Springsteen en Clinton? Chemie!

Rockzanger Bruce Springsteen en politicus Barack Obama hebben veel gemeen, zo blijkt uit een recente Springsteen-biografie. Toch zijn er ook opvallende verschillen.

Kadiatou Diallo (‘American Skin (41 shots)’)

Daar was hij toch weer, en hij was nog nog wel zo van plan om zich deze keer buiten de politieke strijd te houden. Bruce Springsteen trekt nu door de VS om campagne te voeren voor Barack Obama, zoals hij dat vier jaar geleden ook al deed. Hij trekt samen op met de nog altijd inmens populaire voormalige president Bill Clinton. Op een recente foto in deze krant staan de twee mannen innig verstrengeld, ogenschijnlijk zo vertrouwd met elkaar als broers die elkaar al een leven lang kennen.

Zijn recentste biograaf, Marc Dolan, zal Springsteens beslissing om ter elfder ure weer op campagne te gaan voor Obama, niet verbazen. In zijn boek Bruce Springsteen and the Promise of Rock ’n’ Roll ziet hij – enigszins geforceerd – diepe verwantschap tussen Obama’s boodschap van hoop en verandering tijdens de campagne van 2008 en het werk van Springsteen.

Beiden bepleiten saamhorigheid en gemeenschapszin. In een sterk op het individu gerichte politieke cultuur als die van de VS zijn dit niet zulke lege gemeenplaatsen als ze lijken vanuit Europees perspectief. Springsteens politieke boodschap is die van een progressieve populist, zijn positie is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van filmmaker Michael Moore, minus diens ontembare ego en heilige gelijk. Ze komen op voor de kleine man, die ze een stem willen geven. Maar of de pragmatische en technocratische stijl van Obama ook onder die noemer valt, is twijfelachtig.

De persoonlijke chemie tussen Springsteen en Clinton lijkt in ieder geval heel wat groter dan die tussen de zanger en de huidige, gereserveerde en cerebrale president van Amerika. Foto’s van Springsteen met Obama zien er ongemakkelijker uit. Clinton en Springsteen vinden elkaar in hun buitengewone talent tot communiceren; het vermogen van Clinton om iedereen die hij de hand schudt een warm gevoel te geven, is legendarisch. Springsteen is in staat om zelfs optredens in de anoniemste betonkolossen om te smeden tot iets dat het midden houdt tussen een rockconcert en een kerkdienst. De twee vinden elkaar ook in een zekere hang naar onmatigheid. Zowel voor Springsteen als Clinton is iets niet snel te veel.

Teleurstelling

Afgaand op zijn recentste album Wrecking Ball (2012), een van de beste, woedendste platen in zijn veertigjarige carrière, had je eerder geconcludeerd dat Springsteen behoort tot het legertje progressieve Amerikanen dat teleurgesteld is geraakt in Obama. Springsteen beschrijft zijn presidentschap als ‘een rit met obstakels’. Maar die obstakels schrijft hij vooral toe aan de erfenis van George W. Bush. En aan de bankiers en beurshandelaren van Wall Street, het voornaamste doelwit van veel nummers op Wrecking Ball , tot doodsverwensingen aan toe: „If I had me a gun, I’d shoot the bastards right down.” Toegegeven, niet Springsteen zegt dit, maar de verteller in een van zijn songs (Jack of All Trades). Toch blijft het veelzeggend.

Ondanks zijn expliciete politieke voorkeuren heeft Springsteen altijd zijn status weten te behouden als Amerikaans icoon, als iemand die boven de partijen staat. Hij is nooit ‘controversieel verklaard’. En dat in een uiterst gepolariseerd land.

De conservatieve columnist David Brooks van The New York Times is een groot fan van The Boss en schreef een van zijn mooiste columns over hem: ‘Ik geloof dat zijn narratieve toon, zijn mentale kaart, in mijn hoofd terecht is gekomen, en invloed heeft op de manier waarop ik de verwarrende werkelijkheid organiseer. Net zoals het feit dat je afkomstig bent uit New York of van het platteland van Georgia bepalend is voor je perspectief op de wereld, zo is de tijd die je doorbrengt in Springsteens universum onbewust bepalend voor je wereldbeeld.”

Dat is zeker een gelukkiger samenkomst van Springsteen en een prominente conservatieve commentator dan het moment, in de zomer van 1984, dat George Will met vlinderdas en blazer bij toeval op een concert van Springsteen terechtkwam en zijn succes daarna ten voorbeeld stelde aan alle Amerikanen. Als onofficieel lid van het campagneteam van Ronald Reagan kwam Will op het lumineuze idee om Springsteen te koppelen aan een rechtse politieke agenda. Niet veel later begon Reagan Springsteen uitvoerig te prijzen in campagnetoespraken om zijn ‘boodschap van hoop’. Daarom kondigde Springsteen in die tijd de songs van zijn duisterste album, Nebraska, aan met: ‘De president had het laatst over mij in een speech, ik vraag me af wat zijn favoriete plaat van mij dan zou kunnen zijn. Ik denk niet Nebraska.’

