Sentiment is niet vies in de VS

Holly Goldberg Sloan: Ik zal er zijn. Vert. Pauline Michgelsen. Querido, 317 blz. € 17,50. 12+ ***

‘Vrijwel iedereen keek naar haar. Maar het enige dat belangrijk was, was dat híj keek.’ Emily Bell zingt in de kerk een ballad van de Jackson 5: ‘Togetherness, well that’s all I’m after. Whenever you need me, I’ll be there.’ Die volslagen onbekende jongen op de achterste kerkbank – ze zingt het voor hem. Holly Goldberg Sloan laat er geen misverstand over bestaan: hier gebeurt iets groots, iets belangrijks, iets wat de loop van levens gaat bepalen (en ja, met dit soort gewichtige drietrapsraketten staat het boek ook vol). Een Nederlandse Emily had gezongen, met Guus Meeuwis: ‘Er was een donder, een bliksem, een slag toen ik je zag.’

In een Amerikaanse literaire jeugdroman wordt zulk sentiment eerder geprezen dan afgestraft. Geen probleem, dat er in Ik zal er zijn nogal wat lotsbeschikkingen worden gevoeld en ‘meest oprechte woorden ooit’ uitgesproken. Emoties worden ook direct van duiding voorzien en de lessen die je uit het verhaal kunt trekken meteen expliciet gemaakt, want Sloan is duidelijk in het verhaal aanwezig als alwetend verteller. Het geeft je het gevoel naar een film te kijken waarin de voiceover maar doorpraat.

Sam Border, zoals de jongen blijkt te heten, leidt een zwervend bestaan: als het zijn criminele vader te heet onder de voeten wordt, sleept hij zijn twee zoons Sam en Riddle mee naar een nieuwe staat en een nieuw leven. Dat wordt lastiger wanneer het lot hem bijeenbrengt met Emily – hier wil hij blijven. Het lot zou het lot niet zijn als het hen niet ook weer uiteen drijft, waarna een dramatische roadtrip volgt en een angstig verblijf in de wildernis van een Nationaal Park, al twijfel je geen moment dat Sloan toewerkt naar een happy end.

Een sentimenteel boek dus – of is dat oordeel te veel ingegeven door de persoonlijke smaak van een Hollandse recensent? Het is ook goed voorstelbaar dat iemand wel wil meegaan in Sloans stijl, of bezwaren na de eerste honderd bladzijden overboord gooit. Wie een meer ‘Amerikaanse’ smaak heeft, zou Ik zal er zijn heerlijk kunnen vinden, want verder valt het boek weinig te verwijten: Holly Goldberg Sloan vertelt mooi, geeft haar personages diepte en houdt het verhaal scherp en boeiend.

Sloans beschrijvende manier van vertellen zorgt ervoor dat ze met haar bijfiguren geniepige speldenprikjes kan uitdelen, die het geheel wat minder zwart-wit maken. Een schoonmaakster die gestolen sieraden vindt, een overwerkte sheriff en vooral Bobby Ellis, de stakker die Emily zo graag wil meevragen naar het schoolbal – ze zijn allen doordrongen van de Amerikaanse idee dat eigen gevoel eerst komt. Zo is Ik zal er zijn op veel niveaus een jeugdboek dat laat zien hoe het Amerika van nu werkt.