Ouders betalen mee aan het huis van hun kinderen

Als starters een huis kopen, betalen hun ouders in een kwart van de gevallen mee. Dat blijkt uit een onlangs gepubliceerde studie.

Ja zeg. Dalen de woningprijzen eindelijk, kúnnen starters eens wat kopen van hun eerste salaris, gaan de banken het weer moeilijker maken om een hypotheek te krijgen.

Zou het daarom zijn dat ING Bank steeds vaker jonge huizenkopers mét pa en ma aan de balie ziet verschijnen? Een kwart van de huizenbezitters tussen de 18 en de 34 jaar kreeg het afgelopen jaar financiële steun van familie bij de aankoop van hun woning, blijkt uit onderzoek dat vorige week door TNS NIPO werd gepubliceerd in opdracht van ING.

Dat is beduidend meer dan bij vorige generaties: huizenbezitters uit hogere leeftijdsgroepen kregen in zo’n 15 procent van de gevallen hulp. Econoom Charles Kalshoven van het Economisch Bureau van ING Bank: „Een deel van hen is al aan het tweede of derde huis toe en kan – in theorie dan – vaker een beroep hebben gedaan op de familie.”

De vorm van die ouderlijke hulp verschilt. Ouders mogen volwassen kinderen eenmalig 22.048 euro cadeau doen, voordat de Belastingdienst z’n deel komt vragen. Een onderhandse lening verstrekken mag ook. Of borg staan. Ouders kunnen zelfs hun eigen huis onder voorwaarden schenken.

Zo profiteren twintigers en dertigers toch van hausse op de beurs en de woningmarkt van voor 2008, stelt ING Bank fijntjes vast. Want hun ouders – als die een eigen woning of beleggingen hadden – werden daardoor vermogend genoeg om nu voor hun kinderen te kunnen bijspringen. De helft van de huishoudens boven de 45 jaar had in 2011 een vermogen van boven de ton, telde het CBS.

Ouders in andere Europese landen leggen nog veel vaker geld opzij voor het huis van hun kinderen, zegt Kalshoven. In Europa kreeg 40 procent van de woningbezitters hulp van bloedverwanten, bleek uit hetzelfde onderzoek van TNS NIPO. Gulle ouders, kun je denken. Of wanhopige.

Want wie buitenlandse kranten volgt, leert dat kroost internationaal veel langer thuis blijft plakken of zelfs weer naar het ouderlijk huis terugkeert dan in Nederland, en vooral sinds de crisis. Ook als ze al een baan hebben. Want wonen is duur en arbeidscontracten bieden weinig zekerheid.

In Nederland deed de term ‘boemerangkinderen’ (je gooit ze eruit, maar ze komen weer terug) z’n intrede in 2010. Het CBS stelde toen vast dat ongeveer 15 procent van de volwassenen tussen 2000 en 2007 weer bij de ouders was gaan wonen. Een verdubbeling ten opzichte van een paar decennia ervoor.

In België had de universiteit van Gent toen al uitgebreid onderzoek gedaan naar ‘hotel mama’. Twee op de drie twintigers woonden daar (weer) thuis. Maar nergens heb je zulke bamboccioni – grote baby’s – als in Italië. Een geschatte 48 procent van de 18 tot 39-jarigen woont daar – nog of weer – thuis. In dat licht bezien kan bijspringen voor een hypotheek van de kinderen ook vooral een investering zijn in de eigen rust.