'Wall Street is te sterk om te kunnen veranderen'

Michael ‘Liar’s Poker’ Lewis heeft veel succes met zijn vileine en doorwrochte boeken over de high finance.

Trader Joseph Lawler, center, works on the floor of the New York Stock Exchange Tuesday, Oct. 9, 2012. Another dire prediction about global economic growth is sending stocks lower on Wall Street in early trading on Tuesday. (AP Photo/Richard Drew) AP

Als het even kan blijft Michael Lewis bij banken uit de buurt. „Ik heb geen schulden. Ik heb een hypotheek, verder niets.” Zijn verbazing was dan ook groot toen het hem niet lukte die hypotheek te herfinancieren. Er was een probleem met zijn kredietwaardigheid. Het feit dat hij nauwelijks leende, bleek juist een probleem. „Kredietwaardigheid wordt in de VS beoordeeld op de vraag of je leningen terugbetaalt. Als je alleen geld uitgeeft dat je al hebt, is dat verdacht,” legt hij uit. „Banken eisen dat je op de pof leeft en ze vervolgens spekt met de rente. Ik dacht: laat maar zitten, ik ben weg hier.”

Lewis’ woont verscholen in het groen, aan de rand van het universiteitsstadje Berkeley. Om zijn huis liggen drie blokhutten: één huisvest het drumstel van zijn 10-jarige dochter, in een ander werkt zijn vrouw als fotografe, en in de derde heeft hij zijn werkkamer, een knusse ruimte vol boeken en foto’s. In een provisorisch keukentje maakt Lewis kruidenthee. Het is moeilijk voorstelbaar dat hier, zo ver van Wall Street, de meest vileine boeken en columns over misstanden in de financiële sector worden geschreven.

Lewis (52) geldt als luis in de pels van het financiële systeem. Na een studie kunstgeschiedenis en een economieopleiding aan de London School of Economics belandde hij bij zakenbank Salomon Brothers. Daar verdiende hij als 24-jarige obligatiehandelaar bakken met geld – hij werd een ‘Big Swinging Dick’ om in vakjargon te blijven. Na twee jaar nam hij ontslag en schreef Liar’s Poker (1989), een zedenschets van de financiële cultuur vol hebzucht en machismo. Het werd een klassieker.

Daarna werkte Lewis als journalist voor onder meer The New York Times Magazine, financieel persbureau Bloomberg en Vanity Fair. Voor dat laatste blad volgde hij president Obama een half jaar lang. Daarnaast bleef hij boeken schrijven, het meest recent The Big Short (2010) en Boomerang (2011).

In The Big Short vertelt Lewis over de financiële crisis van 2008 vanuit het perspectief van een paar obligatiehandelaren, die miljoenen verdienden door te speculeren op het ineenstorten van de markt van hypotheekobligaties– de enigen dus die de crash voorzagen. Hij heeft een voorkeur voor zulke buitenstaanders. „Mannen als Michael Burry en Greg Lippmann, die ik portretteer in The Big Short, zien de blinde vlekken van het financiële systeem.”

Boomerang gaat over de repercussies van de financiële crisis in IJsland, Ierland, Duitsland, Griekenland en Californië. Het begint met een bezoek aan Kyle Bass, een excentrieke investment banker met een huis vol wapens. Ook Bass werd rijk door te speculeren op het instorten van de hypotheekmarkt. Vol trots toont hij Lewis de 20 miljoen dollar aan stuivers die hij heeft ingeslagen, in de overtuiging dat door de crisis de nikkelprijs zal stijgen.

Willen mensen u nog te woord staan? Uw hoofdpersonen zijn doorgaans weinig sympathiek.

Lewis lacht hartelijk. „Dat is úw perceptie. Kyle Bass en de mannen uit The Big Short zijn heel gelukkig met de manier waarop ze zijn geportretteerd: ze gelden nu als helden. Bij financiële instellingen als Goldman Sachs ben ik niet langer welkom. Dat maakt mij niet zoveel uit, ik kom wel aan mijn verhalen.”

De financiële wereld is een wereld op zichzelf, met een eigen cultuur, een eigen logica. Hoe vertaalt u die naar het grote publiek?

