Zieken Iran verstoken van medicijnen door sancties

De westerse sancties tegen Iran treffen de burgers steeds harder. Patiënten kunnen niet meer aan buitenlandse medicijnen komen.

Een protest in Teheran tegen president Obama vanmorgen. Foto AFP

De eerste klap, het slechte nieuws dat de hersentumor van Siavash weer groeit, kwam hard aan. Maar de vergeefse zoektocht langs de apotheken van Teheran naar speciale medicijnen zijn hem en zijn familie misschien nog zwaarder gevallen.

De 47-jarige galeriehouder zit lusteloos in zijn stoel in een appartement in het centrum van de stad. Een maand geleden, op vakantie in Istanbul, was hij plotseling vreselijk moe geworden. Terug in Teheran vond een van zijn medewerkers hem knock-out op de grond van zijn galerie. Terwijl Siavash nog probeerde de schijn op te houden, wist zijn vrienden dat het mis was.

Nu, met de foto’s van de MRI scan voor zich op tafel, weet Siavash dat hij net als een paar jaar geleden de strijd met de ziekte aan moet gaan. Het zal een lang en pijnlijk proces worden, met een wellicht allesbepalend verschil met zijn eerste gevecht: door de Europese en Amerikaanse sancties tegen Iran zijn de geneesmiddelen die hij nodig heeft voor zijn behandeling schaars, zo niet onvindbaar geworden.

Zowel de lidstaten van de Europese Unie als de Verenigde Staten hebben een reeks sancties tegen Iran afgekondigd om het land te dwingen zijn programma voor de verrijking van uranium op te geven. Hoewel medicijnen zijn uitgezonderd van de maatregelen, is er een groot tekort ontstaan, zeggen Iraanse artsen, patiënten en medicijnenfabrikanten.

Dat komt omdat andere sancties, erop gericht om financiële transacties te verhinderen, zo effectief zijn dat geen enkele westerse bank nog geld van en naar de islamitische republiek durft over te maken. Dat geldt ook voor transacties waarmee de import van geneesmiddelen worden betaald.

Vooral de 5 miljoen Iraanse kankerpatiënten worden getroffen. Maar ook voor mensen met multiple sclerose, nierproblemen en bloedziektes zijn de dagelijkse zorgen over hun herstel verdrongen door paniekerige bezoeken aan apotheken, op zoek naar medicijnen.

Nu heeft Siavash, die niet met zijn achternaam in de krant wil omdat hij vrij bekend is in de Iraanse hoofdstad, meer geluk dan veel van de andere patiënten, zo geeft hij toe. Midden jaren negentig werd hij Canadees staatsburger en hoewel hij tegenwoordig liever in Iran woont, vertrekt hij volgende week naar Vancouver, waar kankermedicijnen wel aanwezig zijn.

„Na heel veel bellen vond mijn broer een pak Avastin in de stad Qom”, vertelt Siavash. „Daar is hij een week naar op zoek geweest.” Net als veel andere patiënten in Iran, mobiliseerde de galeriehouder snel een netwerk van familie en vrienden door het hele land om bij speciale apotheken langs te gaan, op zoek naar de in het westen geproduceerde medicijnen.

„Ik snap dat sommige regeringen onze leiders onder druk willen zetten”, zegt Siavash, zijn stem aangetast door zijn ziekte. „Maar wat hebben wij hun misdaan? Ik heb niet gekozen voor het nucleaire programma en ook niet voor kanker.”

In apotheken in Teheran waar speciale medicijnen worden verkocht, wachten dagelijks honderden patiënten tevergeefs op hun recepten. „Mijn vrouw heeft baarmoederkanker”, zegt Faraj Hatamikia, een zestigjarige gepensioneerde. „Twee maanden lang heb ik gezocht, maar niets gevonden. Uiteindelijk heb ik op de zwarte markt het een en ander kunnen kopen, maar dat was wel tien keer zo duur als elders.”

In Iran verzekeren staat en werkgevers de meeste mensen en vrijwel iedereen wordt behandeld. Patiënten met ingrijpende ziektes betalen een eigen risico van ongeveer 10 procent voor behandeling en medicijnen. De zwarte markt is voor velen van hen geen optie.

„Ik kan mijn behandeling nu al niet betalen”, zegt een oudere vrouw die elke maand een medicijn nodig heeft dat ongeveer 250 euro per behandeling kost.

Haar verzekeringspapier houdt ze stevig in haar handen. „Voor het geval mijn medicijnen toch komen.” Veel hoop heeft ze echter niet, ze wacht nu al een maand, legt ze uit.

De regering is ook schuldig aan de problemen, zegt Fatehmeh Rafsanjani, een van de twee dochters van voormalige president en ayatollah Ali Akbar Rafsanjani. Haar liefdadigheidsorganisatie, de ‘stichting voor speciale ziektes’, is al vorige jaar begonnen met het aanleggen van voorraden. De kelder staat vol met nier-dialyse machines, zegt ze, en er zijn ook kankermedicijnen ingeslagen.

„Had de regering maar hetzelfde gedaan”, verzucht ze. Ze wijst erop dat niet alleen speciale medicijnen schaars zijn geworden. Ook om antibiotica en penicilline te fabriceren, zijn ingrediënten uit het buitenland nodig. Volgens Rafsanjani kunnen daar ook tekorten aan ontstaan.

„Het is duidelijk dat het probleem de komende maanden alleen maar groter zal worden”, zegt ze. Maar in een Iraans compromis over het nucleaire programma ziet ze niets. Net als opperste leider ayatollah Khamenei vindt ze dat Iran moet volhouden.

„Uiteindelijk zullen wij winnen”, voorspelt Rafsanjani. „Want als ons lijden groter wordt, zal de wereldopinie zich keren tegen degenen die de sancties hebben afgekondigd.”