The Great Fisketjon

Het Lincoln Memorial in Washington D.C. Foto Shutterstock, bewerking Fotodienst NRC

Is Amerika nog altijd leidend als het gaat om grensverleggende literatuur en uitgeefcultuur? Het antwoord luidt ‘ja’, zoals blijkt uit de rondgang van literair redacteur van NRC Boeken Arjen Fortuin door literair New York. ‘Ideeën leveren altijd succes op.’

De uitgeverij was toen stervende, zoals ze dat nu ook is,’ zegt Gary Fisketjon. De editor at large van de grote New-Yorkse uitgeverij Knopf draait zijn stoel een beetje zodat hij zijn voeten op de rand van zijn bureau kan leggen en het bezoek zijn cowboylaarzen ziet

Toen, dat is twintig, dertig jaar geleden. Fisketjon schreef uitgeefgeschiedenis met zijn Vintage Contemporaries – het werk van jonge schrijvers als Jay McInerney en Bret Easton Ellis gaf hij niet eerst als chique hardback uit, maar meteen als paperback. Waarna ze een kassucces werden en de club rondom Fisketjon het centrum werd van een literaire opleving. „Het grote verschil tussen ons en de rest, was dat destijds jarenlang niemand echt zijn best deed voor de boeken, er werd liefdeloos en zonder inspiratie uitgegeven. Wij hadden de ideeën. Ideeën leveren altijd succes op.”

Succes had Fisketjon bij de vleet. Hij geldt als de grootste en meest capabele redacteur van zijn generatie: de man die de brat pack introduceerde, die de redacteur was van Raymond Carver en Patricia Highsmith, die Donna Tartt terzijde stond bij het maken van haar grote hit The secret history – hij schreef het zo ongeveer voor haar, zo wil de mythe –, die Richard Ford naar zijn grote successen loodste en die de Amerikaanse redacteur was van de schrijvers die de laatste twintig jaar de Britse literatuur domineerden: Martin Amis, Ian McEwan en Julian Barnes.

Van die laatste redigeerde hij ook de succesroman The Sense of an Ending, waar Barnes vorig jaar de Booker Prize mee won. „Julian is zo’n grote auteur dat uitgevers niets meer aan zijn teksten veranderen. Ze durven geen line-to-line editing meer te doen, zeker in Engeland.’’ Fisketjon ging wél regel voor regel door het manuscript heen, als altijd met groene pen. Daarna geeft hij de auteur het laatste woord.

In de uitgeefwereld van Fisketjon draait het uiteindelijk om kwaliteit en originaliteit. Dat spreekt uit de volgestouwde boekenkasten met tientallen aandenkens aan schrijvers (en jachtpartijen) in zijn kamer bij Knopf. En de overtuiging dat er met het langdurig investeren in kwaliteit altijd geld te verdienen is. Dat line to line editing zich uiteindelijk altijd terugbetaalt. Zie Barnes. Zie Tartt. Zie McEwan.

De doorbraak van het e-book in de Verenigde Staten beziet Fisketjon met zorg: „Elektronische boeken zijn een stuk goedkoper en genereren dus minder omzet. Dat scheelt de uitgeverij inkomsten – en de auteurs ook. Die moeten steeds meer boeken verkopen om een redelijk inkomen te verwerven.” En de meeste schrijvers verkopen juist minder. Net als in Nederland is de markt voor de literaire middenmoters in crisis. „Wie vroeger altijd wel een paar duizend exemplaren verkocht, komt nu soms niet verder dan een paar honderd. Dan is het moeilijk om gemotiveerd te blijven – nog los van het feit dat schrijvers ook huur moeten betalen.”

Tot een geringere aanwas heeft die onzekerheid nog niet geleid, zegt Fisketjon. De brievenbus zit nog steeds vol manuscripten: „Mensen willen nog steeds schrijver worden.” Dat blijkt de volgende avond elders in Manhattan. Daar hebben zich twaalf studenten – twintigers, even uiteenlopend in afkomst als in gewichtsklasse – verzameld in een visueel weinig tot de verbeelding sprekend bovenzaaltje van Hunter College, onderdeel van de City University of New York. Ze krijgen hun wekelijkse schrijfcollege van tweevoudig Booker Prize winnaar Peter Carey. De twee jaar durende creative writing-opleiding van Hunter College is niet een van de duurste van de VS, wel een van de beste. Jaarlijks worden er zes aspirant-auteurs tot het programma toegelaten, gekozen uit een groep van 400 aanmeldingen.

In het literaire systeem waarin de stal van Fisketjon de absolute top vertegenwoordigt, zijn opleidingen als die aan Hunter College de basis. Jonge Amerikaanse auteurs komen vaak niet tot wasdom op een zolderkamer, maar in een collegezaal. Dat is ook wel nodig, zeggen ze: je hebt een goede opleiding op je cv nodig om een literair agent voor je werk te interesseren en pas via die agent heb je toegang tot een uitgever. En pas wanneer je werk dan door de line-to-line-editing van de redacteur heen is, lonkt daar de felbegeerde plaats in de boekwinkel – waarbij in het volledig gecontroleerde Amerikaanse systeem er voor een opvallende plaats in een grote boekwinkel ook nog moet worden betaald.

Dit is een ingekorte versie van het openingsartikel van literair redacteur Arjen Fortuin dat is verschenen in de Boekenbijlage van vandaag. De digitale editie van het hele artikel kunt u hier lezen.