Niet zonder ironie had juist de verkiezing van Reagan in 1980, die de zittende president Carter versloeg, veel bijgedragen aan de politisering van Springsteen, die de jaren zeventig grotendeels apolitiek was doorgekomen. Reagans intrek in het Witte Huis vervulde Springsteen zoals veel progressieve Amerikanen met angst voor al het onheil dat de houwdegen zou kunnen aanrichten. Een van de covers die Springsteen het vaakst speelde tijdens de Reaganjaren was War (What Is It Good For) van soulzanger Edwin Starr.

Springsteen had het er zelf ook wel naar gemaakt, dat hij midden jaren tachtig zo gemakkelijk voor Reagans kar te spannen was. Niet zozeer door de titelsong van zijn succesalbum Born in the USA uit 1984, want dat is een van de meest maatschappijkritische songs die hij heeft geschreven (vanuit het perspectief van een Vietnamveteraan). Maar wel door met opgepompte biceps voor de Amerikaanse vlag te poseren op de hoes van die plaat, en door een aantal van zijn gelikste video’s te maken.

Beeldtaal

In een van de sterkste hoofdstukken van Bruce Springsteen and the promise of Rock ’n’ Roll analyseert Dolan de overeenkomsten tussen de beeldtaal van Springsteen en die van de Republikeinen in deze periode. Het kostte Springsteen nogal wat tijd om die misverstanden de wereld uit te helpen – onder meer door Born in the U.S.A. jaren alleen nog maar te spelen in een slepende bluesversie. Inmiddels speelt hij het nummer weer in de oorspronkelijke pompende versie met zijn hele band.

Springsteen is op zijn best, schrijft Dolan, als de tijdgeest en zijn persoonlijke en artistieke ontwikkeling op elkaar aansluiten. De meeste songschrijvers op zijn niveau, zoals Neil Young of Bob Dylan, scheppen hun eigen universum en dagen de wereld voortdurend uit om hen bij te houden. Zo werkt het bij Springsteen niet, hij is altijd op zoek naar een connectie, naar een zinvol verband. In de jaren negentig kwam die connectie nauwelijks tot stand, merkt Dolan op. Dat waren de jaren van optimisme en euforie onder Bill Clinton. In die tijd dook Springsteen steeds dieper in de muziekgeschiedenis, en ook in zijn eigen verleden. Dat veranderde in de 21ste eeuw, vooral na 11 september 2001. Springsteens plaat over die gebeurtenissen, The Rising, had nog iets geforceerds, maar Springsteen had vanaf dat moment wel weer echt iets te zeggen.

Dit geldt nog meer voor Wrecking Ball, al was het maar omdat Springsteen een van de weinige songschrijvers is die economische problemen aan de orde kunnen stellen. Dat doet hij al sinds Factory (over zijn vader als fabrieksarbeider) op wat nog altijd zijn beste album is, Darkness on the Edge of Town (1978). Je zou bijna vergeten hoe uitzonderlijk dat talent eigenlijk is. Springsteen is al zo’n veertig jaar een van de grootste sterren ter wereld, ‘a rich man in a poor man’s clothes’, zoals hij zelf zong. Hij heeft in zijn leven nooit iets anders gedaan dan muziek maken. Toch is nog steeds in staat om oprecht en geloofwaardig songs te schrijven door de ogen van de Amerikaanse arbeidersklasse.

Bruce Springsteen and the Promise of Rock ‘n’ Roll is een typische fanbiografie die soms een te intieme toon aanslaat, op het kleffe af. Dolan analyseert niet alleen de songs, maar ook de betekenis van de verhalen en anekdotes die Springsteen graag en vaak vertelt op het podium. Zelfs de opbouw van zijn live-sets legt hij onder een vergrootglas. Een biografie voor gevorderden dus, die ogenschijnlijke bijzaken tot hoofdzaken verheft en daar verbazingwekkend veel interessante inzichten aan weet te ontlenen.

Tot op zekere hoogte is dat fanperspectief een voordeel, want Dolan heeft ruim gebruik gemaakt van al het onofficiële materiaal dat van Springsteen beschikbaar is zoals bootlegs en filmpjes op youtube. Dat is zeker beter dan weer de belangrijkste albums van Springsteen te analyseren. Terecht vindt hij de concerten van Springsteen even belangrijk als platen. Hij heeft ook een scherp oog voor de covers van songs van anderen die Springsteen in zijn carrière heeft gespeeld, en die vaak aangeven welke nieuwe richting hij met zijn eigen muziek wil inslaan.

    • Peter de Bruijn