Symboolpolitiek

Het regeerakkoord van het toekomstige kabinet predikt voortzetting van „de fundamentele hervorming” van de bankensector. Maar wie de voorstellen beziet, kan niet anders concluderen dan dat hier, met enkele uitzonderingen, sprake is van een opeenstapeling van symboolpolitiek.

Het toekomstig kabinet presenteert zijn voorstellen voor de bankensector in het hoofdstuk ‘Duurzaam groeien en vernieuwen’, waarin ook onderwijs, energiebesparing en verminderde regeldruk staan. Bij banken nemen de regels juist verder toe. Daar valt wat voor te zeggen, gezien hun falen dat kredietcrisis heet en de overheid dwong tot miljardenreddingen. Maar zo moet het niet.

De invoering van een bankierseed en van een toetsing van bankmedewerkers die verantwoordelijk zijn voor risicovolle transacties leidt eerder tot meer bureaucratie dan tot prudent beleid. Bestuurders in de financiële sector worden al decennia getoetst, maar dat kon de kredietcrisis niet voorkomen.

Het voorgestelde verbod op variabele beloningen, zoals bonussen, van meer dan 20 procent van het basisloon, is een ingreep in vrije loononderhandelingen die je niet associeert met een kabinet met een VVD-meerderheid. Het komt dan ook uit een PvdA-SP wetsontwerp. De recente praktijk met beperking van bonussen van de bankentop leert dat juist vaste salarissen vervolgens verhoogd worden.

De invoering van een financiële transactiebelasting is een sympathiek idee als het erom gaat wilde financiële handel te ontmoedigen. Daarmee schaart Nederland zich achter het plan van een groep Europese landen, zoals Frankrijk en Duitsland. De Nederlandse voorwaarde dat onze pensioenfondsen niet mogen worden belast, klinkt echter niet zo realistisch. Elk land heeft wel een heilige koe die ontzien moet worden. Het is wel zo realistisch om te bedenken dat zonder participatie van financiële centra als Londen de mannen en vrouwen van het flitsgeld vertrekken naar het laagste punt, waar deze belasting niet wordt geheven.

Op twee punten ademen de voorstellen realisme. Allereerst wordt verkoop van de staatsbank ABN Amro gekoppeld aan het terugverdienen van de investering. In de tussentijd is het goed om ervaring op te doen met diversiteit in de bankensector: een coöperatie (Rabo), een beursgenoteerde bank (ING) en een staatsbank.

Het tweede realisme geldt de bescherming van spaartegoeden van burgers. Wie werkelijk fundamenteel wil hervormen, moet indringender nadenken over bijvoorbeeld hogere buffers en de scheiding tussen de bank als financieel casino en als nutsbank voor woninghypotheken en broodnodige kredieten voor bedrijven.