„Ik moet eerst zelf begrijpen hoe het zit. Veel journalisten zijn laks : vaak herhalen ze wat ze op Wall Street hebben gehoord. Ze hebben geen de tijd om iets uit te zoeken of durven geen vragen te stellen omdat ze bang zijn dom over te komen. Dus bluffen ze en schrijven ze stukken over onderwerpen zonder enig idee wat er op het spel staat.

„Ik heb er geen moeite mee om door te vragen tot ik het echt snap. Daarna komt de tweede stap: het uitleggen aan de lezer. Dat vind ik héél moeilijk. In The Big Short heb ik daar zo lang mogelijk mee gewacht. Pas als ik veertig pagina’s op dreef ben, komen er zeven pagina’s uitleg over de collateralized debt obligations. Ik heb ze eindeloos herschreven, alsof ik het aan mijn moeder wilde uitleggen.”

U gebruikt veel humor. Is dat om de complexe onderwerpen verteerbaar te maken?

„Humor is fundamenteler. Dingen waar ik om moet lachen, vind ik meestal interessant en daarom het uitzoeken waard. De lezer moet dezelfde ervaring ondergaan als ik, hij moet mijn verbazing ervaren, hij moet lachen en willen weten hoe die absurde toestanden in de financiële wereld mogelijk zijn.

„Geld betovert mensen, maakt ze blind. Ik probeer er de humor van in te zien. Kent u die vrouwen die denken dat zij verliefd zijn op een afschuwelijke man met veel geld? Zij hebben zichzelf ervan overtuigd dat die man de ware is en kennen hem allerlei goede eigenschappen toe. Zoiets gebeurt ook in de financiële wereld: het is zó in hun eigen belang om een onjuist verhaal te vertellen, dat ze er in gaan geloven – de beurshandelaren, hun directeuren, de ratingbureaus, de politiek. Tot het misgaat.”

Er is sinds de crisis weinig veranderd in de financiële sector.

„Dat klopt en dat verbaast mij zeer. Ik had verwacht dat The Big Short tot beleidswijzigingen zou leiden. Het is goed gelezen in Washington, door senatoren, door Obama. Maar waarschijnlijk is de Wall Street-lobby te sterk om iets te kunnen veranderen. En dat na alles wat er gebeurd is: het is gestoord.”

Bent u daar boos over?

„Niet meer. Dan word je zo’n rare gek die loopt te schreeuwen in een verlaten auditorium – dat is zinloos. Ik maak me geen zorgen over zaken waar ik niets aan kan veranderen. Het maken van schulden zit ingebakken in de Amerikaanse cultuur. Na de Grote Depressie in de jaren dertig heeft het decennia geduurd voor we van onze leenangst af waren. Nu is het andersom: mensen zijn verslaafd aan lenen, en afkicken kost tijd. Vergelijk het met obesitas. Afvallen is een lang proces dat vraagt om grote, structurele gedragsveranderingen. Een boek is dan hooguit een duwtje in de goede richting.”

In Boomerang eindigt u uw financiële crisistour in Californië. Gaat het daar dezelfde kant op als in Griekenland?

„Nog niet, maar het zou wel kunnen. Nu al wordt er extreem gekort op publieke voorzieningen, met name op gemeentelijk niveau. Verschillende steden zijn al failliet en er zullen er meer volgen.

„Met het hoofdstuk over Californië wil ik Amerikanen een spiegel voorhouden. Ze moeten zich realiseren dat ook wij Griekse toestanden kunnen krijgen. Sterker nog, de manier van denken die de crisis heeft veroorzaakt is hier uitgevonden. In bepaalde opzichten zijn wij het ergst van iedereen. Amerika is geen uitzonderlijk land, zoals sommigen hier denken. Onze leencultuur is totaal onverantwoord. Je kunt dan wel lachen om de Grieken, maar je lacht om jezelf.”

Boomerang. Travels in the New Third World. Allen Lane, 288 blz. €12,-. Vertaald als Boomerang. Wake up call voor de westerse wereld. Business Contact, 240 blz. €22,50 The Big Short: Inside the Doomsday Machine. Allen Lane, 240 blz. €13,- Vertaald als The Big Short. De geheime winnaars van de kredietcrisis. Van Gennep, 296 blz. €12,50