul, precies dertien dagen nadat hij in dienst was gekomen van Fenerbahçe. Zijn debuut in de derby tegen Istanbulspor (3-0 nederlaag) was uitgelopen op een nachtmerrie. Net als een jaar eerder bij Barcelona. In zijn eerste duel voor die club, een bekerwedstrijd in 2002 tegen het nietige provincieclubje Novelda, werd hij als de schuldige gezien voor de pijnlijke nederlaag (3-2). Medespeler en aanvoerder Frank de Boer had in de Spaanse media ongecensureerd laten weten hoe hij over de prestatie van zijn doelman dacht. Enke had dat seizoen nog drie duels voor het destijds Oranjegetinte Barcelona gespeeld, voordat hij werd verhuurd aan Fenerbahçe.

Nog altijd betreurt zaakwaarnemer Neblung dat De Boer zijn keeper publiekelijk veroordeelde en zich daarvoor nooit verontschuldigde. De Boer kan er nog steeds niet veel mee: „Als iemand slecht is, kan ik moeilijk zeggen dat hij goed gespeeld heeft.”

De traumatische ervaringen in Barcelona en Istanbul vormden de aanzet tot de eerste depressie van Enke in een wereld die de zijne niet was: hij kon niet omgaan de druk van het topvoetbal, de torenhoge verwachtingen en de snoeiharde wetten van de concurrentie. Hij bezat niet de vaardigheden om fouten te vergeten of zijn speciale leefomgeving, met woedende supporters en bulderende coaches als Louis van Gaal te relativeren.

Maar Enke liet aan de buitenwereld niet merken dat hij kampte met mentale problemen, uit angst dat het zijn carrière zou schaden. Een onbegrijpelijk taboe, vindt Arnold Bruggink, bij Hannover 96 ploeggenoot van Enke toen die zich op 10 november 2009 voor een trein wierp. Sportpsychologen kunnen ervan getuigen dat topvoetballers het liefst ’s avonds bij hen langs komen, als het donker is. Bruggink, nog altijd zeer geëmotioneerd als hij over Enke spreekt: „Ik begrijp persoonlijk nooit waarom in de voetballerij nog zo moeilijk wordt gedaan over de psychologie. Waarom zou dat in alle sporten ter wereld gebruikt worden?”

De documentaire is zondag te zien om 14.00 uur op Nederland 1.